Ga naar de homepage
A A A
Zoekvenster
Zoeken

5.2 Kostenverhaal

Mijn Apeldoorn

Samen investeren in kwaliteit

Ook de komende decennia zijn investeringen nodig voor het op peil houden en verder verhogen van de kwaliteit van de Buitenstad. Investeringen in een goed leefklimaat en investeringen om aantrekkelijk te blijven en uitnodigend te zijn voor mensen. Of ze nu bewoner, ondernemer of bezoeker zijn. Maar ook investeringen in de grote biodiversiteit die we hier herbergen. Dit alles draagt bij aan de marktwaarde van Apeldoorn. We investeren hierin als gemeente zelf, bijvoorbeeld door beheer en onderhoud. En we vragen anderen om bij te dragen. De gemeente zet daarom stevig in op kostenverhaal. Want we willen samen investeren in de kwaliteit van Apeldoorn.

We zetten met deze structuurvisie in op drie vormen van kostenverhaal: bovenwijkse voorzieningen, verevening van bovenplanse kosten en bijdragen ruimtelijke ontwikkeling. Ze zijn alledrie van wezenlijk belang voor de verdere ontwikkeling van de Buitenstad.

De beleidsinzet is en blijft om via bijvoorbeeld de heffing van het tarief bovenwijks anderen te laten meebetalen aan het grijze, groene en blauwe casco. Een deel van het kostenverhaal zal verplicht worden opgelegd aan initiatiefnemers die zelf willen realiseren (bijvoorbeeld de normale kosten van grondexploitatie, waaronder de bovenwijkse bijdrage). Een ander deel van de kosten (de bijdragen ruimtelijke ontwikkeling) zal langs de weg van overleg worden verhaald.

Voorop staat dat de economische uitvoerbaarheid van plannen alleen maar haalbaar is als ook anderen meebetalen. De gemeente is – telkens integraal af te wegen in de meerjarenbegroting - daarbij één van de investerende partijen. Maar we kunnen en willen de verantwoordelijkheid hiervoor niet alleen nemen. Investeringen in de Buitenstad komen iedereen ten goede. We vragen daarom ook aan initiatiefnemers een bijdrage. De kwaliteiten van de Buitenstad krijgen daarmee ook meer een plek in de samenleving.

Manier van werken: inzet en rollen

Manier van werken

Bovenwijkse voorzieningen

Bovenwijkse voorzieningen zijn infrastructurele werken die moeten worden aangelegd vanwege de effecten die projecten kunnen hebben op hun (wijdere) omgeving. Denk daarbij aan voorzieningen als wegen en paden, parkeerplaatsen, rioleringssystemen, groenstructuren en watersystemen. Het zijn ingrepen die veelal van civieltechnische aard zijn en die zich vooral richten op wat in deze structuurvisie het fundament van de Buitenstad wordt genoemd. De kosten en de kostentoedeling hiervan zijn niet onderhandelbaar. Jaarlijks vindt actualisering plaats via bijvoorbeeld de paragraaf grondbeleid van de gemeentelijke meerjarenbegroting.

Bovenplanse kosten

Een structuurvisie biedt op basis van de Wet ruimtelijke ordening nog twee mogelijkheden voor het verhalen van kosten. De eerste mogelijkheid betreft de bijdragen aan ‘bovenplanse kosten’ (kosten die niet in Bro 6.23, 6.24 en 6.25 staan). De bijbehorende bijdragen zullen door ons worden bepaald in nog volgende uitvoeringsparagrafen. Deze middelen zullen vooral worden ingezet voor de verdere ontwikkeling van de dynamo’s en (conform reeds lang bestaand beleid in de dorpen) ter ondersteuning van sociale huur en koop. Dit laatste beleidsdoel wordt met deze structuurvisie verruimd naar het hele grondgebied van de gemeente en ook verruimd naar het publieke.

Bijdrage ruimtelijke ontwikkeling

De tweede mogelijkheid die de Wet ruimtelijke ordening biedt, richt zich op ‘bijdragen aan de ruimtelijke ontwikkeling’. Dat zijn bijdragen aan de kosten die gemaakt moeten worden om Apeldoorn als geheel verder te ontwikkelen. Daarbij moet gedacht worden aan bijdragen voor natuurontwikkeling, nieuwe recreatiegebieden, aanpassing van de watersystemen en vereveningsbijdragen aan de dynamo’s.

