Ga naar de homepage
A A A
Zoekvenster
Zoeken

2.2 Stad én landschap

Mijn Apeldoorn

Gezinsstad

Apeldoorn kent eigenlijk al sinds de opkomst van de industrie flinke vestigingsoverschotten. Tot aan de tweede wereldoorlog was dat vooral om werkredenen. Daarna kwamen daar ook woonredenen bij en nam de groei van Apeldoorn pas echt een grote vlucht. Tot aan de jaren tachtig van de vorige eeuw kende de gemeente vestigingsoverschotten van 1.000 tot soms 1.500 personen per jaar en geboorteoverschotten van 500 tot 1.000 personen per jaar. In die periode was Apeldoorn jarenlang de snelst groeiende gemeente van Nederland. In de jaren tachtig en daarna namen de vestigingsoverschotten af naar enkele honderden per jaar, met soms zelfs een vertrekoverschot.

De huishoudens in Apeldoorn zijn gemiddeld iets groter dan in de rest van Nederland. Niet in de laatste plaats omdat Apeldoorn onder gezinnen met kinderen populair is. De bevolking is gemiddeld iets ouder dan het Nederlandse gemiddelde, onder andere omdat Apeldoorn vooral in de eerste tientallen jaren na de tweede wereldoorlog zo snel is gegroeid. Bovendien verlaten nogal wat jongeren na de middelbare school de gemeente om elders hoger onderwijs te volgen.

Het beste landschap

Apeldoorn behoort tot de ruimst opgezette steden van Nederland. Aanzienlijk ruimer dan andere middelgrote steden als Arnhem, Enschede en Deventer. En Apeldoorn ligt in een aantal unieke landschappen. Met ruim een acht als rapportcijfer is de Veluwe het meest gewaardeerde landschap van Nederland. Het gebied kent al een zeer lange bewoningsgeschiedenis en telt mede daardoor ook de meeste archeologische vindplaatsen van Nederland. Naar het oosten toe gaat het grotendeels beboste landschap van de Veluwe over in het de meer open agrarische productielandschap van de IJsselvalei en in het zuiden in een landgoederenzone, waarvan landgoed Woudhuis een uitloper is.

Op de overgang van Veluwe en IJsselvallei ligt een afwisselend landschap, dat wordt gedragen door met Veluwewater gevoede beken en sprengen. De beken ontspringen enigszins verborgen in de Veluwse bossen en stromen in de richting van de IJsselvallei. Daar maken ze deel uit van een eeuwenoud kleinschalig landschap van agrarische grond op enken en in kampen, omzoomd door houtsingels, bosjes en nederzettingen. De sprengen werden vanaf de middeleeuwen gegraven om de vele papiermolens en later de wasserijen van schoon water te voorzien. In het noorden monden de beken en sprengen uit in de Grift, in het zuiden voeden ze het Apeldoorns Kanaal. Dit stelsel van beken, sprengen en kanaal is volstrekt uniek voor Nederland.