Wat zoekt u:

Hout stoken

Hoe stookt u op de juiste manier hout?

  • Het stoken van hout brengt warmte en sfeer in huis. Het gebruik van open haarden en houtkachels voor het (geheel of gedeeltelijk) verwarmen van woningen neemt de laatste jaren toe. Ook is er een toename van het stoken van hout in de tuin (terraskachel, vuurkorf). Het is belangrijk om op een juiste manier te stoken, zodat overlast voor anderen beperkt blijft.

    Het stoken van hout in open haarden en houtkachels kan voor de omwonenden overlast opleveren. Denk bijvoorbeeld aan de geur, gezondheidsheidsproblemen en roetneerslag. De hinder wordt erger als er niet op de juiste manier wordt gestookt.

    Toolkit

    Er is een toolkit   ontwikkeld met stappenplannen voor de volgende doelgroepen: de stoker, de persoon die overlast ervaart, de gemeente en de GGD. In de stappenplannen zijn wettelijke verplichtingen, handhavingsmogelijkheden en juridische aspecten vermeld, zodat duidelijk is welke mogelijkheden en verplichtingen er zijn. U kunt zo op een gemakkelijke manier alle informatie vinden.

  • U kunt op verschillende manieren meehelpen om overlast in uw buurt te beperken en de veiligheid en leefbaarheid te vergroten. Er zijn 10 stooktips die u kunnen helpen.

    1. Zorg voor de juiste grootte van uw kachel in verhouding tot de ruimte die u wilt verwarmen. 
      In veel gevallen heeft een kachel een te grote capaciteit. Het wordt dan al snel te warm tijdens het stoken, waardoor u het vuur gaat temperen (smoren). Hierdoor komen er veel meer schadelijke stoffen vrij omdat sprake is van onvolledige verbranding. Op internet zijn verschillende sites te vinden met een rekentool of een grafiek waarmee u de benodigde capaciteit kunt berekenen, maar het is beter om hiervoor een specialist in te schakelen. Deze specialist kan uw situatie als geheel beoordelen en u adviseren.
    2. Laat uw schoorsteen en rookkanaal goed afstemmen op uw haard of kachel. 
      Een schoorsteen moet voldoen aan de daaraan gestelde eisen in het bouwbesluit. Want met een goed afgestemde en geïsoleerde schoorsteen en rookkanaal worden de rookgassen op de juiste manier afgevoerd. Dit is belangrijk voor uw eigen gezondheid en voor het voorkomen van schoorsteenbranden. Laat een installateur bepalen of uw schoorsteen en rookkanaal geschikt zijn. Een rookkanaal dat te kort is of dicht in de buurt van omliggende panden is aangebracht, kan een oorzaak zijn van overlast omdat de houtrook zich niet goed kan verspreiden. Ook een regenkap op het rookkanaal kan de uitstroom van de rookgassen belemmeren en een reden zijn voor een slechte verspreiding.
    3. Laat minstens één keer paar jaar uw schoorsteen vegen door een erkend vakman. 
      Regelmatig uw schoorsteen laten vegen voorkomt problemen, bijvoorbeeld een schoorsteenbrand met gevaar voor stoker en omwonenden.
    4. Maak een houtvuur aan met aanmaakblokjes en kleine houtjes.
      Het vuur aanmaken met brandbare vloeistoffen (bijvoorbeeld spiritus) is niet goed. Een goede methode is om te beginnen met dik hout op de as, daarop losse houtjes en aanmaakblokjes en dit aan te steken. Dit is de zogenaamde Zwitserse methode. Op internet zijn instructiefilmpjes te vinden. Volg de vulinstructies van de kachelleverancier of fabrikant. Stapel het hout losjes, zodat de lucht er goed bij kan.
    5. Stook alleen droog, onbehandeld hout.
      Alleen gekloofd hout, dat minimaal twee jaar buiten onder een afdak te drogen heeft gelegen en niet te dik is (maximaal 7 cm), is geschikt voor uw open haard of houtkachel. U herkent droog hout aan scheuren en loszittende schors. Het vochtpercentage moet kleiner dan 20% zijn en hiervoor zijn eenvoudige meters in de handel. Het stoken van nat hout zorgt voor onvolledige verbranding. Bovendien geeft nat hout veel minder warmte af en leidt het stoken van nat hout eerder tot roetaanslag en schoorsteenbranden. Stook geen hout dat geverfd, gebeitst of geïmpregneerd is. Het verbranden van afval is in Nederland wettelijk verboden. Hiertoe behoren materialen zoals sloophout, multiplex en spaanplaat, plastic, papier, karton en textiel; zij zijn niet geschikt. Bij verbranding van dergelijke materialen kunnen (zeer) schadelijke stoffen vrijkomen, zoals chloorverbindingen, PAK’s en zware metalen.
    6. Stook niet bij windstil of mistig weer.
      Door gebrek aan wind of bij mist blijven rookgassen om het huis hangen. Dit is schadelijk voor uw gezondheid en voor die van uw buren. Een windkracht van minder dan 2 op de schaal van Beaufort wordt beschouwd als windstil weer.
    7. Zorg voor voldoende frisse lucht in de ruimte waar gestookt wordt.
      Bij het stoken komen schadelijke stoffen vrij. Bovendien verbruikt een open haard veel zuurstof. Een houtkachel verbruikt veel minder zuurstof dan een open haard. Ventileer de woning extra door een raam of deur op een kier te zetten tijdens het stoken.
    8. Zorg voor volledige luchttoevoer.
      Zet de uitlaatklep naar de schoorsteen volledig open als u begint met stoken. Goede houtkachels zijn voorzien van regelbare kleppen, waarmee de luchttoevoer kan worden geregeld. Zet ook deze kleppen volledig open tijdens het stoken. Als het vuur te heet wordt, voeg dan minder brandstof toe. Verminder dan niet de luchttoevoer. Deze omstandigheden zijn met een open haard niet te realiseren.
    9. Controleer regelmatig of u goed stookt.
      U kunt eenvoudig zelf controleren of u goed stookt. Loop even naar buiten om de kleur van de rook uit uw schoorsteen te controleren. Kleurloze rook wijst op een goede verbranding. Gekleurde rook duidt er op dat de verbranding slecht is. De vlam in de houtkachel moet heldergeel zijn en niet onrustig flakkeren. Een oranje, onregelmatige vlam duidt op een onvolledige verbranding. Verbeter bij donkere rook of oranje vlammen de luchttoevoer.
    10. Laat een houtvuur vanzelf uitbranden.
      Als u een houtvuur tempert door de luchttoevoer te verminderen, komen veel schadelijke stoffen vrij. Laat het vuur daarom vanzelf uitbranden.

    Voor meer informatie over het stoken van hout verwijzen wij u naar de toolkit van de rijksoverheid

  • Ondervindt u hinder van het stookgedrag van uw buren, ga dan eerst zelf in gesprek. Veelal zijn een goed gesprek en een paar eenvoudige afspraken voldoende om de hinder te beperken. Komt u er na een gesprek toch niet uit met de buren, neemt u dan contact op met de gemeente.

  • Heeft u na het lezen van de informatie toch nog vragen over de regelgeving? Neem dan contact op met het team Toezicht en Handhaving via telefoonnummer 14 055 of via het online contactformulier.