De wetgever stelt hier niet de eis van profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit, maar er moet wel sprake zijn van samenhang. Vandaar dat het hier per definitie gaat om een vrijwillige bijdrage. De hoogte ervan wordt ontleend aan een kostenopzet en wat we vragen wordt geïndividualiseerd. Wij zetten de ‘bijdragen aan de ruimtelijke ontwikkeling’ in op zowel het fundament als de dynamo’s. Elke bijdrage wordt apart ontwikkeld in een uitvoeringsregeling en separaat aan de gemeenteraad voorgelegd.

Samen voor het toplandschap

Het behoud van de kwaliteit van het toplandschap is een gezamenlijke opgave, voor gemeente, bewoners en bedrijven. In de bebouwde omgeving heeft de gemeente hierin, als eigenaar van openbare ruimte, meestal een leidende rol. In het buitengebied is de kwaliteit van het landschap veel meer het resultaat van een samenspel van partijen, waarbij van alle partijen een bijdrage wordt verwacht. Daarbij gaat het niet altijd om geld, maar ook om het benutten van bijdragen in natura. De al bestaande regeling voor landschapsversterking richt zich specifiek op vrijkomende agrarische bebouwing. Onze beleidsinzet is echter dat elke functieverandering in het buitengebied een bijdrage aan het landschap levert. De bestaande regeling (gebaseerd op art. 6.24.a Wro) zal hierop worden aangevuld.

Om te beginnen wordt compensatie gevraagd voor waarden die verloren gaan. De Wro en het provinciale beleid bieden specifieke aanknopingspunten rond de Ecologische Hoofdstructuur en bos- en natuurcompensatie. Daarnaast wordt om een aanvullende bijdrage gevraagd.

De middelen worden ingezet ter versterking van het landschap, gericht op een betere groenblauwe dooradering. Zoals het recreatieve wandel- en
fietspadennetwerk, lokale ommetjes, klompen- en kerkenpaden, kleinschalige recreatieve voorzieningen, landschapselementen, wegbeplanting en laanstructuren, biodiversiteitsmaatregelen en cultuurhistorische landschapsrelicten.

De systematiek van kostenverhaal

Als je aan iemand geld vraagt, moet je ook kunnen verantwoorden waaraan je het gaat besteden. Deze structuurvisie geeft hiervoor het algemene kader. Het Uitvoeringsprogramma 1.0 is de eerste aanzet van mogelijke uitvoeringsprojecten en te beschouwen als groslijst. De projecten zijn gekoppeld aan de verschillende doelen die wij met de structuurvisie nastreven. Elk jaar zullen we in de gemeentelijke meerjarenbegroting aangeven welke projecten of onderdelen hiervan voor de uitvoering van de structuurvisie zó belangrijk zijn, dat we daarvoor bijdragen van anderen vragen.

Wij vinden het van belang dat financiële bijdragen (Wro 6.24.1.a) aan de ruimtelijke kwaliteit van Apeldoorn in de pas lopen met actuele marktomstandigheden. Want we willen ook niet overvragen, daar is niemand bij gebaat. De nieuw gevraagde bijdragen Wro 6.24.1.a zullen we daarom telkens individualiseren aan de hand van een casus (maatwerk). En we zullen de ontwikkelingen in de markt betrekken bij de jaarlijkse actualisering van de paragraaf grondbeleid in de gemeentelijke meerjarenbegroting. Wanneer marktomstandigheden hier aanleiding toe geven, kunnen wij de in rekening te brengen bedragen (Wro 6.24.1.a) aanpassen. Daarbij zullen wij ook oog hebben voor de ontwikkelingsrisico’s die met de aard van het programma samenhangen. Behalve voor de (traditionele) sociale huur en sociale koop, zullen wij dat ook doen voor bovenwijkse voorzieningen en de bijdrage aan dynamo’s en de landschapsverevening.