ebouwen zijn van alle tijden. De dilemma’s die architecten daarbij tegen kwamen ook: wat is de plek van het gebouw, wat wil de opdrachtgever, wat komt erin, welke constructie voldoet het beste etc. Een bouwwerk is aantrekkelijk door een heldere structuur, het heeft een herkenbare vorm, het is consequent en goed van verhouding en qua constructie en indeling.
Een van de eerste mensen die daarover heeft geschreven is Vitruvius, hij schreef in de eerste eeuw voor Christus 10 boeken over bouwkunst: een welstandsnota ávant la lettre! Deze oude Romein heeft het onder andere over de samenhang tussen firmitas (stevigheid/ de constructie), utilitas (waar wordt het gebouw voor gebruikt), venustas (schoonheid). Ook heeft hij het bijvoorbeeld over ordinatio (ordening), symmetria (symmetrie), eyrytmia (harmonie), distributio (de juiste materialen) en decor (passendheid).
Onderstaand principes over architectuur bestaan al eeuwen en hebben hun waarde bewezen:
Relatie tussen vorm, gebruik en constructie
Hoe een gebouw eruit ziet (de vorm) wordt in belangrijke mate bepaald door het gebruik van het gebouw en de manier waarop het is gemaakt (constructie). Toch is de vorm meer dan alleen het gebruik en de constructie samen: de vorm voegt iets toe. We vinden het dan ook belangrijk dat gebruik, constructie en vorm op elkaar aansluiten en logisch met elkaar samenhangen.
Een aardig voorbeeld om dit te illustreren is de Apeldoornse binnenstad. Het gebruik van de historische winkelpanden in de Hoofdstraat is in de loop van de eeuw veranderd. De winkels zijn groter of schreeuweriger geworden. Op de bovengelegen verdiepingen wordt niet altijd meer gewoond. Je ziet dat het karakter van het gebouw door een continue verbouwing soms is vertroebeld. De begane grond met de winkelpui en reclame-uiting is visueel losgeraakt van de bovenverdiepingen. Dit vraagt dan om reparatie, zodat boven en onder weer in balans worden gebracht en het gebouw weer één is: met zijn voetjes op de grond.
Schaal- en maatverhoudingen
De maatverhoudingen van een bouwwerk zijn een samenhangend stelsel. Vitruvius gebruikte hiervoor: ‘de gulden snede’. Een model om te bepalen wanneer iets van goede verhoudingen is. Goede verhouding is echter breder dan alleen dát model. Het is iets wat je ziet als het er is, iets wat je moet uitproberen en niet iets wat je met één regel kunt vastleggen. Het is één van de meest ongrijpbare aspecten bij het ontwerpen van een gebouw.
Ruimtes, volumes en vlakverdelingen vormen met elkaar samenhangen en een heldere hiërarchie. Een gebouw heeft één hoofdvorm, waarin de belangrijkste functies ondergebracht zijn. Toegevoegde elementen zoals bijgebouwen of erkers, dakkapellen of balkons kunnen verstorend werken als ze te dominant aanwezig zijn. Dit soort ondergeschikte bouwdelen moeten daarom passen binnen de structuur, maat en schaal van het gebouw.
De goede verhouding van het gebouw ten opzichte van de schaal van de omgeving, de naastgelegen bebouwing, maar ook de buitenruimte (een plein of een smal steegje) zijn bepalend bij hoe het gebouw zich voegt in de context van de stad.
Materiaal, textuur, kleur en licht
Materiaal, textuur, kleur en licht maken een gebouw zichtbaar en voelbaar. Materiaal, textuur, kleur en licht ondersteunen het ontwerp van het bouwwerk en sluiten aan bij het karakter van het gebouw. Ook dragen ze bij aan de samenhang van het gebouw in haar omgeving. Als kleuren en materialen niet zijn afgestemd op het ontwerp gaat dat ten koste van de expressie van het bouwwerk.