Inhoud
Het doel van deze notitie is een beschrijving te geven van het toetsingskader voor de beoordeling van aanvragen voor een standplaatsvergunning. Dit beleidskader is daarmee aanvullend op de regelgeving uit de APV en de detailhandelsvisie. Een ander doel is om grip te krijgen en te houden op de standplaatslocaties en het aantal standplaatsen.
Bestuurlijke vaststelling van deze beleidsnotitie standplaatsen biedt rechtszekerheid voor ondernemers (waaronder ambulante ondernemers) en schept duidelijkheid voor handhavers, omwonenden, overige belanghebbenden en vergunningverleners over de wijze van vergunningverlening, toetsing van de aanvragen en handhaving.
Tenslotte beoogt de beleidsnotitie ervoor te zorgen dat er door een duidelijk beleidskader, en daarmee eenvoudig te hanteren werkwijze van afhandeling van aanvragen, de doorlooptijd van aanvragen voor een standplaatsvergunning wordt ingekort.
Het verkopen van goederen zoals bijvoorbeeld bloemen, zuivel, vis, ijs of kleding vanaf standplaatsen in de openbare ruimte is in veel gemeenten een van oudsher bekende en niet meer weg te denken activiteit. Het verlevendigt de stad, draagt bij aan de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte, voorziet in een behoefte vanuit de consument en levert een bijdrage aan het verschaffen van werkgelegenheid.
Voor het innemen van een standplaats in de openlucht geldt een vergunningstelsel met als doel de openbare orde en veiligheid te handhaven. Standplaatsen kunnen namelijk overlast of hinder veroorzaken. Daarnaast voorkomt een vergunningplicht wildgroei van het aantal standplaatsen waardoor de openbare ruimte niet meer bruikbaar is voor andere activiteiten.
Onder het begrip standplaats wordt verstaan: “op een voor het publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats waar met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel goederen te koop worden aangeboden, goederen worden verstrekt of diensten worden verleend.” Standplaatsen kunnen niet-commercieel of commercieel zijn. Niet-commerciële standplaatsen worden ingenomen om informatie te verstrekken en/of ideële reclame te maken. Commerciële standplaatsen hebben een winstoogmerk. Naast het onderscheid tussen niet-commercieel en commercieel is er ook een onderscheid tussen permanente en incidentele standplaatsen. Dit onderscheid heeft te maken met het aantal dagen dat de standplaats gedurende het jaar wordt ingenomen (zie verder hoofdstuk 2)
De gemeente Apeldoorn ontvangt in toenemende mate verzoeken om een vergunning te verlenen voor het innemen van een permanente of tijdelijke standplaats voor promotionele doeleinden. Permanente standplaatsen kunnen voor de ondernemer economisch aantrekkelijk zijn omdat ze flexibel kunnen inspelen op de behoefte van de klant, op verschillende locaties en op verschillende tijdstippen. Vanwege de economische aantrekkelijkheid worden de meeste standplaatsen aangevraagd voor de donderdag tot en met zaterdag.
Permanent gevestigde winkeliers (die veelal hoge exploitatiekosten moeten maken) geven in de meeste gevallen de voorkeur aan een terughoudend beleid van de gemeente. Zij zien de ambulante ondernemers vooral als aanvulling op het bestaande winkelaanbod wat zij reeds bieden.
Het huidige standplaatsenbeleid is in 2010 en begin 2011 expliciet geëvalueerd met diverse partijen zoals de Federatie Apeldoornse Ondernemers (FAO), de Binnenstad Ondernemers Apeldoorn (BOA), de Centrale Vereniging Ambulante Handel (CVAH) en diverse diensten binnen de gemeente Apeldoorn. Er is geconstateerd dat het standplaatsenbeleid 2004 toe is aan een gewenste update. Als gewenste aandachtspunten voor een nieuwe beleidsnotitie 2011, in vergelijking met het standplaatsenbeleid 2004, werden benoemd
Bovenstaande aandachtspunten zijn uitgewerkt in diverse paragrafen van de nieuwe beleidsnotitie standplaatsen 2011 die nu voor u ligt. Daarbij is in het licht van het collegewerkprogramma en de algemene belangen van deregulering en administratieve lastendruk, expliciet aandacht geweest voor de daadwerkelijke noodzaak die er moet zijn om extra regels te stellen voor (bepaalde) standplaatsen of standplaatslocaties.
