Ga naar de homepage
A A A
Zoekvenster
Zoeken

4.1 Fundament van de buitenstad

Mijn Apeldoorn

Eigen kwaliteiten

Apeldoorn wil graag een nóg betere Buitenstad worden. Daarbij zijn de ambities die in het vorige hoofdstuk zijn beschreven leidend. Dat Apeldoorn al een Buitenstad is, betekent dat we ons gelukkig niet hoeven te forceren om nieuwe dingen te verzinnen om Apeldoorn op de kaart te zetten. We worden al gezien als Buitenstad en (beter nog) de Apeldoorner herkent zichzelf er ook in. Het is belangrijk dat de eigen kwaliteiten van Apeldoorn op orde blijven en worden uitgebouwd waar dat nodig is. Vaak is de aanzet hiervoor al gegeven in lopend beleid. Bijvoorbeeld waar het gaat om het herstel van beken en sprengen (waterplan) of waar het gaat om het beter verweven van het weteringenlandschap met de oostkant van de stad (Groene Mal). Maar soms ook zullen we lopend beleid moeten aanvullen of bijsturen. Dat geldt bijvoorbeeld waar het gaat om verbeteren van het (recreatieve) winkelprofiel van het centrum ten opzichte van de wijk- en buurtcentra, of om het verscherpen van het Buitenstadprofiel van sommige woningbouwlocaties.

Deze structuurvisie richt zich op de essentie van de vele kwaliteiten van Apeldoorn, oftewel op het fundament van de Buitenstad. Uitbouwen daarvan kost tijd, geld en de inspanning van velen. Maar we zijn ervan overtuigd dat Apeldoorn er nog beter en aantrekkelijker van wordt, als we rond 2030 de Buitenstad op een aantal punten hebben versterkt. Dat betekent onder andere dat de positie van Apeldoorn als toeristisch toplandschap, comfortabele gezinsstad en veelzijdige economie verstevigd zal zijn. Maar wat is nu de essentie van de Buitenstad? De volgende gebieden of structuren maken deel uit van het fundament van de Buitenstad:



De Veluwe

De Veluwe is bijna 100.000 hectare groot en vormt daarmee het grootste laagland natuurgebied van Noordwest-Europa. Met zo’n gebied in de achtertuin heeft Apeldoorn goud in handen. De bosgebieden fungeren als recreatief uitloopgebied en dragen letterlijk de unieke woonkwaliteiten in het westelijke deel van de Buitenstad. Het op kwaliteit houden en uitbouwen hiervan vraagt om een integrale benadering, die verder gaat dan onderhoud alleen. Want ondanks strenge (natuur)regelgeving staan de kwaliteiten van de Veluwe onder druk, met name aan de randen. Een duidelijke zonering naar kwaliteit en gebruiksintensiteit, het versterken van de ecologische, cultuurhistorische en recreatieve samenhang tussen de verschillende onderdelen en het uitbouwen van de recreatieve verbindingen vormen de belangrijke inzet voor verbetering. ‘Onthekken’ van de Veluwe moet de toegankelijkheid verruimen, de toeristisch-recreatieve benutting verbreden en de kansen voor ecologische uitwisseling vergroten.

Overgangszone IJsselvallei

Tegenover de kwaliteiten van de Veluwe aan de westkant van Apeldoorn liggen aan de oostkant de veel weidsere landschappelijke kwaliteiten van de IJsselvallei. In de overgangszone tussen de twee landschappen ligt een aantrekkelijk kleinschalig landschap met beekdalen en enken, dat op een prachtige manier is verweven met de dorpen Wiesel, Wenum, Beekbergen, Lieren, Loenen en Zilven. Het behouden van de kwaliteiten van dit gebied richt zich op het handhaven van de kenmerkende openheid en de afwisseling met landschappelijke coulissen, het reliëf en de cultuurhistorische en ecologische waarden.

De recreatieve kwaliteiten van het weteringenlandschap ten oosten van de stad laten echter te wensen over. Het buitengebied is te versnipperd, is vanuit de stad moeilijk bereikbaar en recreatieve trekkers ontbreken. Hier ligt een duidelijke kans voor het uitbouwen van de kwaliteiten van de Buitenstad, ook omdat het mogelijkheden biedt om mee te liften op de toeristisch-recreatieve aantrekkingskracht van de Veluwe. Bij het uitbouwen van de kleinschalige kwaliteiten van het weteringenlandschap wordt voortgebouwd op bestaande plannen voor de Weteringsebroek (recreatie, water, energie, streekproducten enz.), het Woudhuis en het Beekbergerwoud.

