Ga naar de homepage
A A A
Zoekvenster
Zoeken

2.3 Modern én historisch

Mijn Apeldoorn

Ruim opgezette ‘new town’

Apeldoorn is pas echt gaan groeien ná de Tweede Wereldoorlog. Woningnood was toen ‘volksvijand nummer één’. De woningproductie nam in die tijd industriële proporties aan. Aanvankelijk bouwde Apeldoorn daarbij voort op de weg die al voor de oorlog was ingeslagen. De wijken Orden en Zuid werden uitgebreid op de toen gebruikelijke manier van strokenstedenbouw, met achtereenvolgens hoogbouw, halve hoogbouw en rijtjeshuizen. Ook vestigden zich grote bedrijven als Fiat, Zwitsal, Refeda, Werklust en Philips in Apeldoorn.

Met het vol raken van Orden en Zuid werd met Zevenhuizen aan het einde van de jaren ’60 de sprong over het kanaal gemaakt. De opzet van de wijk is grootschalig. Veel hoogbouw van tien verdiepingen (of meer) wordt in een ruime groene setting afgewisseld met laagbouw met platte daken. Mede onder invloed van het landelijke spreidingsbeleid (Apeldoorn moest de Schrijftafel van Nederland worden) vestigden zich in die periode bedrijven als het Rijkscomputercentrum (nu Getronics), Kadaster en de Rijksbelastingdienst. Na de voltooiing van de A1 (1972) en de A50 (1977) neemt de economische groei van Apeldoorn een nog verdere vlucht. In de jaren ’70 en ’80 ontstond ook de grootste woonwijk van Apeldoorn: De Maten. Laagbouw, besloten hofjes en gevarieerde bouwvormen in het groen overheersen er in de toenmalige zoektocht naar een reactie op de grootschaligheid van de jaren ervoor.

Vanaf het einde van de jaren ’80 werd aan de noordoostzijde van de stad de aansluiting met Zevenhuizen gezocht: Welgelegen, Osseveld West en Woudhuis. Woudhuis is opgezet rondom het Kasteel. Daaromheen liggen buurten die weer op andere pseudo-historische verwijzingen zijn gebaseerd. Aan de noordzijde van de spoorlijn ligt Osseveld Oost, dat is opgezet rondom zeven (romantische) tuinen. Transformatie van de Kanaalzone heeft in het eerste decennium van deze eeuw opvallend hoogstedelijke woonmilieus aan het centrumgebied toegevoegd. Maar nog steeds in een voor Apeldoorn kenmerkende groene setting.

Met ongeveer 75% van de gebouwen van ná de Tweede Wereldoorlog mag je Apeldoorn met recht een 'New Town' noemen. Een moderne stad dus met een grote variatie aan ruim opgezette wijken en buurten. Ze zijn zonder uitzondering met veel toewijding ontwikkeld op basis van alle moderne stedebouwkundige scholen. En ze zijn bijzonder vanwege de grote wijkparken en vele plantsoenen.

Cultuurhistorische rijkdom

Maar Apeldoorn beschikt over meer culturele rijkdom, die vaak ook nog verder terug gaat. En dan gaat het niet alleen om bekende cultuurhistorische iconen als Paleis het Loo en Radio Kootwijk. Zo woonden er al in de steentijd mensen op de Veluwe. De vele grafheuvels in het bos en op de hei getuigen daarvan. Ook bestond er in de vroege middeleeuwen op het Apeldoornse deel van de Veluwe een bloeiende ijzerindustrie. Eeuwenoude agrarische nederzettingen zoals Meerveld, Hoog Buurlo, Wiesel en Beekbergen-Lieren hebben waardevolle landschappen met oude akkers, enkwallen, boerderijen, schaapskooien en hakhoutpercelen nagelaten. In zo’n gebied waan je je soms in het landschap van vijfhonderd jaar geleden. Het water dat van de Veluwe stroomde, zorgde aan de randen van die oude nederzettingen voor de eerste industrie: watermolens. Vooral in de zeventiende eeuw werden er veel gebouwd, gevoed door nieuw gegraven en gekanaliseerde sprengenbeken, ten behoeve van de groeiende papierindustrie. Nog altijd is die bedrijfstak belangrijk in de gemeente.

De Oranjes hebben hun stempel op de gemeente gedrukt sinds de aankoop van buitenplaats Het Loo in de zeventiende eeuw. De aantrekkingskracht van het vorstenhuis zorgde er in de negentiende eeuw voor dat Apeldoorn zich veel sneller ontwikkelde dan de andere dorpen in de omgeving. In de aanleg van het Kanaal en de spoorweg speelde de koning ook een rol. Beide zijn nog altijd erg belangrijk voor de stedenbouwkundige en landschappelijke structuur van de gemeente. Met de VSM wordt de spoorlijn bovendien recreatief benut. In de schaduw van Het Loo ontstonden ook andere buitenplaatsen, die zich later soms doorontwikkelden tot woonbuurten. Zo ontstond de chique villabuurt De Parken op het voormalige Landgoed de Pasch. In de vroege twintigste eeuw begon de stad echt hard te groeien. De Dorpsstraat werd Hoofdstraat, omzoomd door vele luxe winkels. Vooral de Jugendstil is er buitengewoon goed vertegenwoordigd. Betere verbindingen, toenemende vrije tijd en de behoefte aan gezonde buitenlucht betekenden dat zich steeds meer recreatie- en zorginstellingen vestigden in de dorpen en in het buitengebied, vaak in bijzondere gebouwen.

En uiteraard telt de gemeente een flink aantal moderne iconen. Radio Kootwijk is een van de vroegste voorbeelden, maar ook het Zwitsal-terrein, het Centraal Beheer-gebouw, het voormalige TNO-complex en latere ontwikkelingen als het Walter Bosch-complex, de Kanaaloevers en het CODA-museum zijn daar goede voorbeelden van.