Ga naar de homepage
A A A
Zoekvenster
Zoeken

4.3 Dynamo’s voor vernieuwing

Mijn Apeldoorn

Ontwikkelingen met meerwaarde

Onze gemeente telt ook gebieden waar we ons extra moeten inspannen om ontwikkelingen van de grond te krijgen. Maar als dat lukt, dan leveren ze meerwaarde voor de hele stad. Het zijn altijd gebieden waar de kwaliteiten (nog) niet op het niveau van de Buitenstad zijn en de bijbehorende opgaven zijn vaak ingewikkeld. Bijvoorbeeld doordat er veel tegelijkertijd speelt, of omdat de bijbehorende oplossingen vragen om een lange adem.

Dynamo’s

We noemen dergelijke gebieden dynamo’s voor vernieuwing. Net als bij een echte dynamo moet je namelijk eerst zelf iets doen voordat er iets gebeurt. Maar als je de gebiedsontwikkelingen aan de praat hebt, dan voegen ze ook echt iets nieuws toe aan de Buitenstad. De gebiedsopgaven waarvoor dat geldt, zijn:

  •  vernieuwing van het centrum van Apeldoorn;
  •  kleinschalige herstructurering in wijken en buurten;
  •  transformatie van delen van de Kanaalzone;
  •  Zuidbroek en Zonnehoeve ontwikkelen tot Buitenstadse woonlandschappen;
  •  experiment agrarische vernieuwing.

Prioriteiten

Deze gebieden zijn voor de Buitenstad belangrijk. Hier ligt (blijvende) prioriteit. Dat betekent dat we ook in tijden van schaarste, programma naar deze gebieden proberen te geleiden. Dit blijkt ook uit onze woningbouwprogrammering. Natuurlijk hebben we dit als gemeente niet altijd zelf in de hand, maar het zal wel de inzet zijn bij overleg met initiatiefnemers. Het past bij een duurzame Buitenstad dat binnenstedelijke ontwikkelingen prioriteit hebben. Daarom zijn zowel het vernieuwen van het centrum van Apeldoorn, de transformatie van delen van de Kanaalzone en kleinschalige herstructurering van buurten en wijken benoemd als dynamo. Maar ook het ontwikkelen van Zuidbroek & Zonnehoeve zijn belangrijke dynamo’s, omdat ze de komende jaren mede het gezicht bepalen van de Buitenstad. Binnen het experiment agrarische vernieuwing heeft de pilot Uddel op dit moment prioriteit, aangezien zich hier concrete kansen voordoen.

Programmatisch inzetten op de dynamo’s zal altijd deel uitmaken van de totale Apeldoornse programmering. Daarin is gekozen voor een brede aanpak: een evenwichtige verdeling van programma over binnenstedelijke en uitleglocaties, tussen stad en dorpen, tussen private en publieke locaties. En er moet uiteraard afzet zijn en financiers. Programmeren doen we daarom ook met gebruik van marktkennis. Zie hiervoor paragraaf 5.3.



Vernieuwing van het centrum van Apeldoorn

In het Apeldoornse centrum is sprake van een combinatie van ontwikkelingskansen en (toekomstige) opgaven. Bij de beschrijving van het fundament van de Buitenstad (paragraaf 4.1) is al aangegeven dat versterking en profilering van het centrum zich moet richten op het toevoegen van unieke stedelijke voorzieningen. Voorzieningen die nergens anders in de Buitenstad te vinden zijn en waarmee ook de regionale concurrentiepositie van het centrum wordt verbeterd. Voor de Buitenstad als geheel is het belangrijk dat het centrum een betere positie gaat innemen binnen het Veluwse toerisme. Daarbij haken we aan bij de ontwikkeling dat winkelen (funshoppen) zich inmiddels heeft omgevormd tot een recreatieve activiteit van formaat. Om hierop aan te sluiten is het nodig dat het centrum over een gevarieerder aanbod aan winkelvoorzieningen beschikt, maar vooral ook dat de verblijfskwaliteit verbetert. Door het winkelgebied te verruimen naar een aangename winkelroute (‘winkel-acht’), door buitenruimten opnieuw in te richten en door het toevoegen van horeca, cultuur en (all weather) leisure wordt de binnenstad aantrekkelijker. In een gezinsstad als Apeldoorn mogen ook faciliteiten voor kinderen en kinderopvang natuurlijk niet ontbreken. Betere zichtbaarheid van de grote hoeveelheid Jugendstil-architectuur zal bijdragen aan de versterking van het eigen ruimtelijke profiel van het centrumgebied.

Het ruimtelijke profiel van het centrum verbetert ook door het karakter van de Buitenstad echt voelbaar te maken. Dat betekent een zorgvuldige inrichting van de buitenruimte en vooral ook het vergroenen van de binnenstad. De dennen op het stationsplein vormen een mooi startpunt voor het realiseren van een echt Veluwse combinatie van ‘buiten’ en ‘binnenstad’. Daarnaast wordt ingezet op het creëren van onderscheid tussen drukke en rustige plekken in het centrum en het beter benutten van cultuurhistorische elementen en gebouwen als identiteitsdragers.