Na de inleiding zullen in hoofdstuk 2 de verschillende soorten standplaatsen worden toegelicht. Het juridische kader waarbinnen het standplaatsenbeleid zich begeeft wordt weergegeven in hoofdstuk 3. Het feitelijke beleidskader in de vorm van nadere bepalingen is uitgewerkt in hoofdstuk 4 en 5. Tenslotte komt in hoofdstuk 6 de handhaving met betrekking tot standplaatsen aan de orde.
Alle vormen van standplaatsen vallen onder de reikwijdte van deze nota.
Uitzondering hierop is de incidentele verkoopstandplaats die in het kader van een evenement op het evenemententerrein wordt ingenomen. Voorbeeld hiervan is een foodkraam bij grote muziekevenementen in de stad.
De standplaatsvergunningen met betrekking tot de warenmarkt vallen eveneens buiten de reikwijdte van deze nota. Artikel 5.2.3., vierde lid van de APV zondert namelijk vaste plaatsen op een warenmarkt en evenementen uit van het vergunningenstelsel voor standplaatsen. Tenslotte valt venten, als een vorm van ambulante handel, ook niet onder dit beleid maar zijn hiervoor aparte regels gesteld in artikel 5.2.2. van de APV.
In paragraaf 1.2. is een omschrijving gegeven van het begrip standplaatsen. In de praktijk worden een aantal standplaatsen onderscheiden die nadere toelichting behoeven. Hieronder vindt u een overzicht
Een permanente standplaats betreft een standplaats die één of meerdere dagen per week gedurende een jaar wordt ingenomen. Hierbij kan worden gedacht aan een permanente vis-, snack- of bloemenkraam bij een wijkwinkelcentrum.
De standplaatsvergunning wordt volgens het principe “wie het eerst komt, wie het eerst maalt” verleend. In de standplaatsvergunning zijn voorschriften opgenomen over overdraagbaarheid, afmetingen, schoonhouden, openingstijden, brandveiligheid etc.
Een bijzondere positie neemt het voetgangersdomein in de binnenstad in. In het voetgangersdomein worden geen nieuwe vaste of permanente standplaatsen uitgegeven. Voetgangersbewegingen, bevoorrading van winkels, uitstallingen, huwelijksceremonies, bereikbaarheid voor hulpverlenende diensten en het uiterlijk aanzien van het winkelcentrum maakt dat ongewenst.
Tijdelijke seizoensgebonden standplaatsen zijn ook aan te merken als permanente standplaatsen. Hierbij is sprake van een (beoogd) gebruik door een standplaatshouder voor een bepaalde tijd, tot
een maximum van twee maanden. Voorbeelden hiervan zijn standplaatsen voor een oliebollenverkoop in de binnenstad, winkelcentrum “t Fort en winkelcentrum de Anklaar.
Onder de noemer incidentele standplaats valt een aantal tijdelijke standplaatsen die erg verschillend van aard zijn. Incidentele standplaatsen hebben een beoogd gebruik van ten hoogste een aantal dagen per jaar. Hieronder volgt een overzicht van verschillende soorten incidentele standplaatsen.
Een standplaats voor promotionele doeleinden is een standplaats van waaruit gratis eet- of drinkwaren, voorwerpen of ander materiaal wordt verspreidt onder winkelend publiek.
Een incidentele verkoopstandplaats kan verschillende vormen aannemen. Voorbeelden zijn de verkoop van detailhandelsgoederen buiten een winkel, een standplaats i.v.m. de verbouwing van een winkelpand of een koek en zopie standplaats bij het Kanaal.
