Voor sluiswachter Gerrit Eimbert Westhof (1848-1930), die zijn vader opvolgde, wordt rond 1879 bij de toen nog houten Koehoornsluis een woning gebouwd. De woning is gelegen op een opvallende verhoging in het landschap. De sluis wordt in 1880 vervangen door een gemetselde sluis, die vanaf dan de Koudhoornse sluis heet.
Tijdens de bouw in 1880 breekt er brand uit in de nabijgelegen papierfabriek De Halve Maan (nu Holland Colours). Door het adequaat optreden van de werknemers bij de sluis, die de fabriek nat hielden, kon erger voorkomen worden. Het bleef bij twee verbrande woningen die aan de fabriek grensden.
Hier bij de Koudhoornse Sluis staat een rij van 6 linden (oorspronkelijk waren het er 7). Er schijnt bij elke sluis in het Apeldoorns Kanaal een rij van 7 linden te hebben gestaan, ter bescherming tegen zon, wind en bliksem. De bomen zijn waarschijnlijk kort na de renovatie van de sluis in 1881 aangeplant.
De Koudhoornse sluis ligt in het noordelijke deel van het Apeldoorns kanaal in de gemeente Apeldoorn. Het kanaal werd met particulier kapitaal, onder andere met dat van Koning Willem I, aangelegd. Met de aanleg van het kanaal en de bouw van de sluizen en bruggen is in 1825 begonnen. Op 13 april 1829 werd het kanaal officieel geopend en kreeg de naam Griftkanaal. De aanvankelijk houten sluis die de naam Koehoornsluis meekreeg, was toen 22 meter lang en 4,30 meter breed met een drempeldiepte bij het beneden hoofd van KP -1,42 m.
In 1873 werd een begin gemaakt met de verbreding van het Griftkanaal, het kanaalgedeelte Apeldoorn-Hattem, dat dan al bijna een halve eeuw bestaat. Daarbij werden ook de sluizen vernieuwd. Het kanaal moest toegankelijk worden gemaakt voor schepen met een lengte van 30 meter en een breedte van 5,90 meter. De Koudhoornse sluis werd daarom in 1880 vervangen door een gemetselde sluis, en in 1881 in gebruik genomen. Tijdens de bouw moest de scheepvaart doorgaan en werd het Kanaal tijdelijk verlegd en achter de nieuwe sluiswachterswoning omgegraven.
In februari 2010 werd besloten dat de Koudhoornse sluis zou worden gerestaureerd. In 2011 werd de gerenoveerde sluis weer geopend.

Zie ook: Opening of the Apeldoorn Canal
Aan het kanaal, halverwege Apeldoorn en Vaassen, was sinds 1857 een papiermolen gevestigd. In 1880 kocht de Noord-Hollandse ondernemer Klaas Schenk de fabriek en doopte hem om tot ‘De Halve Maan machinale papierfabriek’, naar de windmolen De Halve Maan die op het terrein stond.
In Apeldoorn werkte hij geheel met stoom en rond 1900 werd de windmolen afgebroken.
Het bedrijf specialiseerde zich in pakpapier en heeft ook een aantal jaren een zakkenplakkerij gehad. Toen Schenk het bedrijf overnam, werkten er ongeveer tien Apeldoorners in de fabriek. Doorgaans mensen uit de directe omgeving, want er waren nauwelijks vervoersmiddelen. De zaken bij de papierfabriek gingen goed. Rond 1900 werkten er twintig personeelsleden en rond 1935 was hun aantal gestegen naar zeventig. De vooruitgang bleek ook uit het feit dat in 1938 toestemming werd gegeven voor de aanleg van een laad- en losplaats aan de oever van het kanaal. Schenk kreeg allure en werd in Apeldoorn een bekende naam.
In 1976 ging het bedrijf failliet en stonden de werknemers op straat. Via enkele overnames kwam het fabriekspand in 1979 uiteindelijk in handen van Pigmentfabrikant Holland Colours Apeldoorn.

See also: Geheugen van Apeldoorn op de Kaart
De zomereik: bron van leven
De zomereiken langs het water zien er prachtig uit met hun knoestige takkenstructuur en hebben veel verschillende functies voor het ecosysteem. In zijn brede kroon wemelt het van het leven. Mezen, gaaien en spechten vinden er voedsel, schuilplaats en uitkijkpunten. Tussen de bladeren zoemen insecten die op hun beurt weer andere dieren aantrekken. De eik is een levend platform waar talloze soorten elkaar ontmoeten.
Op de grond onder de boom liggen eikels die worden opgepikt door eekhoorns, muizen en gaaien. Sommige worden opgegeten, andere worden verstopt en vergeten. Uit die vergeten eikels groeien jonge boompjes die de oever verder versterken en nieuwe plekken creëren voor dieren.
Dieper onder de grond werkt de zomereik samen met een netwerk van schimmels. Via die schimmeldraden wisselt hij voedingsstoffen uit en helpt hij de bodem gezond te houden. Zo ondersteunt hij niet alleen zichzelf, maar ook de planten om hem heen.
De zomereik langs het kanaal is geen gewone boom. Hij is een ankerpunt in het landschap, een voedende kracht voor dieren en een stille beschermer van de oever.
– De kleine karekiet: een kleine verschijning met grote waarde
In het riet woont de kleine karekiet. Hij is een bescheiden zangvogel, niet groter dan een hand, maar met een stem die het hele rietveld kan vullen. Elke lente keert hij terug uit Afrika, na een lange reis. Zodra hij het riet ziet, weet hij: dit is zijn thuis. Tussen de stengels bouwt hij een kunstig nest, hangend als een wiegje, zorgvuldig vastgeweven aan de rietstengels. Daar legt het vrouwtje haar eieren, veilig verborgen voor roofdieren. De kleine karekiet leeft niet alleen. Het riet vormt een leefgebied voor kikkers, libellen, vissen, en andere rietvogels.
In het riet is de kleine karekiet goed verstopt en vindt genoeg eten in de vorm van insecten. Als riet te vaak wordt gemaaid verdwijnt deze mooie soort uit het gebied. Daarom vormt de aanwezigheid van de kleine karekiet een goede indicator voor het beheer van rietkragen.
De aantallen kleine karekieten zijn in de jaren ’70 sterk toegenomen, hoewel dit geen positieve reden had. De landbouw maakte gebruik van grote hoeveelheden meststoffen die ook in het oppervlaktewater kwamen. Hierdoor ging het riet ontzettend goed groeien. Perfect leefgebied dus voor deze rietbewoner. Hoewel de kleine karekiet in grote delen van Nederland veelvuldig voorkomt, is het in Apeldoorn en omgeving nog een opkomende soort.
Do you have a question? Or would you like more information?
Get in touch