Het is belangrijk het centrum overzichtelijk en compact te houden. Wat dat betreft ligt een grote opgave bij het benutten van leegstaande en/of leegkomende gebouwen voor centrumfuncties. Wanneer leegstad voor langere tijd dreigt, moeten ook andere mogelijkheden worden onderzocht. Bijvoorbeeld tijdelijk gebruik. In het uiterste geval kunnen ook sloop of vernieuwbouw bijdragen aan de gewenste vergroening van de binnenstad.

Kleinschalige herstructurering in wijken en buurten

De buurten en wijken van Apeldoorn liggen er over het algemeen goed bij en de woontevredenheid is hoog. Grote probleemwijken, zoals die in veel andere grotere steden te vinden zijn, kent Apeldoorn gelukkig niet. Eventuele toekomstige problemen worden bij voorkeur preventief aangepakt.

De meeste buurten en wijken zijn al van Buitenstadniveau en zullen die kwaliteit de komende tijd bijna als vanzelf behouden. Extra aandacht is hier meestal niet nodig. In een aantal gevallen is die extra aandacht echter wel vereist. Dat is met name het geval in de oudere grootschalige wijken aan de zuid- en oostzijde van de stad. Ook daar gaat het echter niet om hele grote opgaven, maar vooral om een reeks kleinere, die vaak wel in samenhang kunnen worden aangepakt. Denk aan het kwalitatief aanpassen van woningen aan de verschuivingen in de vraag, aan het levensloopbestendig maken van woningen en aan het bouwtechnisch en energetisch aanpassen ervan. Maar vaak gaat het ook om hergebruik van leegkomende scholen of locaties, verbetering van het waterbergende vermogen van buurten en het beheer van de openbare ruimte. Als inspiratie voor de kwaliteit van dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen zullen wij voor de stad een kookboek laten opstellen, net zoals die er al zijn voor het landschap en de dorpen.

Kleine herstructureringsopgaven dus, waarmee als een soort acupunctuur de leefkwaliteit van een wijk of buurt kan worden verbeterd. Deze opgave speelt de komende jaren op verschillende plekken:

Zuid & Zevenhuizen

Voor de wijken Zuid en Zevenhuizen geldt dat er de afgelopen jaren met de Complete Wijken aanpak veel vooruitgang is geboekt. Fysiek zijn er grote projecten gerealiseerd of in uitvoering, terwijl de wijken ook op sociaal gebied verbeterd zijn. Voor de komende tijd zullen nieuwe ingrepen kleinschaliger zijn en zich meer richten op straten en complexen. Daarnaast zien we in Zuid ook een opgave in de (energetische) verbetering van de particuliere woningvoorraad op ons afkomen.

Orden

Orden is een prachtig voorbeeld van naoorlogse stedenbouw, en die kwaliteit en identiteit willen wij graag in stand houden. Een deel van de wijk Orden heeft daarom gericht extra aandacht nodig vanwege de kwaliteit van de woningvoorraad en de zwakke economische positie van een groot deel van de bewoners. Ook delen van de particuliere woningvoorraad vereisen aandacht.

De Maten

De Maten is met 11.000 woningen en 29.000 inwoners de grootste ‘bloemkoolwijk’ van Nederland. Op zich is De Maten een prima wijk met goede voorzieningen, maar het woningaanbod is vrij eenzijdig en de aanwezige voorzieningen beginnen verouderd te raken. Op buurtniveau zijn tekenen van maatschappelijk en fysiek verval te zien. Als we hier in het beheer tijdig op anticiperen, zal De Maten een prima buurt blijven voor gezinnen en ouderen.

Kerschoten

De wijk Kerschoten is zeer ruim van opzet, is groen en biedt een breed scala aan woningen voor diverse gezinssituaties. Het is een wijk met een neutraal tot goed imago en met een kwaliteit die het verdient om op orde gehouden te worden. Volgens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed behoort Kerschoten tot de dertig (naoorlogse) wijken van nationale waarde. Dat de wijk aandacht vereist, komt doordat de matige economische positie van de vergrijzende bevolking op termijn problematisch kan worden. Daarnast zal de leeftijd van de bebouwing bouwtechnische en energetische maatregelen nodig maken.

