Samen055, iedereen doet mee in Apeldoorn

Verhalen

Normaal

In mijn vorige blog, met als onderwerp de inclusieve samenleving, beschreef ik een aantal dilemma’s en vragen die we tegenkomen bij het nadenken over hoe we in Apeldoorn iedereen mee kunnen laten doen. Dat leverde enkele leuke en interessante reacties op, waarvoor dank.

Intussen zijn we drie maanden en een aantal gesprekken en uitwerkingen verder. En zoals zo vaak is het ook nu zo: als je eenmaal begint met vragen stellen, vind je niet meteen antwoorden, maar eerst vooral nog meer vragen. Na een avond met de raad over hoe verder met de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning), was bijvoorbeeld de belangrijkste vraag die bleef hangen: waar ligt de grens tussen een moeilijkheid en een probleem?

Als we net zijn geboren kunnen we niet lopen, maar kinderwagens worden doorgaans niet vergoed. Als we oud zijn, raken we vaak slecht ter been en dan vinden we dat we woningaanpassingen en hulpmiddelen deels vergoed moeten krijgen. Klopt dat wel? Wat vinden we eigenlijk normaal? En vanuit welk perspectief proberen we die vraag te beantwoorden?

Ik wil me als wethouder met Wmo in mijn takenpakket eigenlijk vooral bezig houden met de vraag hoe we mensen kunnen helpen zo goed, prettig en zelfstandig mogelijk te leven. Met de vraag wat de bedoeling is van alle inspanningen die we als gemeente, samen met alle zorgaanbieders, leveren. Met een visie op begeleiding, opvang, zorg en ondersteuning voor de toekomst. Met hoe we ervoor kunnen zorgen dat iedereen in Apeldoorn mee kan doen. Hoe we die ‘inclusieve samenleving’ tot stand brengen.

Natuurlijk dóen we dat ook allemaal. Maar de laatste tijd heb ik steeds vaker het gevoel dat dat tegen de klippen op moet. Dat er bijna niet op te boksen valt tegen de tekorten, de stijgingen, de kortingen, de kosten.

Dat is soms om moedeloos van te worden. Zeker omdat iedereen die werkt in wat we in jargon het ‘sociale domein’ noemen, dat met veel toewijding doet.
Maar er is ook tegengif, namelijk de gedachte dat het juíst nu extra belangrijk is om de vraag naar het hoe, het wat en waarom te stellen. Dat we het juíst nu over de bedoeling kunnen en moeten hebben.

Dat klinkt misschien een beetje flauw, als een banale en modieuze omkering van de befaamde uitdaging naar de nog befaamdere (en dus sleetsere) kans. Met als grootste valkuil het bagatelliseren van de problemen. 

Dat laatste is inderdaad niet wat we moeten doen. Wat we wél moeten doen, is onszelf de vraag stellen: doen we nog het goede? Geven we ons geld uit aan de dingen waar we het aan uit moeten geven?

En daar volgt dan nog een lastige vraag uit: leggen we als samenleving én als individuen de lat niet te hoog? Accepteren we nog dat we soms ongelukkig, ziek, onthand of beperkt zijn in onze mogelijkheden, al dan niet tijdelijk? Mogen kinderen nog druk en brutaal en vervelend zijn? Bedoelen we met ‘normaal’ niet vaak ‘gemiddeld’ en zouden we verschillen niet meer moeten accepteren en koesteren?

En stel, dat we die vragen met “ja” beantwoorden. Ik vermoed dat dat betekent dat we dan minder snel dan nu vinden dat er een probleem is. En dat we dan dus minder snel bij een expert te rade gaan. Niet omdat we ons schamen, of omdat we er geen geld voor hebben. Maar omdat we het (nog) niet nodig vinden. Omdat de directe omgeving geen last van ons ervaart. Omdat de leraar niet klaagt over dat drukke kind. Omdat we hulp aan onze vrienden of buren durven te vragen. En als we merken dat dat niet genoeg is of niet kan, dan vragen en krijgen we de hulp die bij ons past. Snel en passend.

U ziet het, opnieuw veel vragen. Maar het zijn wel vragen die ons langzamerhand wel de weg wijzen in de richting van een antwoord. In de richting, wellicht, van een samenleving waarin we onszelf, onze kinderen en de mensen om ons heen wat minder langs een maatlat van perfectie leggen. En waarin we onszelf en alle anderen niet meer in een gemiddelde mal persen.
Dát voor elkaar krijgen, in onze wereld vol prestatieprikkels, social-media- ideaalplaatjes en steeds meer aangescherpte diagnosehandboeken, wordt overigens nog een gigantische uitdaging. We zijn er nog niet.

Nathan Stukker
Wethouder gemeente Apeldoorn

Nathan Stukker