Een bijzondere vorm van een incidentele standplaats is de ideële standplaats. Dit is een standplaats voor het verstrekken of verkopen van gedrukte of geschreven stukken. Voorbeelden hiervan zijn het werven van leden voor goede doelen zoals het Wereld Natuur Fonds en Natuurmonumenten maar ook standplaatsen voor bijvoorbeeld borstkankeronderzoek.
Dit betreft een standplaats voor commerciële dienstverlenende activiteiten. De laatste jaren zijn hiervoor in toenemende mate aanvragen binnengekomen. De reden hiervan is dat dienstverlenende bedrijven hun service willen vergroten door dichtbij de doelgroep hun diensten aan te bieden. Voorbeelden hiervan zijn de gehoorbus, consumententests van goederen en bussen van verzekeringsmaatschappijen of banken.
Bij incidentele standplaatsen wordt er onderscheid gemaakt tussen het commercieel of niet commercieel aanbieden van goederen en/of diensten. Er worden veel incidentele commerciële standplaatsen aangevraagd voor de binnenstad. Het aantal mogelijkheden daarvoor is echter beperkt omdat het niet wenselijk is dat standplaatsen voor etalages van winkels worden ingenomen. Om verstoring van de openbare orde en veiligheid en overbelasting van de binnenstad te voorkomen, zijn alleen het Raadhuisplein en het Marktplein geschikt als locatie die hiervoor gedurende het gehele kalenderjaar regelmatig gebruikt kan worden. Bij hoge uitzondering kan worden uitgeweken naar andere locaties zoals het pleintje voor de Oranjerie, het Leienplein of het Stationsplein.
Het juridisch kader (De Algemeen Plaatselijke Verordening en aanvullende beleidskaders) is bepalend voor de wijze waarop aanvragen voor standplaatsen worden getoetst. In dit hoofdstuk wordt dit nader toegelicht.
Het innemen van een standplaats wordt geregeld via artikel 5.2.3. van de APV. Hierin is een verbod opgenomen tot het aanbieden van goederen vanaf een vaste plaats in de openbare ruimte zonder vergunning van burgemeester en wethouders. Er geldt dus een vergunningplicht voor het innemen van een standplaats. In artikel 5.2.3 lid 5 van de APV zijn de weigeringsgronden van standplaatsen opgenomen aan de hand waarvan aanvragen worden getoetst.
Op basis van de APV artikel 5.2.3 lid 5 kan een vergunningaanvraag voor een permanente standplaats worden afgewezen. Een vergunning kan worden geweigerd:
Een standplaatsvergunning wordt verleend bij een positieve uitkomst na toetsing van de aanvraag aan de hand van bovenstaande mogelijke weigeringsgronden.
Openbare orde is een aanduiding voor de normale gang van zaken van het maatschappelijk leven op een bepaalde plaats en onder gegeven omstandigheden. Het criterium openbare orde wordt vaak gehanteerd in combinatie met het beperken of voorkomen van overlast en de verkeersveiligheid.
Per aanvraag zal worden bekeken of het belang van de openbare orde dusdanig groot is dat een vergunning moet worden geweigerd of dat vergunningverlening kan plaatsvinden door middel van het stellen van voorwaarden betreffende de openbare orde. Wanneer bij de aanvraag om een standplaatsvergunning het vermoeden bestaat dat het product of de ondernemer op enige wijze de openbare orde zou kunnen verstoren, wordt gemotiveerd advies worden gevraagd aan het team Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte (THOR). De ondernemer kan desgewenst worden gevraagd een verklaring van goed gedrag uit het justitieel documentatieregister te overleggen.
Meerdere standplaatsen op dezelfde locatie kunnen tot overlast leiden. Bij winkelcentra worden er maximaal vijf standplaatsen tegelijkertijd toegestaan. Jurisprudentie geeft aan dat er vanaf zes standplaatsen sprake is van een markt. Ook het bakken en braden op een standplaats kan tot overlast leiden. Het Activiteitenbesluit kent een aantal bepalingen onder meer m.b.t. de uitstoot van bakdampen. Dit zijn echter geen bepalingen op grond waarvan een standplaatsvergunning kan worden geweigerd.
