Geschiedenis van Apeldoorn
Als "villa ut marca Appoldro" werd Apeldoorn voor het eerst genoemd in een schenkingsakte uit 792/793.
Stad
De eerste schriftelijke vermelding van Apeldoorn dateert uit de achtste eeuw. Apeldoorn heette toen nog Appoldro. Via Apeldorne, Apeldoren, Apelteren, Apelthorn, Apeldoern en Appeldoorn werd het uiteindelijk Apeldoorn, dat zoiets betekent als ‘bij water’ of ‘in water (apel) staande bomen’ (doorn).
Rond 1800 was er binnen het huidige stedelijke gebied van Apeldoorn het dorp Apeldoorn met de daarbij behorende buurtschappen Het Loo, Orden, Wormingen en Woudhuis. Het dorp was niet meer dan een Dorpsstraat met wat zijstraten. Bij het buurtschap Het Loo bevond zich het Koninklijk Paleis met ten zuiden daarvan drie kaarsrechte lanen vertrekkend vanuit 1 punt: de huidige Loolaan, Koning Lodewijklaan en Jachtlaan. De Loolaan was de verbindingsweg met het dorp.
Villadorp
In de 2e helft van de 19de eeuw ontwikkelde Apeldoorn zich in snel tempo van een overwegend agrarisch dorp tot een villadorp. Apeldoorn als vestigingsplaats had een grote aantrekkingskracht, onder andere door de aanwezigheid van ruimte, natuur, goede verbindingen, relatief lage grondprijzen en de nabijheid van de koninklijke familie. Aan weerszijden van de Loolaan werden kapitale villa’s gebouwd. In het oosten kwam de villawijk De Parken tot stand, in het westen werden kleinere villa’s gebouwd. Aan de zuidzijde van het dorp werd het station gebouwd en in de omgeving daarvan ontstonden enige hotels. Met name langs het kanaal vestigden zich bedrijven en verrezen fabrieken en arbeiderswoningen.
Half-landelijk
Tot de tweede wereldoorlog zetten de uitbreidingen zich voort, nog steeds in de vorm van (half) vrijstaande woningen, ook voor de minder bedeelden. Hierdoor ontstonden er veel kleine buurtjes met een half-landelijk karakter. Een goed voorbeeld is de Metaalbuurt waar in opdracht van de woningcoöperatie twee-onder-een-kap huisjes werden gebouwd. Om grip te krijgen op de uitbreiding van de stad, werden in deze tijd de eerste structuurplannen opgesteld. Het duurde echter nog tot na de oorlog voordat de eerste systematische uitbreidingen tot stand kwamen. Het rijenhuistype ging vanaf dat moment overheersen en de eerste middelhoge verdiepingbouw, zoals de bebouwing aan de Sprengenparklaan en de Eendenweg, sierden de stad.
Explosieve groei
De groei van Apeldoorn verliep tot 1960 vrij natuurlijk, daarna ontstond de grote werkgelegenheidsgroei door de vestiging van overheidsinstanties en zakelijke dienstverlening. Ook maakte de woningbouw een explosieve groei door. Veel van de oorspronkelijke structuren zijn daarbij verloren gegaan. Met name in de periode 1965-1975 waarin schaalvergroting centraal stond, konden nieuwe wijken niet meer, zoals voorheen, in de bestaande structuren worden ingevoegd. In plaats daarvan werden ze als het ware over de bestaande landschappelijke en stedelijke structuren heen gelegd. In deze periode kwam ook de eerste hoogbouw van meer dan 4 lagen tot stand.
Stedelijke woonprojecten
Aan het eind van de jaren ’70 bleken de plannen echter te ambitieus. De groei en daarmee de vraag naar woningen stagneerde terwijl in oudere stadsdelen al wel veel was gesloopt of grond onteigend ten behoeve van nieuwbouw. Als reactie hierop werden er veel bescheidener plannen opgesteld. De door de kaalslag ontstane braakliggende terreinen werden opgevuld met stedelijke woonprojecten, wat vaak een opmerkelijk contrast opleverde met de al bestaande kleinsteedse, soms zelfs dorpse bebouwing. Door de eerder nagestreefde grootschaligheid hadden veel stadsdelen echter deels ook hun eigen identiteit verloren. Daarom raakte kleinschalige, knusse verkavelingen met een gevarieerde architectuur in trek. Een goed voorbeeld hiervan is de wijk De Maten.



