Ga naar de homepage

Monumenten en beschermde stads en dorpsgezichten

Erfgoed speelt een belangrijke rol in hoe we de dagelijkse leefomgeving beleven en waarderen. Het is onderdeel van ons collectieve geheugen en de verbindende schakel tussen verleden, heden en toekomst.

Mijn Apeldoorn

Monumenten vormen de topcollectie van ons gebouwde erfgoed. Ze zijn een venster naar het verleden en houden onze geschiedenis levendig. Het is belangrijk dat erfgoed beleefbaar blijft, maar ook kan worden gebruikt.

De gemeente Apeldoorn en het Rijk willen zorgvuldig omgaan met de waardevolle erfenis en deze doorgeven aan volgende generaties.

Een gebouw kan zo bijzonder zijn, dat de overheid ze een status toekent. We spreken dan van een monument. Er zijn in Apeldoorn gemeentelijke en rijksmonumenten. Monumenten zijn beschermd tegen rigoureuze veranderingen die het historische karakter aantasten. Dat geldt voor de buitenkant maar ook voor de binnenkant. Bij verbouwingen wordt gezocht naar een goede balans tussen de authenticiteit van het monument en de wensen voor het (nieuwe) gebruik.
Naast monumenten zijn er ook nog ‘karakteristieke panden’ en ‘beeldbepalende panden’. Deze zijn via het bestemmingsplan respectievelijk de monumentenverordening beschermd tegen (gedeeltelijke) sloop, maar kennen geen aparte regels voor verbouwing.

Net als gebouwen kunnen ook gebieden door de overheid (het rijk of de gemeente) beschermd worden. Deze gebieden noemen we beschermde stads- en dorpsgezichten of cultuurhistorisch waardevolle gebieden. Het zijn gebieden die zeer bijzonder zijn omdat het oorspronkelijke karakter goed bewaard is gebleven. Dat karakter is nog goed te herkennen aan bijvoorbeeld de bebouwing, het groen, de wegenstructuur en de wijze waarop grond en gebouwen worden benut.

Het doel van de bescherming is om waardevolle historische kenmerken te behouden en een plaats te geven in toekomstige ontwikkelingen. Het houdt dus geen bevriezing van de huidige situatie in. In het gebied moet gewoon gewoond en gewerkt kunnen worden. Wel is het belangrijk dat nieuwe ontwikkelingen passen binnen het waardevolle karakter van het gebied.

In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de erfgoedwet en de gemeentelijke Monumentenverordening zijn de spelregels vastgelegd die gelden voor monumenten en rijks- en gemeentelijk beschermde stads- en dorpsgezichten en rijksbeschermde buitenplaatsen. Vanaf 2020 gaat een deel van die regelgeving op in de omgevingswet.

Erfgoed in relatie tot welstand

Wanneer de eigenaar zijn monument wil restaureren of verbouwen, moet meestal een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘wijzigen monument’ worden aangevraagd bij de gemeente. Daarnaast wijken de regels voor vergunningvrij bouwen bij monumenten (rijks- en gemeentelijk) en bij rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten en rijksbeschermde buitenplaatsen af van de regelgeving voor onbeschermde gebouwen. Via het omgevingsloket kan worden gecheckt welke bouwwerkzaamheden aan monumenten en in rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten en rijksbeschermde buitenplaatsen vergunningvrij kunnen worden uitgevoerd.

Verbouwingen aan monumenten en aan gebouwen in beschermde stads- en dorpsgezichten, rijksbeschermde buitenplaatsen en cultuurhistorisch waardevolle gebieden zijn altijd specifiek en worden daarom niet getoetst aan de criteria voor veel voorkomende bouwwerken, maar beoordeeld aan de hand van het karakter van het gebouw in combinatie met de gebiedsdoelstellingen (bijlage B). Voor de volledigheid, dit geldt ook voor beeldbepalende panden (liggen altijd in een beschermd gezicht) en voor karakteristieke panden die gelegen zijn in een cultuurhistorisch waardevol gebied.

Aandachtspunten t.a.v. verbouwingen bij erfgoed

Veel mensen beschouwen wonen of werken in een monument als een hele eer; het is immers niet zomaar een gebouw. De eigenaar vindt zijn monument gelukkig vaak zo bijzonder, dat hij er zorgvuldig mee wil omgaan. Het onderhouden, restaureren, verduurzamen en aanpassen vraagt om specifieke kennis en vaardigheden. Het ontwerpen en uitvoeren van werkzaamheden aan een monument kan het beste gedaan worden door specialisten die hierin ervaren zijn. De gemeente kan u ook daarin ondersteunen, via de adviseur onderhoud en restauratie.

De hieronder beschreven gespreksonderwerpen kunnen worden gebruikt wanneer u een plan tot verbouwing van een monument bespreekt bij de CRK. Deze gespreksonderwerpen dienen als criterium, ontwerpkader en inspiratiebron. Naast deze specifieke aandachtspunten voor monumenten gelden uiteraard ook de algemene gespreksonderwerpen.