Een standplaatsvergunning kan wel worden geweigerd indien de te plaatsen verkoopinrichting niet over een veilige bakinstallatie beschikt. Om het een en ander te kunnen beoordelen dienen standplaatshouders die op gas willen bakken of braden een certificaat van een erkend installatiebureau/bedrijf te overleggen.
Bij toetsing kan deze weigeringsgrond worden toegepast indien een of meer standplaatsen worden ingenomen op een zodanige plaats dat het straatbeeld ernstig verstoord wordt. Met deze weigeringsgrond kan het aanzien van monumentale gebouwen of *stedenbouwkundige ensembles worden gewaarborgd. Bij de beoordeling van de aanvraag zal worden gekeken of de standplaats geen zichtlijnen verstoort of is gesitueerd voor of tegen monumenten c.q. kunstobjecten. Na vertrek van de standplaats mogen geen sporen achterblijven, zoals aansluit-, aftap-, en afvoerpunten, welke op esthetisch onaanvaardbare wijze zijn vormgegeven. Naast eisen aan de standplaats zal van de standplaatshouder worden geëist dat deze een verkoopinrichting gebruikt die in een goede staat van onderhoud verkeerd.
Indien daartoe aanleiding is (bijv. bij de locatie Stationsplein met hoge gewenste stedenbouwkundige kwaliteit) zal zowel ten aanzien van de standplaats als de verkoopinrichting de Commissie Omgevingskwaliteit om advies worden gevraagd.
*Stedenbouwkundige ensembles: een ruimtelijke eenheid/ deelgebied. Binnen ruimtelijke eenheden/deelgebieden moet de eenheid in uitstraling van het geheel gehandhaafd blijven. Gekeken wordt hierbij naar de context (betrekking hebbend op de oorspronkelijke elementen), concept (betrekking hebbend op het ontwerpprincipe of de strategie), structuur (betrekking hebbend op de vormgeving van de topografie), verkaveling (betrekking hebbend op de invulling van de structuur) en de karakteristiek (betrekking hebbend op de specifieke kenmerken van een gebied).
Standplaatsen waar goederen te koop worden aangeboden hebben in de praktijk een verkeersaantrekkend karakter. Door dit verkeersaantrekkend karakter ontstaan er mogelijk ongewenste oversteekbewegingen door voetgangers, kunnen looproutes worden geblokkeerd en kan er ontoelaatbaar rijwielverkeer in voetgangersgebieden ontstaan. Een standplaats kan teveel parkeerplekken in beslag nemen en daarnaast kunnen parkerende en geparkeerde auto’s overlast veroorzaken in de directe omgeving of de verkeersveiligheid in het gedrang laten komen als zijn het zicht ontnemen. In het belang van de verkeersveiligheid is het daarom niet mogelijk overal een standplaats in te nemen. Handhaving van de bereikbaarheid per auto, doorstroming, en mogelijkheid van levering van de te verkopen producten zijn aspecten die worden meegewogen bij de beoordeling van een aanvraag.
Deze weigeringsgrond geldt alleen voor permanente standplaatsen. Het weigeren van een vergunning voor het innemen van een permanente standplaats in verband met het voorzieningenniveau kan slechts geaccepteerd worden in twee situaties:
1. wanneer er een nieuw winkelcentrum opgezet wordt;
2. óf als er binnen het verzorgingsgebied nog slechts één winkel gevestigd is in een bepaalde branche en deze winkel dreigt te verdwijnen door verlening van de vergunning. Hierdoor komt het verzorgingsniveau ter plaatse in het gedrang.
