Home | Regelen en weten | Bouwen en verbouwen | Voorwerpen of materialen in openbare ruimte | Algemene voorwaarden voorwerpen of voertuigen op gemeentegrond

Algemene voorwaarden voorwerpen of voertuigen op gemeentegrond

Algemeen

U bent verantwoordelijk voor het veilig plaatsen, gebruiken en weghalen van objecten en voertuigen.

U mag een object plaatsen op een voor het openbaar verkeer toegankelijke plaats (rijweg, parkeerplaats, fiets of voetpad, berm of plantsoen etc.) wanneer hiervan tijdig melding wordt gedaan en u zich aan de voorwaarden houdt. Bij twijfel over de juiste/geschikte locatie kan dit besproken worden met een medewerker van de eenheid Beheer en Onderhoud. U kunt hiervoor contact opnemen door te bellen naar 14055.

Wat mag u plaatsen?

U kunt een melding doen voor de volgende type objecten:

  • verhuislift zonder kenteken
  • puin- of afvalcontainer
  • steiger
  • bouwmateriaal
  • mobiel toilet
  • bouwhek
  • generator

De maximale afmeting per object is 2,40 meter breed x 4,50 meter lang x 2,75 meter hoog (rolsteigers, hoogwerkers en verhuisliften mogen hoger zijn)

Hoe lang?

Het voorwerp of voertuig mag maximaal zeven dagen blijven staan.

Vrijhouden van doorgangen

  • Woningen, bedrijven, herdenkingsmonumenten en reclameboodschappen moeten zichtbaar en toegankelijk blijven
  • Objecten worden zo veel mogelijk recht voor het pand geplaatst waar de werkzaamheden worden uitgevoerd.
  • Voorbijgangers op het trottoir hebben minimaal 1,50 meter ruimte om ongehinderd te passeren. In winkelstraten is dit minimaal twee meter. Bij het plaatsen van een steiger is een onderdoorgang voor voetgangers verplicht met een minimale hoogte van 2,30 meter en een minimale breedte van 0,85 meter als er anders niet voldoende doorloopruimte is.
  • Het object/voertuig staat ten minste twee en een halve meter af van:
    • bomen en andere groenvoorzieningen
    • de hoek van de straat, gemeten vanaf de hoek van de gevel
    • oversteekplaatsen voor voetgangers
    • elektriciteitspalen, bovenleidingpalen, transformatorhuisjes, kabelkasten en halteperrons
  • Ambulances, politie- en brandweerwagens kunnen ongehinderd passeren. Minimale doorrijdbreedte van de weg: 3,50 meter, minimale doorrijhoogte: 4,20 meter
  • Zorg indien nodig voor een deugdelijke afzetting. U mag geen afzetlint gebruiken.
  • Een betaald parkeervak kan worden bezet indien u het vereiste tarief betaalt.
  • Houd onder- en bovengrondse brandkranen vrij.
  • Zorg dat u geen geparkeerde auto’s insluit.

Voorkomen van schade

  • U mag geen voorwerpen in de grond verankeren of aan bomen, relingen en straatmeubilair vastmaken.
  • U neemt maatregelen om schade aan verhardingen (wegdek, stoepen) en andere onderdelen van de openbare ruimte te voorkomen. Als u een hoogwerker op een trottoir of gazon zet, moet u rijplaten of balken gebruiken tenzij de vergunningverlener anders besluit.
  • U zorgt dat er geen schade aan de openbare ruimte ontstaat. Het terrein en de directe omgeving worden na afloop opgeruimd en schoon achtergelaten.
  • Kosten voor het herstellen van eventuele schade en het schoonmaken van de openbare ruimte brengen wij bij u in rekening.

Elektriciteit

  • Elektrische installaties moeten voldoen aan de installatievoorschriften van het NEN 1010.
  • Elektriciteitskabels zijn zo bevestigd dat niemand ermee in aanraking kan komen. Struikelgevaar moet ook voorkomen worden.
  • Aggregaten moeten geluidsarm zijn en mogen geen hinder veroorzaken.

Voorwerpen in orde

  • Het valbereik van een kraan, hoogwerker, verhuislift of rolsteiger dient minimaal 2,5 meter buiten het spoor en de bovenleidingdraden te zijn.
  • U zorgt dat objecten de juiste markeringen en/of reflectoren hebben, volgens norm CROW 130.
  • U zorgt dat objecten deugdelijk zijn en in geen geval gevaar voor de omgeving opleveren.
  • Objecten worden op een deugdelijk manier geborgd.
  • U zorgt ervoor dat niemand op de objecten kan klimmen (anti-inklimvoorzieningen bij bijvoorbeeld steigers).
  • U zorgt ervoor dat er geen reclame en graffiti op de objecten staat en dat er geen posters op worden geplakt. Merknamen die vast onderdeel zijn van het object mogen blijven staan.
  • U mag bouwhekken niet gebruiken voor het creëren van een privéparkeerplaats.

Bij calamiteiten: direct verplaatsen

U zorgt ervoor dat het object/voertuig onmiddellijk wordt verwijderd of verplaatst op last van politie, brandweer of de gemeente als dat nodig is:

  • In verband met de veiligheid
  • Voor werkzaamheden in de openbare ruimte
  • Voor werkzaamheden aan of langs de gevel
  • Voor de doorgang van het openbaar vervoer en voor werkzaamheden in relatie hiermee

Markeren afzetcontainer

Voor het markeren van containers en cabines gelden de volgende eisen:

  • de obstakels worden voorzien van minimaal twee markeringsstrepen op elk zijvlak en elk kopstuk (zie figuur 4)
  • de markeringsstrepen worden aangebracht aan de uiterste buitenzijden van het obstakel. De afstand tussen het hoogste punt van de markering en de rijbaan waarop het obstakel zich bevindt, bedraagt maximaal 1,550 m.
  • de markering wordt in beginsel verticaal aangebracht; alleen als dat praktisch niet uitvoerbaar is, kan de markering na overleg met de wegbeheerder horizontaal worden aangebracht
  • de markering bestaat uit retro reflecterend materiaal van ten minste high intensity grade klasse II (volgens NEN 3381) [18]) in de kleuren rood en wit
  • de markering bestaat uit een vlak van 141 mm breed en 705 mm lang. Hierop zijn diagonale strepen (rood en wit) aangebracht. Aan de kopeinden (evenals op de zijvlakken) van het obstakel worden de markeringsstrepen zodanig aangebracht dat de rode vlakken:
    • in de aanrijrichting aan de linkerzijde van rechtsboven naar linksonder gericht zijn
    • in de aanrijrichting aan de rechterzijde van linksboven naar rechtsonder gericht zijn