Duidelijkheid voor ontwikkelende partijen
Door jaarlijks de prijzen te actualiseren sluiten we met onze prijsniveaus zo dicht mogelijk aan op de actuele situatie op de woningmarkt. Dit biedt de beste garanties om woningbouwprojecten tot stand te brengen van voldoende kwaliteit en zorgt voor de juiste prijs-kwaliteit verhouding in de nieuwbouw. Het vaststellen van de maximale koop- en huurprijzen doen we om daarmee de betaalbaarheid van nieuwbouw voor de verschillende inkomensgroepen zoveel mogelijk te garanderen. Door jaarlijks de prijzen te actualiseren geven we duidelijkheid aan ontwikkelende partijen. Dat komt de voortgang van de woningbouw ten goede.
Uitgangspunten gemeente
We onderscheiden vier prijssegmenten voor nieuwbouwwoningen:
- Goedkoop: betaalbaar voor lage inkomens (tot inkomensgrens sociale huur)
In 2026 bedraagt deze grens €51.537 voor een éénpersoonshuishouden en €56.910 voor een meerpersoonshuishouden (ministerie VRO, 2025)
- Middelduur-1: betaalbaar voor inkomens tot anderhalf keer modaal
In 2026 bedraagt een modaal inkomen naar verwachting €48.000 (CPB, 2025). Een inkomen van anderhalf keer modaal komt daarmee voor 2026 uit op € 72.000.
- Middelduur-2: betaalbaar voor inkomens tot twee keer modaal
- Duur: betaalbaar voor hoge inkomens (vanaf twee keer modaal)
We bepalen voor koopwoningen de maximale v.o.n.-prijzen aan de hand van de maximale financieringslast die hoort bij het huishoudensinkomen. Daarvoor maken we gebruik van de financieringslasttabellen van het NIBUD. Deze worden door de hypotheekverstrekkers gebruikt voor de toetsing van aanvragen en de Nationale Hypotheek Garantie (NHG).
- We gaan uit van 100% financiering. In de praktijk zal er een veel gevarieerder beeld zijn van de financieringsmogelijkheden van huishoudens. Sommige huishoudens hebben spaargeld en in veel gevallen zullen doorstromers vanuit een koopwoning de overwaarde van hun huidige woning in kunnen zetten.
- We hanteren voor 2026 een rentepercentage van 3,5%. Dat is op dit moment een gangbare rente voor een hypotheek met NHG en een looptijd van 10 jaar, voor een nieuwbouwwoning. Nieuwbouwwoningen zijn dat per definitie zeer energiezuinig, omdat ze wettelijk moeten voldoen aan BENG-eisen voor duurzaam bouwen. Zij hebben label A+++. Veel hypotheekverstrekkers hanteren een rentekorting voor nieuwbouwwoningen.
- De algemene verwachting is dat de rente in 2026 stabiel blijft. Diverse hypotheekaanbieders geven aan te verwachten dat de hypotheekrente in 2026 stabiel blijft, met wellicht een kleine stijging.
- Vanwege de inflatie in 2025, zijn de financieringslastnormen aangescherpt door het NIBUD. Dit betekent dat huishoudens met hetzelfde inkomen, minder kunnen lenen in 2026. Door de stijgende prijzen kunnen zij een lager deel van hun inkomen uitgeven aan woonlasten. Dit leidt tot beperkte stijgingen van de grenzen voor de segmenten goedkope koop en koop in de categorie middelduur-1.
- Voor Zeer energiezuinige woningen en Nul-op-de-meter woningen (label A++++ respectievelijk A++++ met garantie) gaat het NIBUD ervan uit dat de v.o.n.-prijs €5.000 respectievelijk €15.000 hoger mag liggen dan voor een A+++ woning. Deze woningen hebben een nog lager energieverbruik hebben of geen energieverbruik. Daarom is er meer financieringsruimte voor de hypotheek.
Grenzen vanuit het rijksbeleid
Onze gemeentelijke beleidsvrijheid is beperkt, omdat de rijksoverheid een aantal grenzen vaststelt waar wij ons aan moeten houden. Dit geldt voor:
- Maximale kale huurprijs van een sociale huurwoning: €932,93 / maand
- Maximale kale huurprijs van een middeldure huurwoning: €1.350,87 / maand
In de Wet betaalbare huur is het segment middenhuur vastgesteld op woningen met 144 t/m 186 punten volgens het WWS (Woningwaarderingsstelsel). De maximale huurprijs voor een woning met 186 WWS-punten is vanaf 1-1-2026 €1.228,07. Voor nieuwbouw is in de wet een opslag van 10% opgenomen voor woningen die na 1-7-2024 in gebruik worden genomen en waarvan de bouw start voor 1-1-2028. De maximale huur voor middeldure huurwoningen in de nieuwbouw is daarmee €1.350,87 per maand.
- Maximale koopprijs van een middeldure koopwoning: €420.000 v.o.n.
De maximale v.o.n.-prijs voor een middeldure koopwoning was tot 2022 de NHG-kostengrens. In 2023 is die vanuit betaalbaarheidsoverwegingen bevroren en vanaf 2024 jaarlijks geïndexeerd. De maximale v.o.n.-prijs voor een middeldure koopwoning wordt nu door de rijksoverheid aangeduid als de ‘betaalbaarheidsgrens’ In 2026 ligt de NHG-kostengrens op €470.000 en de betaalbaarheidsgrens op €420.000.
Maximale koop- en huurprijzen 2026
Op basis van bovenstaande uitgangspunten komen we tot de volgende prijzen:
Maximale koop- en huurprijzen per segment per 1-1-2026
|
|
Goedkoop
|
Middelduur-1
|
Middelduur-2
|
Duur
|
|
maximale v.o.n.-prijs
|
€265.000
|
€335.000
|
€420.000
|
boven €420.000
|
|
maximale kale huurprijs
|
€932,93
|
€1.140,00
|
€1.350,87
|
boven €1.350,87
|
- Heeft een woning een label A++++ of label A++++ met garantie, dan ligt de maximale v.o.n.-prijs €5.000 respectievelijk €15.000 hoger dan de hierboven gepresenteerde v.o.n.-prijzen voor woningen die voldoen aan de wettelijke minimumeis van BENG bij nieuwbouw.
- De genoemde prijzen zijn exclusief de koop- of huurprijs van parkeerplaats.
- Een betaalbare woonwagenstandplaats heeft een maximale v.o.n.-prijs van €63.500 en is t.o.v. 2025 meegestegen met de NHG-kostengrens (+4,4%).
Ter vergelijking staan hieronder de maximale koop- en huurprijzen in 2025
| |
Goedkoop
|
Middelduur-1
|
Middelduur-2
|
Duur
|
|
maximale v.o.n.-prijs
|
€260.000
|
€330.000
|
€405.000
|
boven €405.000
|
|
maximale kale huurprijs
|
€900,07
|
€1.100,00
|
€1.303,30
|
boven €1.303,30
|
Een betaalbare woonwagenstandplaats heeft in 2025 een maximale v.o.n.-prijs van €61.000.