De Burgemeester, het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Apeldoorn, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;
Overwegende dat de bestuursorganen van de gemeente Apeldoorn toepassing geeft aan de bevoegdheden die de wet Bibob geeft;
Gelet op het bepaalde in de Wet Bibob en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, alsook de relevante bepalingen in de Alcoholwet, de Omgevingswet, de Huisvestingswet, de Wet goed verhuurderschap, de (Algemene) plaatselijke verordening van de gemeente Apeldoorn (m.b.t. gemeentelijke vergunningen), de Jeugdwet, de wet maatschappelijke ondersteuning, de gemeentelijke Subsidieverordening(en), de Aanbestedingswet 2012 en het Burgerlijk Wetboek.
Besluiten vast te stellen de “Beleidsregel voor de toepassing van de wet Bibob gemeente Apeldoorn 2025”.
In deze beleidsregel worden diverse begrippen en definities gebruikt. In deze beleidsregel zijn de definities zoals deze genoemd zijn in artikel 1.1 van de Wet Bibob van overeenkomstige toepassing Daarnaast worden in deze beleidsregel nog een aantal andere begrippen gebruikt.
Hoofdstuk 2: Publiekrechtelijke beschikkingen
a. artikel 3 Alcoholwet (Alcoholwetvergunning);
b. artikel 3 Alcoholwet (paracommerciële rechtspersonen als bedoeld in artikel 4 van de Alcoholwet) waarbij de exploitatie van de horeca-activiteiten niet in eigen beheer plaatsvinden;
c. artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente van de gemeente Apeldoorn, voor zover deze is gelieerd aan een evenement in een risicocategorie als bedoeld in bijlage 1 (evenementenvergunning);
d. artikel 2:26a van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente van de gemeente Apeldoorn (vergunning voor het houden van een voetbalwedstrijd in het betaald voetbal);
e. artikel 2.33A van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente van de gemeente Apeldoorn (verstrekking van alcoholvrije drank);
f. artikel 2:39A van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente van de gemeente Apeldoorn (exploitatie speelgelegenheid);
g. artikel 2:40B van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente van de gemeente Apeldoorn (exploitatie speelautomatenhal);
h. artikel 2:72 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente van de gemeente Apeldoorn (vergunning verkoop consumentenvuurwerk);
i. artikel 2:81 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2014 (aanwijzing vergunningplicht gebouw, gebied of bedrijfsmatige activiteit);
j. artikel 3:4 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente van de gemeente Apeldoorn (exploitatievergunning seksinrichting);
k. artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente van de gemeente Apeldoorn (standplaatsvergunning);
l. artikel 5:23 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente van de gemeente Apeldoorn (organiseren snuffelmarkt);
m. artikel 2 van de Marktverordening (standplaatsvergunning markt);
n. de aanvraag om (verlenging van) een gedoogverklaring voor coffeeshops.
a. de aanvraag om een activiteit als bedoeld in artikel 5.31 Omgevingswet (een bouwactiviteit, omgevingsplanactiviteit, een milieubelastende activiteit en een activiteit als bedoeld in artikel 5.3 Ow)
b. de aanvraag voor een vergunning op grond van artikel 5 van de Wet goed verhuurderschap als deze wordt aangevraagd in verband met huisvesting van arbeidsmigranten.
a. eigen ambtelijke informatie of informatie afkomstig van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC;
b. een tip van het Landelijk Bureau Bibob als bedoeld in artikel 11 van de wet;
c. een tip van de officier van justitie, een tip van een ander bestuursorgaan dat of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van deze wet, als bedoeld in artikel 26 van de wet;
a. De gemeente start een eigen onderzoek bij verleende beschikkingen als bedoeld in artikel 1 en 2 van deze beleidsregel indien:
a. sprake is van een melding als bedoeld in artikel 5:37 Omgevingswet (wijziging tenaamstelling) en de activiteit(en) waar deze beschikking op ziet in Bijlage 1 is aangewezen als een risicocategorie;
b. uit eigen ambtelijke informatie of informatie afkomstig van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC hier aanleiding toe is;
c. er een tip van het Landelijk Bureau Bibob als bedoeld in artikel 11 van de Wet is ontvangen;
d. er een tip van de officier van justitie, een tip van een ander bestuursorgaan dat of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van deze wet, als bedoeld in artikel 26 van de wet is ontvangen;
b. De gemeente kan een eigen onderzoek starten bij een verleende beschikking indien:
a. de verstrekte beschikking betrekking heeft op een activiteit of gelegen is in een concreet bepaald gebied als bedoeld in bijlage 2, dat op basis van een daartoe genomen besluit van de gemeente Apeldoorn na de verstrekking van de beschikking, in Bijlage 1 is aangewezen als een risicocategorie.