Verweving buiten & stad

Vooral in de Veluwse dorpen en in het westelijk deel van de kern Apeldoorn vormt de verweving tussen stad en landschap een kernkwaliteit (zie paragraaf 3.3). Hoge woonkwaliteiten en bijzondere verbindingen tussen de woongebieden en het landschap komen hier samen. Het op niveau houden van deze kwaliteiten betekent oog hebben voor de kleine schaal en de landschappelijke context, ook bij nieuwe ontwikkelingen.

Aan de oostkant van de stad is deze verweving tussen stad en weteringenlandschap veel minder sterk aanwezig. Buitenstadse kwaliteit betekent
hier dat die verweving geïntroduceerd moet worden. Bijvoorbeeld door bij de ontwikkeling van woningbouwlocaties ruimte te reserveren voor het binnen de stad brengen van het landschap. Via dergelijke groene wiggen zal ook de verbinding tussen stad en ommeland aanzienlijk verbeteren, tezamen met goede verbindingen met de vier al geplande recreatieve uitloopgebieden in de IJsselvallei. Aan de oostkant van de stad moet zo als het ware een Groene Mal ontstaan. Het slechten van de barrière van A1 en A50 vormt een belangrijk deel van de opgaven daarvoor.

Parken & groen

De oostelijke en zuidelijke delen van de stad zijn duidelijk anders van opbouw dan de Veluwse kant. Aan de Veluwse kant ligt historisch gezien de oorsprong van de Buitenstad Apeldoorn, die eigenlijk al teruggaat op de vestiging van de Oranjes in Paleis het Loo. De bebouwing is er ouder, kleiner van korrel en diverser dan in de oostelijke en zuidelijke stadsdelen. Dat geldt ook voor de schaal van de parken (en de profielen van de lanen), terwijl de schaal van de tuinen weer groter is. De zuidelijke en oostelijke stadsdelen vormen als het ware de moderne vertaling van de Apeldoornse stedenbouwtraditie. Ruim opgezet met veel kleinschalig groen, kennen (vrijwel) alle wijken in die stadsdelen een groot centraal gelegen park. Al met al kent de stad Apeldoorn daarmee ook een flink stelsel aan grotere en kleinere groenelementen die met elkaar de ecologische structuur in de stad kunnen versterken en de stedelijke biodiversiteit op een hoger niveau kunnen brengen. Tenminste als we er groene en blauwe verbanden tussen gaan leggen en als we het groenbeheer mede inrichten op vergroting van de biodiversiteit. De maatregelen die het wateropnemend vermogen van de ondergrond moeten vergroten (zie paragraaf 3.5) zullen daar aan bij moeten dragen.

Apeldoorns kanaal, beken & sprengen

Het Apeldoornse watersysteem is uniek en vormt een zeer karakteristieke kernkwaliteit van de Buitenstad. Vooral in de dorpen en woongebieden op en rond de Veluwerand zijn water, groen en woonkwaliteiten van oudsher nauw met elkaar verweven. Dit zijn overigens wel kwaliteiten die de afgelopen decennia behoorlijk onder druk zijn komen te staan. Sinds het begin van de jaren zeventig is het Apeldoorns Kanaal afgesloten voor de scheepvaart en onder invloed van het groeiende autoverkeer zijn vele beken en sprengen uit het straatbeeld verdwenen. Al een aantal jaren zetten we daarom in op het (recreatief) herbenutten van het Apeldoorns Kanaal en op herstel van de beken en sprengen in stad en buitengebied. Daarbij speelt ook de functie van de beken en sprengen op het gebied van waterberging, natuur en cultuurhistorie een rol.

Centrum Apeldoorn

De Buitenstad wordt mede gedragen door het ruime aanbod aan stedelijke voorzieningen in het centrumgebied. Het uitbouwen ervan richt zich met name op de verbreding van het winkelaanbod en de toevoeging van (recreatieve) verblijfskwaliteit. Stedelijke voorzieningen die voor de gemeente uniek zijn, willen wij zoveel mogelijk in het centrum concentreren. Daarbij gaat het zowel om winkelaanbod dat Apeldoorn elders niet kent, als om culturele voorzieningen, horeca en leisure. Als ze ook qua omvang bijdragen aan de aantrekkelijkheid van het centrumgebied, moeten er altijd een plek in het centrum te vinden zijn, ook als de functies grootschalig zijn. Winkelketens die al in het centrumgebied te vinden zijn, kunnen wat ons betreft ook ingezet worden om de wijk- en buurtcentra te versterken. En zeer belangrijk is ook dat de typisch Apeldoornse Jugendstil in het centrum beter in beeld gebracht wordt, en wellicht zelfs wordt aangrepen voor de ontwikkeling van een eigen ‘centrumstijl’.

