Locatie 4: Anklaarseweg

In 1610 kregen Johan Bongart en Dirck Warners van de Marke (het bestuur van verenigde vrije boeren) in Noord-Apeldoorn grond in erfpacht om er een zeem-, hennep- en ledermolen te bouwen. Er werd ook een runmolen aan verbonden, waarop eek of run (afkomstig van de gedroogde bast van een een eik) werd gemalen. Run werd gebruikt bij het bewerken van dierenhuiden tot leer. Bij de productie van het zeem(leer) kwam veel stank vrij. Daarom werd de molen ‘Stinkmolen’ genoemd. 

De eigenaar van de runmolen, Bartolt Dercksens maakte in 1648 van de Stinkmolen een papiermolen, maar de stank verdween daarmee niet. Bij papierfabricage werd namelijk gebruik gemaakt van gerotte urine.  

In de loop der jaren veranderden de molens vaak van eigenaar, maar de papierproductie bleef. Vanaf 1900 werd er voornamelijk pakpapier en karton gemaakt. De drie molens zijn tussen 1937 en 1939 gesloopt.  

Див. також: De Grift stroomt weer bovengronds 

 

De aalscholver: de duiker van het diepe 

Met zijn glanzend zwarte veren en scherpe ogen is de Aalscholver een meester in het jagen onder water. Zodra hij een vis spot, duikt hij bliksemsnel en verdwijnt in de diepte, soms wel een halve minuut lang. Als hij weer bovenkomt, bungelt er vaak een zilveren prooi in zijn snavel. 

De aalscholver is een echte rover. Hij jaagt niet om het ecosysteem te domineren, maar om het in balans te houden. Door vissen te eten, vooral soorten die in grote aantallen voorkomen, voorkomt hij dat populaties exploderen en het water troebel wordt door overbegrazing van waterplanten. Zo draagt hij indirect bij aan helder water en gezonde vegetatie. 

En er is nog een subtiele bijdrage: aalscholvers zijn prooi voor roofdieren zoals zeearenden en vossen, en hun nesten bieden schuilplaatsen voor andere vogels. Zo vormen ze een knooppunt in het web van het leven. 

De meeste watervogels hebben een verendek en een vetlaag die zorgt voor isolatie. Zo blijven ze warm en blijven ze makkelijker drijven. Bij de Aalscholver zou die combinatie juist een nadeel zijn, aangezien ze dan minder makkelijk onder water kunnen jagen. Het natte pak wat ze hiermee oplopen lossen ze op door hun vleugels te spreiden. De zon en wind helpen dan een handje om ze te laten drogen. Je ziet ze vaak zo hun vleugels drogen op lantaarnpalen. 

Riet: een thuis voor vele dieren 

Langs de oever van het kanaal zie je op diverse plekken een dichte strook Riet, die zacht ritselt in de wind. De stevige wortelstokken houden de oever bij elkaar en zorgen ervoor dat de grond niet wegspoelt. Tussen de hoge stengels vinden vogels zoals rietzangers en kleine karekieten een veilige plek om te nestelen. Libellen, waterjuffers en talloze insecten gebruiken het riet als landingsplaats, schuilplek en jachtgebied. 

Onder water vormen de wortels een doolhof waar jonge vissen en waterdiertjes bescherming vinden. Het afgevallen blad en de stengels voeden het leven in het water en dragen bij aan een gezonde oeverzone. Zo is riet langs het kanaal veel meer dan een groene rand: het stabiliseert de oever, biedt voedsel en schuilplaats, en houdt het waterleven in balans. 

De vroege glazenmaker: de voorbode van de zomer 

Op een frisse voorjaarsdag, wanneer de eerste zonnestralen het water doen glinsteren, verschijnt een sierlijke jager: de vroege glazenmaker. Met zijn bronsgroene lijf en opvallende bruine vlek op het achterlijf is hij een van de eerste libellen die het luchtruim kiest. Zijn komst is een teken dat het water leeft. 

De vroege glazenmaker is een roofdier in miniatuur, zowel als larve onder water als volwassen libel in de lucht. Onder water jaagt hij op kleine insecten, larven en zelfs jonge visjes. Boven water vangt hij muggen, vliegen en andere insecten in volle vlucht. Daarmee vervult hij een cruciale rol: het reguleren van insectenpopulaties. Minder muggen betekent minder overlast en een gezonder evenwicht in het ecosysteem. 

Maar zijn waarde gaat verder. De larven van de glazenmaker leven maanden tot jaren in het water en zijn indicatoren voor waterkwaliteit. Ze hebben schoon, zuurstofrijk water nodig met voldoende vegetatie. Waar deze libel voorkomt, is het ecosysteem meestal gezond en stabiel. 

Daarnaast is de vroege glazenmaker zelf een voedselbron voor vogels, kikkers en andere insecteneters. Zo vormt hij een belangrijke schakel in de voedselketen. Zijn aanwezigheid draagt bij aan de biodiversiteit en het functioneren van het hele systeem. En er is nog iets bijzonders: doordat hij vroeg in het seizoen actief is, zijn er geen concurerende andere libellen actief. Zo voorkomt hij dat één soort alle insectenpopulaties domineert.

Більше інформації

У вас є питання? Хочете отримати більше інформації?
Зв'яжіться з нами