In beginsel is dus de concurrentiepositie van een gevestigde winkelier geen reden om een standplaatsvergunning te weigeren, zie ook de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Op grond van een distributieplanologisch onderzoek (DPO) kunnen winkeliers in een nieuw opgezet winkelcentrum wel beschermd worden tegen concurrentie door standplaatshouders. De rechter heeft aanvaard dat winkeliers gedurende een bepaalde periode, waarin de aanloopkosten nog hoog zijn, gevrijwaard dienen te zijn van concurrentie d.m.v. standplaatsen, in het belang van het opzetten van een voldoende voorzieningenniveau voor de consument (Vz. ARRS 17-02-1986, AB 1987, 3).
Een standplaatsvergunning kan volgens de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State wel worden geweigerd, indien bij verlening het gevaar bestaat, dat in de concurrentieslag de gevestigde handel het tegen de standplaatshouder moet afleggen en daardoor het voorzieningenniveau voor de consument beneden een aanvaardbaar peil zakt. Dit doet zich voor als er door de vestiging van een permanente standplaats een winkel verdwijnt en er in de directe omgeving geen vervangende gelegenheid is, die kan voldoen aan de vraag van de consument. De consument zou daardoor voortaan voor zijn inkopen zijn aangewezen op de ambulante handelaar. Die staat echter soms niet alle dagen op zijn standplaats, heeft een minder ruim aanbod aan verschillende producten en kan zich relatief gemakkelijk (zonder te veel kosten) verplaatsen naar een andere locatie in de directe omgeving. De standplaatshouder biedt dan onvoldoende garantie voor handhaving van een aanvaardbaar voorzieningenniveau.
De Europese Dienstenrichtlijn staat de weigeringsgrond voor standplaatsvergunningen waar (mede) diensten worden verleend niet toe, omdat dit wordt beschouwd als een economische, niet toegestane, belemmering voor een vrij verkeer van diensten. Het is wel mogelijk om deze weigeringsgrond te hanteren bij een standplaats voor het verkopen van goederen. Daarop is de richtlijn niet van toepassing.
Ook deze weigeringsgrond geldt alleen voor permanente standplaatsen. Permanente standplaatsen dienen te passen binnen de geldende bestemming. Standplaatsen worden toegelaten op locaties die de bestemming “Detailhandel, “Verkeersdoeleinden”, “Verblijfsdoeleinden” of een gelijkwaardige bestemming hebben. Op locaties met een andere bestemming, zoals groenvoorziening en woondoeleinden , kunnen geen permanente standplaatsen worden ingenomen, tenzij er een ontheffing van het omgevingsplan kan worden verleend.
De keuze voor de bestemmingen verkeersdoeleinden, verblijfdoeleinden of een gelijkwaardige bestemming is alleszins verdedigbaar omdat standplaatsen ook op en aan de weg ontstaan zijn en daar eigenlijk onlosmakelijk mee verbonden zijn.
De keuze voor deze bestemmingen is een uitbreiding van mogelijkheden ten opzicht van het Standplaatsenbeleid 2004. Reden hiervoor is dat hiermee ruimte wordt geboden zodat bepaalde gewenste initiatieven kunnen worden gehonoreerd.
Onder verkeer valt ook het voetgangersdomein. In winkelcentra is dit in en om een winkelcentrum gelegen. Standplaatsen die gevestigd zijn in een voetgangersdomein zullen in winkelcentra worden toegestaan (m.u.v. voetgangersdomein Binnenstad) als wordt voldaan aan de eisen van artikel 5.2.3. APV. In het voetgangersdomein Binnenstad zijn permanente standplaatsen niet gewenst i.v.m. redenen als bevoorradend verkeer, voetgangersbewegingen en bereikbaarheid voor hulpverlenende diensten.
Artikel 7 van de Grondwet (vrijheid van meningsuiting) brengt met zich mee, dat voor het aanbieden van gedrukte stukken geen vergunning kan worden geëist. Als dit echter gebeurt vanaf een standplaats, is voor het innemen van de standplaats wel een vergunning vereist.
