Ga naar de homepage
A A A
Zoekvenster
Zoeken

2.4 Centraal én in de luwte

Mijn Apeldoorn

Regionaal centrum

Apeldoorn is de grootste gemeente op de Veluwe en in de Stedendriehoek. De stad telt een uitgebreid pakket aan regionale voorzieningen en net buiten het centrum vormt sportcentrum Omnisport zelfs een voorziening van internationaal niveau. De Gelre Ziekenhuizen bieden een regionaal centrum voor gezondheidszorg. Verreweg het grootste aanbod aan stedelijke voorzieningen ligt in het centrum. Dat geldt zowel voor de horeca, als voor winkels en cultuur.

Het aanbod aan winkels in het centrum ligt ongeveer op een niveau dat verwacht mag worden van een stad met bijna 158.000 inwoners. De variatie is groot. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) staat het centrum van Apeldoorn wat variatie betreft zelfs in de nationale top vijf. Bezoekers waarderen vooral de breedte van het aanbod en de kwaliteit van de winkels.

Het winkelaanbod in volumineuze artikelen bestaat voor ongeveer de helft uit vier grote concentraties en voor de andere helft uit over de stad verspreide winkels. De grootste concentratie is Woonboulevard ‘t Rietveld. In aansluiting daarop is bij sportcentrum Omnisport de cluster Voorwaarts in ontwikkeling.

Het aanbod aan culturele voorzieningen past eveneens bij de omvang van de stad. Schouwburg Orpheus is een van de meest veelzijdige podia in het oosten van het land. Daarnaast telt Apeldoorn de theaters Gigant! en Markant en sinds kort een grote bioscoop. In het centrum bevindt zich het Cultuurkwartier, met het ACEC-gebouw als motor voor vernieuwing en uitbreiding van de cultuurproductie. Ongeveer 60% van de Apeldoorners is tevreden tot zeer tevreden over het aanbod aan culturele voorzieningen.

Dorpse leefmilieus

De aanwezigheid van een goed aanbod aan stedelijke voorzieningen wordt in Apeldoorn gecombineerd met leefmilieus van een bijna dorpse kwaliteit. Zo telt de stad slechts drie buurten met meer dan 6.000 inwoners. In de meeste buurten ligt het aantal inwoners tussen de 2.500 en 5.500. De ruimtelijke en cultuurhistorische identiteit van de buurten is sterk verbonden met de stedenbouwkundige voorkeuren van de tijd waarin ze zijn ontstaan en de relatie met omwonenden wordt in alle buurten hoog gewaardeerd. Apeldoorn is ook een stad waar de mensen elkaar nog groeten, of het nou bekenden of onbekenden zijn. En in vrijwel alle buurten vindt meer dan 90% van de inwoners dat ze er (zeer) prettig wonen. Uit de bovenmatige aanwezigheid van doe-het-zelf winkels en tuincentra (tot 50% meer dan in andere steden) kan bovendien worden afgeleid dat de Apeldoorner zeer toewijd is aan zijn eigen huis en tuin. Problemen door overlast, verloedering en onveiligheid komen aanzienlijk minder voor dan in vergelijkbare steden. Dat geldt ook voor overlast door drugs, drank en geweldsmisdrijven.

Gevarieerde dorpen

Nauw verbonden met de verschillende landschappen, kent Apeldoorn een hele reeks dorpen en buurtschappen, met een sterke eigen identiteit. Op de Veluwe vormden Hoog Buurlo en Uddel al lang geleden agrarische nederzettingen. In Uddel is de overgang van het oude kampenlandschap naar de strakke moderne heideontginningen zeer markant. Hoenderloo ontstond wat later, met de heideontginningen en bebossingen uit de 19de eeuw. In diezelfde periode werd het dorp ontdekt als gezonde leefomgeving. Hoenderloo bestaat uit een dorpskern, een agrarisch woonlandschap en een landgoedachtig institutenmilieu. Hoog Soeren werd aan het einde van de negentiende eeuw ontdekt als aantrekkelijk verblijfslandschap. Hotels en een hele reeks villa’s liggen op de overgang van omsloten open ruimten en dichte bebossing. Het modernistische gebouw van Radio Kootwijk en de militaire enclave Nieuw-Milligen dateren uit de eerste decennia van de vorige eeuw.

Verbetering van het wegennet en vooral de aanleg van de spoorlijn naar Dieren (met station Beekbergen in Lieren) leidden in tweede helft van de negentiende eeuw al snel tot de ontdekking van Beekbergen als woondorp. Ook vestigden zich ‘instituten’ in de bosrijke omgeving en werd Beekbergen ontdekt als toeristisch oord. Beekbergen ontwikkelde zich van agrarisch lintdorp naar een ‘burgerdorp’ met een compacte kern. De ontwikkeling van Lieren is sterk met die van Beekbergen verweven. Het ontstond net als Beekbergen op de hogere gronden als een losse verzameling boerderijen en enken. Na de opening van het station (1871) groeide het dorp geleidelijk langs zijn linten uit. Dat kenmerkt Lieren
nog steeds.

Door de aanwezigheid van sprengkoppen en beken ontstond in Loenen al in de zeventiende eeuw en bloeiende (papier)industrie. Van een verzameling boerderijen rond een brink groeide het uit naar een niet-agrarisch dorp. Na de Tweede Wereldoorlog werd Loenen steeds compacter. Het is een dorp met een historische en gevarieerde lintbebouwing, met daarachter kleine wijkjes uit verschillende tijdsperioden.

Wenum en Wiesel zijn beide ontstaan in de vroege middeleeuwen op de oostelijke flanken van de Veluwe in de nabijheid van beken, akkers en weidegronden. Om de akkers tegen zandverstuivingen te beschermen, werden houtwallen aangeplant die nu nog steeds het landschapsbeeld bepalen. Wenum en Wiesel vormen een woonlandschap met drie sferen: het agrarische dorp Wenum, het woonlandschap rond de Zwolseweg en de arcadische akkers rond Wiesel. Meer richting de IJssel liggen Beemte en (zuidelijker) Klarenbeek in de drooggelegde broeken van het weteringenlandschap. Beemte is een vrij oude nederzetting, ontstaan op een zandrug, waar een oude route zich splitst in twee wegen. Klarenbeek is pas in de negentiende eeuw ontstaan bij de ontginning van vochtige heidegronden. Het dorp bestaat uit lintbebouwing en kende ooit een protestantse Apeldoornse en een katholieke Voorster kant.