  • Een boerderij in Zilven, een woning in de Metaalbuurt, het zendstation van Radio Kootwijk, ieder monument vertelt zijn eigen verhaal, heeft zijn eigen bouw- en gebruiksgeschiedenis en structuur, stijl en bijzondere kenmerken. Voordat een plan wordt gemaakt, is het belangrijk om kennis te hebben van de aspecten die juist dat monument waardevol maken. Een eerste bron daarvoor is de redengevende beschrijving van het monument. Deze kunt u opvragen bij de gemeente.

    Deze beschrijving geeft niet altijd voldoende informatie. Het kan zijn dat nader onderzoek nodig is naar de bouwkundige, (bouw)historische, kunst- en architectuurhistorische, cultuurhistorische of technische aspecten van het monument. Al deze gegevens samen vormen een belangrijke onderlegger bij het opstellen van plannen.

  • Een algemeen uitgangspunt bij het onderhoud van monumenten is: het behoud van het monument, en van alle bijbehorende onderdelen, heeft altijd de voorkeur boven vernieuwing. Bij vernieuwing gaat er onherroepelijk historisch materiaal verloren. Het is een beslissing die maar eenmaal genomen kan worden.

    Soms is herstel of vervanging noodzakelijk. Moet er toch iets gewijzigd of vernieuwd worden, dan is het huidige beschermde monument (ontwerp, hoofdvorm, materiaal, uitvoering en details) het uitgangspunt. Bij de gemeentelijk adviseur onderhoud en restauratie kunt u advies inwinnen over de manier waarop u dit kunt aanpakken en welke uitgangspunten hiervoor gelden.

  • Weinig monumenten zijn sinds de bouw of aanleg geheel onveranderd gebleven. Die aanpassingen horen bij de geschiedenis van het monument, ze zeggen iets over maatschappelijke of functionele ontwikkelingen. De wijzigingen kunnen dan ook waardevol zijn vanuit architectonisch, landschappelijk of bouw- en cultuurhistorisch oogpunt.

    Wanneer je iets toevoegt aan een monument, moet het dan eigentijds of historiserend zijn? Daar is in de loop der tijd steeds wisselend over gedacht. Tegenwoordig wordt waarde gehecht aan de leesbaarheid van een monument en mag een ontwikkeling gezien worden. Een eigentijdse toevoeging kan goed passen bij een monument en maakt de bouwgeschiedenis leesbaar. Tegelijkertijd is bijv. bij winkelpuien, serres en veranda’s juist weer een groeiende waardering voor reconstructies. Er is dus niet één oplossing. Iedere ingreep aan een monument vraagt om maatwerk: wat past bij dit monument en deze omgeving?

  • Het bijzondere van monumenten wordt in hoge mate bepaald door de zichtbare ouderdom en de beleving hiervan. Deze komen niet alleen tot uitdrukking in de bouwstijl, maar ook in de manier waarop materialen zijn verwerkt en de wijze waarop ze verouderen. Een schuur met ruwhouten gepotdekselde gevels straalt functionele eenvoud en soberheid uit. Een betimmering in het interieur straalt juist rijkdom uit. Behoud van historisch bouwmateriaal is daarom belangrijk.

    Een ander essentieel aspect is de wijze waarop onze monumenten zijn gebouwd: hoe de constructie in elkaar steekt en hoe details en afwerking zijn uitgevoerd. Deze aspecten vertellen namelijk over de tijd waarin het monument is gebouwd, de plek waar het staat of de functie die het had.

    Ook kenmerkende afwerkingen, detailleringen en kleurgebruik vertellen over de bouw- en gebruikersgeschiedenis van het monument. Oorspronkelijke kleuren zijn vaak verdwenen. Kijken we om ons heen, zien we nu vooral wit, crème en donkergroen. Terwijl het oorspronkelijke kleurgebruik zo veel creatiever was. In Apeldoorn werd rond de 19e eeuw veel oker toegepast. Maar ook de naoorlogse periode kent een rijker kleurgebruik dan dat wij nu zien.

  • In een monument kunnen we comfortabel en duurzaam wonen en werken. Het staat er al vele jaren en heeft wat betreft materialen en bruikbaarheid inmiddels zijn duurzaamheid bewezen.
    Op het gebied van energiezuinigheid en comfort valt er soms het een en ander te verbeteren. Een monument is wel anders dan een nieuwbouwwoning; het vraagt om een specifieke behandeling en kennis.

    Een oud gebouw heeft tijdenlang een eigen vocht- en temperatuurhuishouding gehad. Wanneer we deze bouwfysische gesteldheid wijzigen, kan dit nare gevolgen hebben, zoals vochtproblemen schimmelvorming en houtrot. Ook moet rekening gehouden worden met de monumentale waarden. Soms is het aanbrengen van dubbelglas niet mogelijk. Dan kan het plaatsen van isolerende achter-zet-ramen een uitkomst bieden. Of het mogelijk is zonnepanelen of –collectoren te plaatsen, verschilt per geval. E.e.a. hangt bijv. af van het uiterlijk, de zichtbaarheid en eenduidige plaatsing. Verder speelt mee in hoeverre het geplaatst kan worden zonder schade aan te brengen aan het monument (reversibiliteit).