Transformatie van delen van de Kanaalzone

Met de groei van Apeldoorn in oostelijke richting is het Apeldoorns Kanaal steeds centraler binnen de stad komen te liggen, als het kloppende hart van de Apeldoornse bedrijvigheid. Sinds het in 1972 voor de scheepvaart gesloten werd, hebben echter veel van de aanliggende terreinen hun functie verloren. Delen van de Kanaalzone zijn verouderd en er zijn bedrijven gevestigd die hinder veroorzaken. De Kanaalzone is een barrière geworden. Door de centrale ligging en door de deels groene en deels industriële uitstraling vormt de Kanaalzone echter ook een uniek gebied in de stad. In de Kanaalzone hebben we daarom al enkele jaren lang de kans gegrepen om nieuwe combinaties van wonen en werken aan het water te ontwikkelen. Direct grenzend aan het Centrum is de Kanaalzone daardoor flink van kleur verschoten. De Kanaaloevers zijn veel stedelijker geworden. Maar wel Apeldoorns, door de ruime opzet, de goed ingerichte openbare ruimte en de groene omgeving.

Hiermee willen we de komende jaren doorgaan, zij het op kleinere schaal. De focus ligt vooral op de centrale delen van de Kanaalzone en het Zwitsal terrein. In het hele plan wordt uitgegaan van een veel dunnere en meer groene invulling, zowel in de publieke als de private locaties. Dat sluit aan bij de ontwikkeling zoals die reeds gaande was: meer ‘Apeldoorns’ bouwen met bijvoorbeeld meer grondgebonden woningen. Ook de omvang van het totale programma in de Kanaalzone is kleiner dan eerder gedacht.

Het weer bevaarbaar maken van het Kanaal biedt voor de langere termijn een geweldige kans om het gebied van een nieuwe dynamiek te voorzien. De binding tussen het kanaal en de stad (en de regio) wordt erdoor versterkt, evenals de toeristische positie van het centrumgebied. Bovendien worden nieuwe mogelijkheden gecreëerd voor het realiseren van levendige woon-, werk- en (waterrecreatieve) verblijfsmilieus.

In tijden van teruglopende programma’s is het nodig om na te denken over de ontwikkeling van tijdelijke concepten. De gemeente kan daarbij een belangrijke rol spelen, bijvoorbeeld door vergunningvrije zones te creëren. Ook dat is een vorm van ruimte bieden. De (tijdelijke) invulmogelijkheden zijn vervolgens legio: festivals, stadslandbouw, freestyling, sport, stadsstranden, attracties, een stadscamping, dancefeesten, experimenteel theater, geluidsstudio’s, oefenruimten, ateliers en ga zo maar door. Hergebruik van bestaande panden kan op deze manier ook nieuwe thema’s en attracties voor de stad opleveren.

Zuidbroek en Zonnehoeve buitenstads woonlandschap

Een nog betere Buitenstad willen zijn, betekent ook dat we de lat bij de ontwikkeling van onze nieuwe woongebieden hoog leggen. Dat geldt met name voor Zuidbroek en Zonnehoeve die voor de komende 20 jaar de belangrijkste uitbreidingsgebieden vormen. Veranderende marktomstandigheden bieden daarbij ook nieuwe kansen voor een ontwikkelstrategie die zowel de kwaliteiten van de Buitenstad versterkt, als flexibele ontwikkelingsruimte biedt voor groenstedelijke woonprogramma’s. Bijvoorbeeld door gebieden die voorlopig nog niet worden ontwikkeld alvast landschappelijk in te richten. De luwte op de woningmarkt kunnen we ook benutten om op beide locaties te zoeken naar nieuwe typen buitenstads wonen.

Experiment agrarische vernieuwing

Vanuit de ambitie om de economische vitaliteit van onze buitengebieden te bevorderen (zie paragraaf 3.4) willen wij ruimte bieden voor vernieuwing van de agrarische sector. Daarom werken we aan het experiment ‘agrarische vernieuwing’ in de agrarische enclave Uddel. Doel ervan is om een integraal plan op te stellen voor het terugdringen van de ammoniakbelasting, een beter landschap en meer natuur, met aandacht voor dierenwelzijn. Dit doen we samen met de andere gebiedspartners. De agenda die we hierbij hebben gaat ook over leefbaarheid en economie. Private partijen worden betrokken en we denken vanuit (ontwikkelings) kansen, niet vanuit belemmeringen. Dat past ook bij de kansenbenadering van deze structuurvisie.

Dit alles maakt dit experiment tot een dynamo. De voornaamste opgave ligt immers in het zoeken naar mogelijkheden om flexibel met regelgeving om te kunnen gaan. En om te kijken of nieuwe kansen gecreëerd kunnen worden voor agrarische ontwikkeling. Daarbij gaat het ook om het zoeken naar nieuwe coalities en nieuwe (verbrede) economische activiteiten. Het experiment in de agrarische enclave bij Uddel vormt tevens een pilot voor het vinden van nieuwe relaties tussen stad en ommeland. Een ommeland dat ruimte biedt voor de stedelijke behoefte aan recreatie, energie en voedsel en dit als dienst aanbiedt. En dat bij voorkeur op basis van een duurzame kringloop. De resultaten van het experiment bij Uddel zijn daarom belangrijk voor de vernieuwing van onze benadering van agrarische ontwikkelingen elders in de gemeente. Nieuw Milligen vormt daar een voorbeeld van.



  • ANWB paddestoel