Ga naar de homepage

Stadsgesprekken

Tijdens stadsgesprekken halen we aan de hand van thema’s op wat er leeft onder gebruikers van de binnenstad.

Mijn Apeldoorn

Dinsdag 7 november was het eerste stadsgesprek vanuit de campagne “Jij in het centrum”. Met deze campagne wordt input opgehaald voor onder meer het omgevingsplan binnenstad. Thema die avond was leegstand. Aan de hand van prikkelende stellingen, ingebracht door wethouder Nathan Stukker en ambassadeurs Petra Hart en Peter Vroon ontstond een levendige discussie, met als resultaat een gedeelde mening over hoe om te gaan met leegstand; zie leegstand niet als de vijand, maar als een kans.

Stadsgesprek 7 november
Thema leegstand


Om 18.30 uur wordt het eerste stadsgesprek, als onderdeel van de campagne ‘Jij in het centrum’geopend door Astrid Sluis (programmamanager omgevingswet) en Werner Weskamp (projectleider omgevingsplan).

Jij in het centrum

In oktober is de campagne ‘Jij in het centrum’ gestart. De gemeente gaat, samen met partners als stichting centrummanagement en de wijkraad centrum, uitgebreid met bewoners, ondernemers, bezoekers en gebruikers in gesprek. Zowel ‘online als offline’. We halen op wat er leeft, wat mensen belangrijk vinden, wat er beter kan of juist wat goed gaat en wat hun ideeën zijn over de binnenstad. Centraal staat de oproep “Hoe denk jij over het centrum? Spreek je uit!”

Ambassadeurs

Petra Hart (inwoner binnenstad) en Peter Vroon (fotograaf), wordt de vraag gesteld waarom zij ambassadeur voor de campagne zijn geworden. Petra: “Ik zag – ook als ondernemer – dat de stad best wat leuker mag worden. Belangrijk hierbij is het driehoeksgesprek met bewoners, ondernemers en de gemeente.” Peter geeft aan: “Ik ben heel veel in het centrum te vinden. We hebben een mooi centrum volcreatieve mensen. Leuk om ambassadeur te zijn, met elkaar zijn we een mooie doorsnede van Apeldoorn.”

Wethouder Nathan Stukker

Wethouder Nathan Stukker wordt geïntroduceerd door Astrid en vertelt: “We hebben dit gesprek niet zomaar blijmoedig georganiseerd. We moeten onszelf beseffen dat we iets met de output moeten doen. De vraag is dan ook: hoe ver reikt de arm van dit gesprek? De binnenstad krijgt opnieuw een centrale plek in de begroting. We gaan investeren in de openbare ruimte. Denk hierbij aan onder andere verlichte bomen en het straatwerk. De binnenstad is de huiskamer van de stad. Dat gevoel moet ontstaan. Zelf ben ik fan van het gevelfonds. Het helpt ons in het creëren van een stijl die past in de binnenstad.”

Daarna: “Hoe kun je met elkaar iets extra’s brengen waardoor het leuk blijft en toekomstbestendig? De leegstand in onze stad is dusdanig laag, slechts 13%. Desondanks moeten we nadenken en vooral met elkaar in gesprek zijn over de wijze waarop we ruimte creëren in de binnenstad voor alle functies. En hoe we de stad aantrekkelijk houden.”

Nathan Stukker brengt de eerste stelling in. Deze luidt:

De Apeldoornse binnenstad onderscheidt zich van omringende dorpen en steden door de sfeer en georganiseerde activiteiten.

Zodra een van de deelnemers in het gesprek reageert, wordt de dialoog op levendige wijze opgestart. “Er wordt best wel het een en ander georganiseerd, maar ik vind het zo vervelend dat men daar negatief op reageert. Wat willen we nou. Als je niet wil, hoef je niet te komen.”

Weinig samenhang

Een andere deelnemer geeft aan: “Er wordt heel veel georganiseerd in dit drukke gebied als je het breder bekijkt, zoals Zwitsal. Er is voor ieder wat wils. Maar als je kijkt naar hoofdstraat, raadhuisplein dan zie je weinig samenhang. In Deventer wordt het Dickensfestival georganiseerd door iemand die veel tijd had en veel uit eigen zak betaalde. Ja daar kun je niet tegenop. De Giro was een prachtig evenement. Apeldoorn werd een stad. Maar ik vind het nog te gefragmenteerd.”

