In 1873 werd een begin gemaakt met de verbreding van het Griftkanaal, het noordelijke deel van het kanaal Apeldoorn-Hattem, dat sinds 1829 bestaat. Daarbij werden ook de sluizen vernieuwd. Het kanaal moest toegankelijk worden gemaakt voor schepen met een lengte van 30 meter en een breedte van 5,90 meter. In 1881 werden de sluizen, zoals hier de Apeldoornse Sluis met sluiswachterwoning, in gebruik genomen.
De nog steeds bestaande sluiswachterwoning is van een type dat ook als tolhuis voorkwam. Vanuit de uitbouw in het voorhuis had de sluiswachter naar beide zijden een ruim uitzicht zodat hij op tijd kon zien vanaf welke kant een schip de sluis naderde.
Deze locatie heeft ook een belangrijke rol gespeeld in de bevrijding van Apeldoorn tijdens WOII. Bij ‘het Sluisje’ is een monument te vinden dat herinnert aan de dappere verzetsmannen Gijs Numan en Albert van de Scheur, die Apeldoorn behoedden voor beschietingen tijdens de bevrijding op 17 april 1945.
De Papiermolen De Vlijt was de eerste papiermolen in Apeldoorn. Johan van Steenbergen de Jonge pachtte in 1593 een stuk grond langs de Grift en timmerde hier een papiermolen. Hij maakte zelf maar een paar jaar papier, en verpachtte de molen hierna.
In de loop der tijd kende de papierfabriek vele eigenaren en groeide deze gestaag. In 1808 kwam de fabriek gedeeltelijk, en in 1816 volledig, in handen van J.H. Gunning. In zijn bezit groeide de fabriek, die inmiddels uit meerdere molens bestond, aanzienlijk in omvang. Gunning verkocht de molen in 1824 aan Jan Hendrik Ameshoff. In 1825 bouwde Ameshoff vlakbij de fabriek de villa Marialust.
Ameshoff was een innovatieve ondernemer die constant streefde naar vernieuwing. In 1840 bouwde bij een moderne stoomfabriek naast de bestaande molens. Helaas was de bloeiperiode van de papierindustrie in Apeldoorn voorbij, en verkocht hij in 1843 de fabriek aan Willem Hendrikus de Heus. Deze Utrechtse fabrikant bouwde de papierfabriek om tot koperpletterij. De koperpletterij draaide aanvankelijk op waterkracht, maar al snel werd overgegaan op een combinatie van stoommachines en waterkracht. In 1930 werd de fabriek afgesloten van de sterk vervuilde Grift en ging men over op elektriciteit. Inmiddels is ook deze fabriek verdwenen, en is hier in 2023 een nieuwe woonwijk gebouwd.
Langs het kanaal staan Hollandse lindes met hun brede, groene kroon. In de zomer vullen zijn geurige bloemetjes de lucht en trekken ze bijen en hommels aan die hier volop nectar vinden. De boom biedt schaduw en schuilplaats aan vogels en kleine dieren, terwijl zijn wortels de oever stevig vasthouden en zo helpen voorkomen dat de grond wegspoelt. Onder de aarde werkt de linde samen met schimmels die de bodem gezond houden.
Voor boeren heeft de linde een bijna mythische betekenis. Veel lindes zijn al generaties geleden geplant. De boom staat vaak precies tussen het erf en de open vlakte, als een natuurlijke schildwacht.
In oude volksverhalen gold de linde als een boom die bliksem afweerde. De brede kroon vangt de harde westenwind op, waardoor het erf rustiger blijft. In vroegere tijden werd onder een linde recht gesproken, gefeest en gerouwd.
Maar de linde beschermt niet alleen de boer. Hij is een wereld op zichzelf, een bruisend ecosysteem dat leven aantrekt en ondersteunt. Zo is de linde is een paradijs voor insecten. In juni vult de lucht zich met de zoete geur van lindebloesem. Bijen, hommels en vlinders kwamen in drommen op de nectar af. Voor veel bijensoorten is de linde een van de belangrijkste voedselbronnen van het jaar.
De linde is ook een schuilplaats voor vogels. In de holtes van de oude stam nestelen spreeuwen en mezen. Hoog in de kruin bouwt soms een duif haar nest, veilig verborgen tussen de bladeren. De bladeren van de linde verteren snel en verrijken de bodem met voedingsstoffen. Rond de stam groeien kruiden en bloemen die elders op het erf nauwelijks een kans krijgen.
Zo is de Hollandse linde langs het kanaal niet alleen mooi om te zien, maar ook een belangrijke bron van voedsel, beschutting en stabiliteit in het landschap.
Langs het kanaal staan verschillende wilgen, met takken die sierlijk over het water buigen. Zijn wortels groeien diep en stevig in de natte oever, waardoor hij helpt voorkomen dat de grond wegspoelt. De zachte katjes van de wilg zijn een vroege voedselbron voor bijen en andere insecten, precies op het moment dat er nog weinig bloeit. Vogels vinden tussen de buigzame takken een veilige plek om te rusten of te nestelen.
Tussen de wortels schuilen kleine waterdieren, en het afgevallen blad voedt het leven in het water en op de oever. Zo is de wilg langs het kanaal een belangrijke schakel: hij stabiliseert de oever, voedt insecten en biedt beschutting aan talloze dieren.