Fijnmazige voorzieningenstructuur

Ondanks de schaalvergroting en toenemende mobiliteit van de afgelopen decennia kent Apeldoorn nog steeds een zeer fijnmazige voorzieningenstructuur, zowel in de kern Apeldoorn als in de dorpen. Deze nabijheid van voorzieningen vormt een van de belangrijke kwaliteiten van de Buitenstad. Waar zich ook maar enigszins kansen aandienen, zullen wij inzetten op behoud en versterking ervan.

Perifere detailhandel

Sommige voorzieningen zijn te grootschalig om in traditionele centra onder te brengen. Dat geldt bijvoorbeeld voor bouwmarkten en andere vormen van detailhandel met een groot vloeroppervlak. Ook deze voorzieningen zijn van groot belang voor het functioneren van de Buitenstad. Apeldoorn telt veel perifere detailhandel, vaak ook op plekken waar hun toekomstperspectief moeizaam is. Clustering rondom Omnisport en de aan de Europaweg biedt kansen, zowel in economisch opzicht als voor verbetering van ruimtelijke kwaliteit.

Geprofileerde werklocaties

De veelzijdige economie levert al decennialang een solide fundament voor de Buitenstad. Daarbij zijn vooral de maakindustrie, de ICT, de logistiek, toerisme & recreatie en de zorg belangrijk. Apeldoorn heeft voor deze sectoren een grote variatie aan bedrijventerreinen en kantorenlocaties in de aanbieding. Het is zaak deze locaties ook gedifferentieerd te blijven ontwikkelen, met uiteenlopende profielen. Dat geldt zowel voor de toevoeging van nieuwe terreinen als voor het revitaliseren van bestaande terreinen en kantoren. Bij een brede economische basis hoort immers steeds een op de actualiteit toegesneden en gevarieerd aanbod aan bedrijfslocaties.

Snelwegen & spoorlijnen

Bereikbaarheid vormt een van de belangrijkste kwaliteiten van de Buitenstad. Met maar liefst acht afslagen van de A1 en de A50 binnen de gemeentegrenzen én hoogwaardige verbindingen per spoor in verschillende richtingen zit het met die bereikbaarheid in de meeste richtingen dan ook wel goed. In de richting van Arnhem en Zwolle ontbreekt echter een directe spoorverbinding. Vooral in de richting van Arnhem (met zijn hogesnelheidslijnstation) heeft aanleg van een hoogwaardige openbaar vervoervoorziening wat ons betreft prioriteit.

Stedelijke hoofdwegen

Apeldoorn beschikt over een heldere hoofdwegenstructuur, die ervoor zorgt dat de Buitenstad waar nodig per auto goed bereikbaar is. Uitbouwen van deze structuur is vooral aan de orde bij het ontsluiten van nieuwe woon- en werkgebieden. Daarnaast is sprake van een aantal knelpunten, zoals rond de Zutphenseweg, bij de aansluiting van de radialen op de binnenring. De binnenring zelf is te weinig geprofileerd om als zodanig herkenbaar te zijn, waarmee hij onvoldoende fungeert als verbinding tussen de parkeervoorzieningen aan de rand van het centrumgebied. Alle radialen fungeren daarbij als stadsassen die qua vormgeving de entree van de (groene) Buitenstad moeten uitstralen.

Lanen, linten & fietsroutes

De eerste uitbreidingen van Apeldoorn werden mede gedragen door oude Veluwse straatwegen als de Amersfoortseweg, de Arnhemseweg, de Zwolseweg, de Asselsestraat en de Koninginnenlaan en door historische ontsluitingsroutes als de Deventerweg en de Zutphenseweg. Met elkaar vormen ze een stelsel van (bos) lanen waarvan de bebouwing los ligt van de door hoge bomen omzoomde wegen. Vooral aan de westkant vormen deze lanen nu nog steeds belangrijke dragers van de kwaliteiten van de Buitenstad. Ze vormen daar ook de fraaie verbindingen tussen de buitengebieden, de dorpen en de kern Apeldoorn. Bovendien vormen ze door de aanwezige laanbeplanting in veel gevallen de schakels tussen de verschillende groengebieden in stad en dorpen. Het is een structuur die we aan de westelijke kant van de stad op kwaliteit willen houden en aan de oostzijde en zuidzijde van de stad opnieuw in beeld willen brengen.

In Apeldoorn vindt 50% van de locale verplaatsingen met de fiets plaats. De gemeente kent dan ook een zeer fijnmazig net van fietsroutes. Aan de westkant van de gemeente sluiten de recreatieve (fiets)routes op de Veluwe echter niet altijd aan op de doorstroomroutes voor fietsers in de stad. Aan de oostkant telt het weteringenlandschap zelfs veel te weinig fietsroutes, terwijl de A50 een stevige barrière vormt in de toegankelijkheid van het landschap. We willen ons daarom de komende jaren in gaan zetten voor het realiseren van een samenhangend netwerk van gemeentelijke en regionale fietsverbindingen en wandelroutes.