“Er zijn in Apeldoorn twee groepen: dorp houden of juist stad worden”, reageert een derde deelnemer. “Zit Apeldoorn in een identiteitscrisis?“. “Het winkelaanbod kenmerkt zich door grote ketens, dan onderscheid je je niet van andere steden. Maar kleine familieondernemingen, daar komen mensen op af.”

Korenstraat

“De Korenstraat steekt er met kop en schouders boven uit omdat het een unieke straat is. De straat profileert zich ook sterk, maar de rest blijft achter“, vindt weer een andere deelnemer.

Van de grond krijgen

“Het is moeilijk om iets van de grond te krijgen in de binnenstad, horen we vaak”, zegt de wethouder. “Hoe komt dat nou? Waarom kiezen Hudson Bay en Primark niet voor Apeldoorn? Het is blijkbaar moeilijk om in Apeldoorn wat van de grond te krijgen …”

Willy Gout (Waxx Kappers), eveneens ambassadeur voor de campagne en gastheer van de avond, begon in 1992 in Apeldoorn met een eerste kapsalon. “Overal waar ik begon kreeg ik te horen; in Amersfoort is het heel moeilijk om een zaak te openen. In Amsterdam is het moeilijk een zaak te openen… Je moet je doelgroep kennen en meebewegen met de stad, dan is niets moeilijk.”

Een van reageert hierop met: “Als ze je eenmaal hebben gevonden zijn Apeldoorners heel trouw.” “Er is veel te doen. Iedereen wil er wel graag bij zijn.”

Nathan Stukker vraagt: “Hoe omschrijven jullie de sfeer in de Apeldoornse binnenstad?” Een eerste reactie hierop is: “Door de recessie had je elkaar nodig. Zie wat er gebeurde in de
Korenstraat. Dan is van alles van de grond gekomen. Dit is positief en moet je aan vasthouden.”

Afstemming van activiteiten

“De Stadsoase (combinatie tussen gigant en CODA) trekt nieuwe Apeldoorners naar het centrum, die je normaal nooit ziet. Mansion24 kiezen voor combinatie kleding en vertier. We moeten bereid zijn om crossovers te maken.”, wordt vervolgens aangegeven.

“Punt is wel dat sommige activiteiten niet goed op elkaar worden afgestemd. Begin september is het super druk met evenementen. Andere momenten weer niet. Op dit moment wordt door de evenementenafdeling van de gemeente niet gestuurd op data. Vanuit subsidiebeleid overigens wel. Er is een evenementenkalender. Er wordt echter vaak alleen gekeken of een vergunning verleend mag worden en niet naar een geode spreiding van evenementen over de tijd. Misschien heeft: ‘Uit in Apeldoorn’ ook meer bekendheid nodig?”

Kiezen voor kwaliteit

Een van de deelnemers reageert: ‘In andere steden kun je meer rondlopen. Het is daar knusser. Als je vanaf het Stationsplein, op zoek naar het VVV, naar stad loopt is er weinig te zien en doen. Doe daarnaast meer met het Raadhuisplein en met de markt. Het is nu een saaie boel.” Vervolgens: “Er ontbreekt een stukje charme. Er is geen groen op het Marktplein. Bij de Nieuwstraat denk je; ik zit verkeerd. Een hele hoop shoarmazaken en het Kunstkwartier valt weg. Je zou vanaf het Caterplein (voormalige waxx) de boel af moeten breken tot en met De Slegte en dan inbreiden. Er zou gekozen moeten worden voor kwaliteit.”

Entree binnenstad

Al met al is de conclusie dat de entree van de binnenstad op een aantal plekken gemarkeerd zou kunnen worden. Zo is het proefstraatje vanaf Van Kinsbergen een leuke ontwikkeling. Een goede P&R, kan een goede bijdrage leveren aan het aantal bezoekers van de binnenstad.

Petra Hart legt de tweede stelling van de avond op tafel:

De diversiteit in winkelaanbod in de binnenstad is groot.

‘Ik mis winkels met kleine dingetjes. Er is geen beleving. Dit heeft echt te maken met sfeer.”, wordt al een eerste reactie gegeven. “Naar de binnenstad gaan is een uitstapje. Het imago wat Apeldoorn heeft bij buitenstaanders is anders dan de beleving van de inwoners. Er wordt veel gedaan, Apeldoorners moeten opgevoed worden. Ze zouden wel wat trotser op hun eigen stad mogen zijn.”