a. de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd valt onder één of meer van de in de Bijlage 1 genoemde risicocategorieën of risicogebieden dan wel;
b. uit eigen ambtelijke informatie of informatie afkomstig van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC hier aanleiding toe is;
c. er een tip van het Landelijk Bureau Bibob als bedoeld in artikel 11 van de Wet is ontvangen;
d. er een tip van de officier van justitie, een tip van een ander bestuursorgaan dat of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van deze wet, als bedoeld in artikel 26 van de wet is ontvangen;
Artikel 5 Weigering volledig invullen, in strijd met de waarheid invullen van Bibob-vragenformulieren of intrekken van de aanvraag na een Bibob-onderzoek
a. het vastgoedobject gebruikt wordt of gebruikt gaat worden voor één of meerdere activiteiten die genoemd zijn in Bijlage 1 van deze beleidsregel;
b. het een beeldbepalend vastgoedobject betreft;
c. er sprake is van een exceptioneel financieel risico voor de gemeente;
d. wanneer tevens sprake is van een aanvraag om beschikking genoemd in hoofdstuk 2 van deze beleidsregel;
e. uit eigen ambtelijke informatie of informatie afkomstig van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC hier aanleiding toe is;
f. er een tip van het Landelijk Bureau Bibob als bedoeld in artikel 11 van de wet is ontvangen;
g. er een tip van de officier van justitie, een tip van een ander bestuursorgaan dat of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van deze wet, als bedoeld in artikel 26 van de wet is ontvangen;
a. de activiteit(en) waarop de overheidsopdracht ziet genoemd zijn in Bijlage 1 van deze beleidsregel;
b. uit eigen ambtelijke informatie of informatie afkomstig van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC hier aanleiding toe is;
c. er een tip van het Landelijk Bureau Bibob als bedoeld in artikel 11 van de wet is ontvangen;
d. er een tip van de officier van justitie, een tip van een ander bestuursorgaan dat of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van deze wet, als bedoeld in artikel 26 van de wet is ontvangen;
e. onderdeel b tot en met d gericht is op een onderaannemer.
Deze beleidsregel kan worden aangehaald als “Beleidsregel Bibob gemeente Apeldoorn
Aldus vastgesteld op 4 november 2025.
Burgemeester en wethouders voornoemd,
de secretaris,
S. de Bruin
de burgemeester,
A.J.M. Heerts
In deze bijlage zijn activiteiten opgenomen, waarbij er een risico aanwezig is dat met die activiteiten strafbare feiten worden gepleegd, dan wel dat die activiteit wordt gebruikt om onrechtmatig verkregen voordelen te benutten.
Om de Wet Bibob toe te passen, dient of sprake te zijn van een beschikking (bijvoorbeeld een vergunning of subsidie) of een privaatrechtelijke rechtshandeling (overheidsopdracht of vastgoedtransactie).
Het benoemen van onderstaande activiteiten betekent dus niet dat voor deze activiteiten ook altijd een vergunningplicht geldt of gaat gelden. Wanneer er activiteiten (gaan) plaatsvinden waarvoor geen beschikking dient te worden afgegeven of geen overeenkomst wordt aangegaan die onder de werking van de Wet Bibob valt, zal er dus ook geen Bibob-toets kunnen plaatsvinden.
Wanneer een activiteit op zichzelf niet vergunningplichtig is (bijvoorbeeld een kapperszaak starten) en er geen andere vergunningplichtige activiteiten gaan plaatsvinden (zoals bijvoorbeeld een verbouwing), dan wel een privaatrechtelijke overeenkomst met de overheid als partij wordt aangegaan, kan de Wet Bibob niet worden toegepast.
Het enkele feit dat een activiteit als risicocategorie is aangewezen, maakt deze activiteit dus niet meteen vergunningplichtig.
