Ga naar de homepage
A A A
Zoekvenster
Zoeken

5.3 De weg naar succes

Mijn Apeldoorn

Flexibele bestemmingsplannen

We hebben het al eerder gezegd: de toekomst is onvoorspelbaar. Sinds de economische crisis van de afgelopen jaren is de onzekerheid groot. Investeerders (en overheden) zijn steeds minder geneigd om (grote) nieuwe ontwikkelingen aan te gaan, zonder behoorlijk zeker te zijn over de afzet ervan. Stedelijke en dorpse ontwikkelingen worden meer en meer door de vraag aangestuurd. En diezelfde terughoudendheid bij investeerders zal er ook steeds vaker toe leiden, dat eindgebruikers zelf initiatieven gaan ontplooien, al dan niet in collectief verband.

Dat betekent dat in bestemmingsplannen telkens een keuze moet worden gemaakt in hoeverre ingespeeld kan worden op veranderende en vaak nog onvoorziene vraag. Als we ruimte willen bieden voor een grotere verscheidenheid aan initiatieven ‘van onderop’, zullen onze bestemmingsplannen en andere planologische regelingen ook flexibeler moeten zijn. In algemene zin betekent dit bijvoorbeeld ruimer bestemmen (meer gemengde bestemmingen), minder gedetailleerd de bebouwingsmogelijkheden vastleggen of werken met meer flexibiliteitsbepalingen. Vooral de omgevingskwaliteit moet centraal staan. Op deze manier kunnen we beter inspelen op bijvoorbeeld initiatieven voor tijdelijk gebruik van leegstaand vastgoed of braakliggende (bedrijven) terreinen. Maar een algemeen recept voor flexibeler bestemmen is niet te geven. Telkens zal aan de hand van de concrete omstandigheden en doelstellingen bezien moeten worden welke flexibiliteit gewenst is, ook in relatie tot kostenverhaal. Dit doen we samen met bewoners en belanghebbenden in het plangebied.

Regelmatig wordt bezien of er aanleiding is het dan geldende bestemmingsplan (partieel) te herzien. Flexibel bestemmen komt ook daarbij aan de orde.

Adaptief programmeren

Programmeren in een onzekere wereld vraagt om flexibiliteit. We willen daarom adaptief programmeren. Zodat we snel bij kunnen schakelen als zich nieuwe ontwikkelingen voordoen. En programma’s kunnen bijstellen of uitwisselen als dat nodig is. Als het gaat om programmeren, voeren we als gemeente de regie, maar een goede voeling met de markt is cruciaal. We betrekken marktpartijen en merkdeskundigen daarom bij onze programmering. De ambities moeten immers zoveel mogelijk gedeelde ambities worden.

Programmeren is geen eenmalige actie, maar een permanent proces. Ook de regio Stedendriehoek en de provincie Gelderland zijn daar belangrijke partners bij. In de programmering spelen de dynamo’s een belangrijke rol. Daar willen we in ieder geval programma laten landen, omdat het cruciale ontwikkelingen voor de Buitenstad zijn.

Ook regionaal inzetten

Ook binnen de Stedendriehoek onderscheidt Apeldoorn zich als Buitenstad van bijvoorbeeld de historische Hanzesteden Deventer en Zutphen en van de andere Stedendriehoekgemeenten. Maar er is ook programmatische samenhang, bijvoorbeeld als het gaat om het aantrekken van bewoners (en bedrijven) vanuit de Randstad, het onderbrengen van regionale werkgelegenheid en de markt voor (boven) regionale winkelvoorzieningen. Afstemming binnen de Stedendriehoek is daarom van groot belang. Daarnaast zetten we in op het (verder) ontwikkelen van een gezamenlijk regionaal profiel. Onderlinge specialisatie moet er toe leiden dat de marktpositie van de Stedendriehoek als geheel wordt versterkt

Ook voor de programmatische afstemming in de Stedendriehoek geldt dat regelmatig op basis van actuele marktontwikkelingen wordt gekeken waar concurrentie dreigt en waar we elkaar aanvullen. En dat heeft natuurlijk alleen nut als er vervolgens afspraken gemaakt kunnen worden over fasering, temporisering of uitwisseling van projecten of programma’s. Alleen door samen te werken met de partners binnen de Stedendriehoek, kunnen de ambities uit deze structuurvisie verder worden gebracht. Dat geldt voor de al eerder genoemde programmatische afstemming, maar ook voor bijvoorbeeld de doorstroming op de A1 en A50 en het realiseren van spoorverbindingen naar Arnhem en Zwolle. Ook het bevaarbaar maken van het Apeldoorns Kanaal of het verder uitbouwen van de Veluwe als toeristisch toplandschap vraagt om partnerschap, soms ook met meer partijen dan alleen de regio. Ook het waterschap Vallei en Veluwe is een belangrijke regionale samenwerkingspartner als het gaat om de wateropgaven die op ons afkomen. En vanzelfsprekend is de provincie Gelderland een belangrijke partner bij uitvoering.

Samen werken aan de Buitenstad

Werken aan de Buitenstad doen we samen. Dat vraagt om een open proces, waarbij vanaf het begin wordt aangestuurd op een zo goed mogelijke gezamenlijke uitkomst. Die uitkomst is van tevoren niet precies vast te leggen, maar wel kan worden vastgelegd dat initiatieven moeten bijdragen aan de Buitenstad. Dat vraagt om eerlijke en transparante afwegingsargumenten. Zodat we kunnen uitleggen wanneer er sprake is van meerwaarde voor de Buitenstad en wanneer niet. De principes voor de Buitenstad zijn hiervoor ons houvast. Maar het is tegelijkertijd ook een nieuwe werkwijze, die zich nog verder zal moeten ontwikkelen en bewijzen. We zullen dan ook op gezette tijden de effectiviteit en de ‘klanttevredenheid’ hiervan evalueren.