De gehele groep is het er mee eens dat de hoge huurprijzen leiden tot leegstand. “Wie kan dit betalen? Jonge ondernemers worden op die manier niet gestimuleerd. De omzet moet wel erg hoog zijn, als je jezelf ook nog een salaris wilt uitkeren.”

De oplossingen

De deelnemers aan het gesprek opperen een paar goede oplossingen voor het leegstandsprobleem:

  • Leegstaande ruimtes als atelierruimte aanbieden.
  • De kosten voor de verbouwing evenredig verdelen over de huurbaas en de huurder.
  • Winkels moeten leeg opgeleverd worden. Eigenlijk is dit zonde van inventaris en de spullen die eventueel overgenomen kunnen worden.
  • Het aantal maanden dat de ruimte leeg staat, is gelijk aan het aantal maanden korting op de huur.
  • Oranjerie renoveren?

Iemand geeft aan: “Ondernemers huren vaak contractueel voor een periode van vijf jaar. Als je stopt moet je dat een jaar van te voren weten. Dit werkt drempel verhogend. “

Zo slecht is het nog niet

En: “Als je diversiteit in je winkelaanbod wilt hebben, heb je ook een divers publiek nodig. Misschien moet je wel concluderen dat diversiteit groot genoeg is voor de mate van diversiteit in het publiek. De negativiteit ligt wellicht eerder bij de Apeldoorner dan bij de niet-Apeldoorner.”

Een medewerker van de gemeente geeft aan: “Mathematisch hebben wij een heel divers aanbod. Van de kapper tot een notenzaak, als je qua spreiding kijkt dan zijn wij na Haarlem de tweede stad in variëteit. Maar er is een verschil tussen wat je ervaart en wat de cijfers zeggen.”

Nieuwe concepten

We zullen anders moeten kijken naar stedelijke ontwikkeling. Er is steeds meer behoefte aan concepten als de Stadsoase en Mansion24. We moeten hierin mee, anders is de toekomst van Apeldoorn als winkelstad passé. Sec het winkelen neemt een minder prominente plaats in. Blurring, het vermengen van horeca en detailhandel, is het nieuwe winkelen. Je koopt een plaat en laat tegelijkertijd de je haren knippen.”

“Kijkend naar Apeldoorn is de diversiteit van voorzieningen in deze stad niet groot. Waar kun je een kop koffie drinken, kan ik goed parkeren, waar ga ik uit?”

“We moeten meer en meer kijken naar waar de mensen op af komen. En van daaruit de ruimtelijke planning van de binnenstad in zijn geheel bekijken. Met als doel er meer een geheel van maken.”

Jeugd

Iemand geeft aan: “Apeldoorn zou meer open moeten staan voor de jeugd. Zodra ze klaar zijn met school en vol met zitten met nieuwe ideeën. Deze initiatieven zouden we moeten ondersteunen en het ondernemerschap stimuleren met onder andere flexibelere huurcontracten. Leegstaande ruimtes kunnen benut worden om nieuwe ideeën te presenteren. “

Ter verduidelijking van de hoge huren wordt aangegeven dat de grondprijs het probleem is. Waarna de opmerking wordt gemaakt dat er ook wat aan de beheerkant van de leegstand iets gedaan moet worden. “Waarom hangen er nog steeds vlaggen op het leegstaande pand van V&D? En waarom staat het logo er nog op? Doe wat aan het beheer, laat het niet verpauperen.”

Peter Vroon brengt de laatste stelling van de avond in:

Op lege plekken en in lege panden dingen doen, zorgt voor dynamiek en aantrekkingskracht.

Een eerste reactie is als volgt: “Denk beter na over hoe je je kunt profileren in oost-Nederland. Arnhem heeft ten opzichte van Apeldoorn meer te bieden. Het is explicieter en gedurfder. Komt het wellicht door gebrek aan hogescholen in Apeldoorn? Bovendien is in Arnhem het HBO heel kunstzinnig, dat zie je terug in de binnenstad.”