Wanneer er door een initiatiefnemer een (voorgenomen) project wordt ingediend, waarbij één of meerdere van onderstaande activiteiten zal gaan plaatsvinden, zal dus gekeken moeten worden of hier activiteiten plaatsvinden waarvoor een beschikking zal moeten worden afgegeven (die onder de werking van de Wet Bibob valt) of dat een vastgoedtransactie of overheidsopdracht zal worden aangegaan.
De beleidsregel met de bijbehorende lijst van risicocategorieën is zo opgesteld, dat in dat geval in een zo vroeg mogelijk stadium de Wet Bibob wordt ingezet.
Wanneer er bijvoorbeeld plannen zijn om een nieuw hotel te realiseren, waarbij er en sprake is van kavelverkoop, bouwactiviteiten en uiteindelijk ook een Alcoholwetvergunning wordt aangevraagd, dan volgt uit de beleidsregel dat al in de fase van de kavelverkoop een eigen onderzoek wordt gestart.
Dit voorkomt dat een initiatiefnemer te maken krijgt met meerdere Bibob-toetsen of dat pas in een laat stadium de integriteit van de initiatiefnemer wordt getoetst.
Belangrijk hierbij wel is dat inzichtelijk is wie (uiteindelijk) zeggenschap heeft over de activiteiten (eindgebruiker) en hoe de financiering van het volledige project gaat plaatsvinden.
Wanneer de initiatiefnemer niet de uiteindelijk eindgebruiker/ betrokkene is, of wanneer de financiering nog niet (volledig) bekend is, kan het zijn dat er uiteindelijk meerdere toetsmomenten zijn. Bijvoorbeeld wanneer de eigenaar van het hotel die de vastgoedtransactie aangaat en het bouwwerk realiseert een andere partij is dan de gebruiker van het hotel die de Alcoholwetvergunning aanvraagt, of wanneer projecten na realisatie in delen worden verkocht waarbij vooraf niet alle kopers nog bekend zijn.
De lijst met risicocategorieën is tot stand gekomen vanwege het feit dat die activiteit specifiek is aangewezen om de Wet Bibob op toe te passen (zoals bijvoorbeeld de Alcoholwetvergunning en bepaalde omgevingsvergunningen), als voorbeeld genoemd is ter onderbouwing van de wetswijziging (o.a. bij vastgoed en overheidsopdrachten) en op basis van ervaringen die gemeenten in de afgelopen jaren hebben opgedaan bij het toepassen van de wet.
Bovenstaande opsomming van risicocategorieën is niet-limitatief, maar geeft een indicatie van mogelijke risicocategorieën. Deze opsomming kan aangepast worden, indien ontwikkelingen hiertoe aanleiding geven.
De gemeente kan bepaalde gebouwen en gebieden aanwijzen waarbij het wenselijk is dat in dat gebied een eigen onderzoek wordt gestart indien sprake is van een aanvraag om een beschikking (of een verleende vergunning), of een vastgoedtransactie wordt aangegaan, of een overheidsopdracht wordt gegund. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn bij nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen, bij revitalisatie van gebieden, of bij bepaalde gebieden waar sprake is van (vermoedens van) ondermijnende activiteiten.