De bepalingen uit de Winkeltijdenwet gelden ook voor standplaatsen (artikel 2, lid 2). Op basis van de Winkeltijdenwet mag een standplaats op werkdagen (maandag tot en met zaterdag) van 06:00 uur tot 22:00 uur worden ingenomen en moet de standplaatshouder zich houden aan het koopzondagenregime. Uitzondering hierop zijn standplaatsen die zich richten op eetwaren die geschikt zijn voor directe consumptie die volgens het Vrijstellingsbesluit van de Winkeltijdenwet (artikel 12) zijn vrijgesteld van het koopzondagenregime.
In de Alcoholwet is opgenomen dat er geen alcoholhoudende drank vanaf een standplaats mag worden verkocht. Ook mag er tijdens de verkoop geen alcoholhoudende drank aanwezig zijn. Het toezicht op de naleving van de Alcoholwet geschiedt door de Voedsel- en Warenautoriteit en gemeentelijke toezichthouders van het team Toezicht Handhaving Openbare Ruimte (THOR).
Op basis van de Handelsregisterwet 1996 dient een onderneming ingeschreven te zijn bij de Kamer van Koophandel. Zonder de benodigde inschrijving is het niet mogelijk om goederen dan wel diensten aan te bieden.
In de Wet Milieubeheer wordt een regeling getroffen ten aanzien van inrichtingen die hinder of overlast kunnen veroorzaken voor de omgeving. Deze bepalingen gelden ook voor standplaatshouders. Vooral aan mobiele verkoopinrichtingen van vis en snacks worden milieueisen gesteld. Deze eisen betreffen in hoofdzaak de gevolgen van het bakken. Het gaat dan om zaken als vetafscheiding van het afvalwater en het voorkomen van stankoverlast. Dit wordt van geval tot geval beoordeeld en is afhankelijk van de situatie ter plaatse. De standplaatshouder kan verplicht worden gesteld zelf voldoende maatregelen te nemen om zwerfvuil rond de standplaats te voorkomen. Deze regels worden in de door de gemeente te verlenen vergunning opgenomen.
De Warenwet stelt regels met betrekking tot de hoedanigheid en aanduiding van waren. Daarnaast stelt de wet eisen aan de hygiëne van producten. De Warenwet geldt ook voor handel vanuit een standplaats. Per 1 september 2004 is er een Hygiënecode Ambulante Handel Eet en Drinkwaren uitgebracht door het Hoofd Bedrijfschap Detailhandel (HBD). De Voedsel en Warenautoriteit (VWA) handhaaft deze wet.
In artikel 5.2.3.2 lid 5 onder f APV is aangegeven dat een vergunning voor het innemen van een standplaats geweigerd kan worden vanwege strijd met een geldend omgevingsplan.
Wanneer er wel een vergunning (zoals vereist krachtens de APV) wordt verstrekt, blijven eventuele eisen die in het geldende omgevingsplan worden gesteld, van kracht. Omdat een standplaats een mobiel karakter heeft, zal geen definitieve planologische reservering plaatsvinden.
Standplaatsen kunnen in verband met de bepalingen uit de Winkeltijdenwet ingenomen worden van maandag tot en met zaterdag. Uitgangspunt is dat de verkoopwagen na sluitingstijd wordt weggehaald. Slechts als de standplaats voor een aaneengesloten periode wordt ingenomen mag de verkoopwagen blijven staan, doch niet langer dan een periode van 2 maanden. Dit is om te voorkomen dat men een vaste standplaats inneemt en dat er geen sprake meer is van een standplaats met een mobiel karakter maar de standplaats meer weg heeft van een reguliere winkel.
Een voorbeeld van bovenstaande is de verkoop van oliebollen en/of poffertjes in de wintermaanden wat een sfeerverhogend effect heeft in Apeldoorn of één van de dorpen.
In het kader van de ruimtelijke ontwikkeling of herinrichting worden er door de gemeente op een aantal locaties ter plekke nutsvoorzieningen aangebracht zoals stroom en water waar markthandelaren en/of standplaatshouders gebruik van kunnen maken. Het gaat om locaties waar meerdere standplaatsen staan (en vaak ook een warenmarkt) en het aanbrengen van nutsvoorzieningen financieel rendabel is. Hiervoor betaalt de standplaatshouder een bedrag naar ratio van het gebruik.
