De herdenking vond plaats in het Vierhuis en vervolgens bij het monument dat herinnert aan de slachtoffers. Leerlingen van PCBO De Regenboog Woudhuis zongen, en droegen gedichten voor. Bij het monument legden burgemeester Ton Heerts en nabestaanden bloemstukken, samen met de kinderen.
Vrije groep Narda
De trieste geschiedenis heeft te maken met de verzetsgroep van Meinarda van Terwisga. Zij stond als jonge vrouw aan het hoofd van verzetsgroep ‘Vrije groep Narda’. De groep hield zich onder andere bezig met het helpen van Joden en onderduikers, namaken van persoonsbewijzen en het bezorgen van distributiekaarten voor levensmiddelen.
De groep werd verraden. Op 30 september 1944 werden zes verzetsmensen gearresteerd: Wim Aalders, Jan Barendsen, Reinier van Gerrevink, Wim Karreman, Jan Schut en Hans Wijma. Ook werden twee geallieerde vliegers gearresteerd: de Engelsman Kenneth Ingram en Amerikaan Robert ‘Bob’ Zercher. De leider van de verzetsgroep, Van Terwisga, werd gearresteerd. Net als mevrouw Bitter, in wiens huis de twee ondergedoken vliegers werden gevonden.
In de vroege ochtend van 2 oktober 1944 werden de acht mannen gefusilleerd op het terrein van Het Apeldoornsche Bosch. Hun lichamen werden vervolgens ter afschrikking op verschillende plekken in Apeldoorn neergelegd, met om hun nek een bord met het woord ‘Terrorist’. De lijken werden pas na 3 tot 4 dagen weggehaald.
Deze brute daad was een wraakactie van de Duitsers, omdat er na meerdere oproepen te weinig Apeldoornse jongens en mannen waren gemeld voor de ‘Arbeitseinsatz’ (dwangarbeid).