Aangewezen risicogebieden: [Te bepalen door gemeente]
De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) geeft het bestuur van de gemeente een instrument om te voorkomen dat de gemeente onbewust criminaliteit faciliteert of dat via de gemeente geld van niet-legitieme herkomst wordt witgewassen. Dat doen we door middel van een Bibob-onderzoek. De uitkomst van dit onderzoek geeft een bepaalde inschatting over de mate van gevaar waarin de gemeente onbewust criminaliteit faciliteert waarna de gemeente kan besluiten een bepaalde beschikking of dienst niet te verlenen of een vastgoedtransactie niet aan te gaan. Om dezelfde reden kunnen reeds verleende beschikkingen ook worden ingetrokken. Het is uitdrukkelijk geen instrument om strafbare feiten op te sporen of om de betrokkenheid van een betrokkene bij strafbare feiten vast te stellen. We beogen met de Wet Bibob een veilige gezinsstad te zijn en te blijven en een goed ondernemersklimaat te onderhouden door niet-integere partijen zo goed als mogelijk te weren. Bibob is een deel van de grotere aanpak van ondermijning en ondermijnende criminaliteit. In het Integraal Veiligheidsplan Apeldoorn 2023 – 2026 wordt hier uitdrukkelijk op gewezen. Met de Wet Bibob hebben we een instrument in handen waarin we ondermijnende activiteiten preventief kunnen tegengaan. Bibob kan echter ook worden gebruikt in het geval al een vergunning is verleend maar dat we signalen krijgen dat die vergunning toch voor andere doeleinden wordt gebruikt. We kunnen dan signaalgestuurd een Bibob-onderzoek uitvoeren en aan de hand daarvan besluiten de vergunning in te trekken. In dat geval kunnen we ondermijnende activiteiten ook repressief uit de samenleving weren. Een signaal kan van elke afdeling afkomstig zijn; niet alleen die afdelingen die met Bibob-onderzoeken aan de slag gaan. De Wet Bibob geeft de gemeente eigen beleidsruimte bij de besluitvorming over het toepassen van de uit deze wet voortvloeiende bevoegdheden. De toepassing ervan beslaat vele beleidsterreinen waar zowel de burgemeester als het college het bevoegd gezag zijn. Om die reden is de beleidsregel vastgesteld door zowel de burgemeester als het college van burgemeester en wethouders.
In dit hoofdstuk wordt aangegeven wanneer de Wet Bibob door de gemeente wordt ingezet bij publiekrechtelijke beschikkingen. Een Bibob-vragenformulier maakt integraal deel uit van de aanvraag om een beschikking en daarmee ook de beslissing op de aanvraag. Een Bibob-onderzoek vangt aan op het moment dat een Bibob-vragenlijst wordt toegezonden. Deze dient compleet met de gevraagde stukken te worden ingediend. Is dit formulier niet volledig ingevuld of ontbreken er stukken, dan krijgt de aanvrager een termijn om de ontbrekende stukken alsnog aan te leveren. Ontbreken na deze termijn alsnog de gevraagde gegevens, dan wordt de aanvraag op grond van artikel 4:5, eerste lid onder c van de Awb buiten behandeling gelaten. De inhoud van de algehele aanvraag wordt dan niet beoordeeld.
De gemeente kan de wet toepassen bij vastgoedtransacties waarbij de gemeente partij is. Bij de start van onderhandelingen daartoe, zal de gemeente de wederpartij ervan in kennis stellen dat een eigen onderzoek deel kan uitmaken van de procedure. In de overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst of het onderbreken van de onderhandelingen. De gemeente kan ook een kettingbeding opnemen waarmee kan worden bedongen dat na de afronding van een vastgoedtransactie – en de verkrijgende partij vervolgens weer wil vervreemden – eerst toestemming wordt gevraagd van de gemeente. De gemeente kan de wet toepassen bij overheidsopdrachten zoals bedoeld in de Aanbestedingswet 2012, dan wel een overeenkomst met betrekking tot zorg vanuit de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. In (aanbestedings)documenten zal worden opgenomen dat inschrijvende partijen er rekening mee moeten houden dat de gemeente, alvorens tot definitieve gunning wordt overgegaan, een eigen onderzoek kan starten, dan wel advies kan inwinnen als bedoeld in artikel 9 lid 2 van de wet.
In de af te sluiten overeenkomsten kan een integriteitsclausule worden opgenomen waarin is aangegeven dat de overeenkomst kan worden ontbonden indien één van de situaties, bedoeld in artikel 9, tweede lid van de wet zich voordoet.
De beleidsregel is in bepaalde opzichten gewijzigd ten opzichte van de vorige. Zo is een aantal risicobranches toegevoegd maar ook weggehaald. Daarnaast is de mogelijkheid tot Bibob-onderzoek voor vastgoedtransacties en aanbestedingen uitgebreid. Voor zover een Bibob-onderzoek vóór inwerkingtreding van deze beleidsregel is gestart zal zoveel mogelijk aansluiting worden gezocht bij de vorige beleidsregel, tenzij de situatie er om vraagt dat aansluiting wordt gezocht bij de actuele beleidsregel. De bevoegdheid tot het doen van Bibob-onderzoek vloeit immers voort uit de wet. Zowel deze als voorgaande beleidsregel beoogt aan die bevoegdheid invulling te geven.