Voor meer solitaire standplaatslocaties draagt de gemeente geen zorg voor de aanleg van nutsvoorzieningen. De standplaatshouder dient nutsvoorzieningen op eigen risico aan te laten leggen, uiteraard in overleg met de marktmeesters. Voorts kan de standplaatshouder kosten voor de aanleg van voorzieningen niet op de gemeente verhalen. Overdracht aan een eventuele nieuwe standplaatshouder dient onderling te worden geregeld.
De ambulante handel kent een persoonlijk karakter. Het is wenselijk dat standplaatshouders hun standplaats daadwerkelijk persoonlijk innemen. Dit voorkomt ongewenste handel in standplaatsen. Niet persoonsgebonden vergunningen vertegenwoordigen een grote economische waarde. Handel in vergunningen is door de aard van de standplaatsen ongewenst.
Om deze reden is een standplaatsvergunning persoonsgebonden en wordt daarom alleen aan natuurlijke personen verstrekt. Dit betekent dat wanneer een natuurlijke persoon een onderneming drijft in de vorm van een rechtspersoon, de vergunning op naam wordt gesteld van deze natuurlijke persoon. Hiermee wordt voorkomen dat rechtspersonen een overheersende positie innemen op de standplaatsenmarkt waardoor de verscheidenheid verloren kan gaan.
Een standplaats is niet overdraagbaar. Een standplaatsvergunning kan dus niet op een rechtsopvolger overgaan. Op deze wijze wordt een eerlijke verdeling van de standplaatsen over de diverse aanvragers gerealiseerd en wordt handel in standplaatsen voorkomen.
In geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder is het vanuit sociaal oogpunt gerechtvaardigd dat de echtgenoot, geregistreerd partner of het kind de ambulante handel kan overnemen en het (familie-) bedrijf kan voorzetten door de standplaatsvergunning over te nemen.
Deze uitzondering geldt uitsluitend voor de locaties en dagdelen die ook voor de voormalige standplaatshouder golden.
Vaak wordt bij de inname van een standplaats gebruik gemaakt van een verkoopwagen met uitstalmogelijkheden. De afmetingen van deze wagens kunnen nogal verschillen. In het meest extreme geval betreft het een truck met oplegger, vaak een kleine vrachtwagen en soms een klein wagentje of karretje.
Gezien de verschillen in type wagens is het moeilijk afmetingen vast te leggen. Uitgangspunt bij de vergunningverlening is een toetsing van het ruimtelijk beslag inclusief overige voorzieningen als ruimte voor opslag goederen en eventueel terras. Per locatie wordt beoordeeld of de wagen het aanzien van de omgeving niet verstoord of op een andere manier hinder veroorzaakt.
Vaak worden standplaatsen aangevraagd voor de openbare ruimte. In enkele gevallen worden ze echter aangevraagd voor locaties die in particulier eigendom zijn (bijv. op een parkeerterrein van een supermarkt). Voor het doen van zo’n aanvraag is schriftelijke toestemming van de grondeigenaar noodzakelijk om de aanvraag verder in behandeling te nemen. Deze kan op grond van eigendomsrecht zijn eigen criteria hanteren voor het al dan niet toelaten van een standplaatshouder op zijn terrein.
Een standplaats moet in beginsel persoonlijk worden ingenomen (zie 4.3.).
Het komt echter voor dat standplaatshouders de aan hen vergunde permanente standplaats niet innemen.
In afwijking van dit uitgangspunt is het wel mogelijk dat de vergunninghouder zich op de standplaats (structureel) laat vervangen door een huwelijks- of samenlevingspartner of kind. Dit doet zich voor bij ziekte of bijzondere omstandigheden. In geval van ziekte langer dan een maand of bijzondere omstandigheden kan voor maximaal 1 jaar toestemming worden gegeven voor een tijdelijke vervanging. De Marktverordening kent een soortgelijke regeling.