Logistiek aantrekkelijk

Apeldoorn heeft een paar bijzondere kenmerken: “We zitten logistiek heel goed met vliegvelden, het Ruhrgebied, de randstad. Apeldoorn is een aantrekkelijke stad voor gezinnen. Samen met Maastricht zijn wij op dit moment de meest vergrijsde stad van Nederland. De komende jaren kunnen we echter verjongen, doordat steeds meer gezinnen vanuit de randstad onze kant op komen. Dat is een grote kans.”

Het idee wordt geopperd om op lege plekken en in lege panden dingen te doen, die zorgen voor dynamiek en aantrekkingskracht. “Verkoop bijvoorbeeld erwtensoep in een leegstaand pand. Sta toe dat concepten als de pepernotenwinkel hun intrek kunnen nemen in een leegstaande ruimte. Maak van steegjes sfeervolle plekken. Nu zijn het allemaal stallingsplekken voor containers en vuilnis. Kijk eens wat de Graaf van Vlaanderen en koffiebranders doen. Haal bestaande winkels uit hun lelijke omgeving. “

Apeldoorn kenmerkt zich door een authentiek beeld van losse ruimtes met tussenruimte. Maak de binnenstad van Apeldoorn groener, maak er een soort van winkelpark van. Met meer dynamiek naar de achterkant en de zijkant van panden. Laat de huurders en bewoners zelf de verantwoordelijkheid voor nemen.

Nieuwe projecten en panden durven afbreken

Een ander idee is: als er nieuw pand in opdracht van een projectontwikkelaar wordt opgeleverd, moet er een ander pand weg. Daarvoor in de plaats zou meer groen toegevoegd moeten worden. Achterliggende gedachte hierbij is dat de herverkaveling van de binnenstad beter georganiseerd wordt. De eigenaren van panden moeten hierbij betrokken worden. Hierop voortbordurend wordt aangegeven: ‘Wie zitten er in welke panden en hoe ga je het organiseren? Laat je ego’s thuis en haal de emotie eruit. Verschillende belangen samenbrengen, dan kom je tot een goed resultaat.”

En vervolgens: “Gemeente laat je adviseren door hoogleraren en onderzoekers. Kijk wat andere steden doen. Dit speelt niet alleen in Apeldoorn. “

“Het gaat om doen. Het gemeenschappelijk doel is om Apeldoorn aantrekkelijker te maken en aantrekkelijk te houden. En vier je successen. “

Ideeën voor een aantrekkelijkere stad

Ook nu worden ideeën geopperd om de stad aantrekkelijker te maken:

  • Jongeren een kans geven om iets te gaan ontwikkelen.
  • Ruilhandel, groene bestemming
  • Zorg ervoor dat Apeldoorn onderscheidender wordt. Neem het Oranjepark als voorbeeld,
    maar ook de Kanaalzone wordt mooi ontwikkeld.
  • Wonen in het groen.
  • Openingstijden: later open gaan, langer door?
  • Kunstroute vanaf het station naar het centrum.

Quick wins

Door een aantal zaken al op de korte termijn op te pakken, worden de eerste stappen al gezet:

  • Haal de containers weg.
  • Doe iets aan de fietsen die zo maar overal gestald worden, terwijl er meerdere officiële
    fietsstallingen zijn.
  • De fietsenstalling onder de markt langer open laten. Deze gaat nu om 18:00 dicht, daardoor kunnen veel mensen hun fiets daar niet stallen.
  • Maak fietsparkeervakken in de straat. Beboet mensen die buiten de vakken parkeren.

Kerstmarkt

Tot slot wordt als voorbeeld het initiatief van de kerstmarkt naar voren gebracht. “Eerst was er één straat die mee deed, nu worden het er steeds meer. Als we maar samenwerken en samen dingen organiseren, dan komen we er wel. Dit is echter voor de Hoofdstraat wat lastiger, omdat daar in tegenstelling tot de omringende straten veel ketens zijn gevestigd. Daarnaast zijn alle ondernemers in de omringende straten verenigd in een ondernemersvereniging. Stichting Centrum Management zou een grotere rol kunnen spelen in het verenigen van de Hoofdstraat.”

Afsluiting

De avond wordt onder het genot van een drankje en al pratend afgesloten, door Astrid Sluis. ‘Deze eerste editie van het stadsgesprek is een mooie begin van een reeks. Dank voor jullie opbouwende kritische noten en jullie enthousiasme om mee te denken, praten en doen.