Aan de vervanging wordt de eis gesteld dat zij schriftelijk en met vermelding van de naam van de vervanger moet worden aangevraagd en dat de (familie) relatie met schriftelijke bewijsstukken moet worden aangetoond. Dit gebeurd door middel van een geldig legitimatiebewijs en een inschrijving in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).
Mochten standplaatshouders om andere redenen hun standplaats niet kunnen of willen innemen dan moet worden geïnformeerd naar de redenen die men daarvoor heeft. Daarom wordt ook regelmatig gecontroleerd op het persoonlijk innemen van een standplaats. Indien geconstateerd wordt dat een standplaatshouder gedurende een periode van 6 weken zijn standplaats niet of erg incidenteel inneemt krijgt de standplaatshouder op grond van artikel 1:6 van de APV een voorgenomen intrekking van de vergunning toegestuurd. Deze voorwaarde is ook als voorschrift aan de standplaatsvergunning toegevoegd.
Behalve het structureel niet innemen van een standplaats kan ook een verstoring van de openbare orde, wangedrag, bedrog of herinrichtingwerkzaamheden op de standplaatslocatie een reden zijn om de standplaatsvergunning in te trekken.
Als de standplaatslocatie voor een ander doel gebruikt moet worden (markt/evenement) dan mag de standplaats op die dag of dat dagdeel niet worden ingenomen. Dit geldt ook indien er op de locatie herinrichting- onderhoud- of beheerwerkzaamheden plaatsvinden. Hoewel niet juridisch noodzakelijk, wordt er in overleg met de ondernemers gekeken naar een mogelijke andere tijdelijke plek.
Verder is het mogelijk dat op grond van een ander openbaar belang de standplaats niet kan worden ingenomen of moet worden ontruimd.
Volgend op de gemeentelijke doelstellingen van deregulering en het beperken van de administratieve lastendruk is ook de aanvraag voor een standplaatsvergunning tegen het licht gehouden. Zo worden bijvoorbeeld de indieningvereisten als inschrijving bij de Kamer van Koophandel en inschrijving bij het Hoofd Bedrijfschap Detailhandel (HBD) afgeschaft. Dit zijn geen mogelijke weigeringsgronden en het zijn bovendien onderdelen waar niet de gemeente maar bovenstaande instanties primair verantwoordelijk voor zijn.
Er is op dit moment geen aanleiding te opteren voor een vergunning met een bepaalde tijd.
In feite houdt de huidige bestaande standplaatshouder volgens het Standplaatsenbeleid 2004 immers voor minstens 10 jaar zijn vergunning. Na de periode van 10 jaar is er vanuit een vergelijkende toets tussen verschillende aanvragen voor dezelfde locatie geen andere mogelijkheid dan loting.
Een loting als keuze tussen aanvragen is erg onbevredigend. Vanuit het perspectief van beperking van de administratieve lastendruk voor de ondernemer en deregulering is het daarom wenselijk standplaatshouders vanaf heden een vergunning voor onbepaalde tijd te verlenen.
Uitgangspunt is dat een standplaatsvergunning per winkelcentrum en per vergunninghouder voor maximaal 4 dagen per week wordt verleend. Hiermee wordt voorkomen dat de standplaats het karakter krijgt van een reguliere winkel terwijl standplaatsen een mobiel karakter dienen te hebben. Voor tijdelijke standplaatsen voor meerdere dagen geldt deze bepaling niet voor zover het de verkoop van seizoensproducten betreft of een tijdelijke standplaats i.v.m. de verbouwing van een winkel.
Een aanvraag om wijziging van de standplaatsvergunning wordt beschouwd als een aanvraag voor een nieuwe vergunning. Via het standaard aanvraagformulier kan een aanvraag ingediend worden om een vergunning te wijzigen omdat men bijvoorbeeld andere producten wil verkopen of de verkooptijden wil veranderen. Gedurende de tijd dat de aanvraag in behandeling is mogen de aangevraagde wijzigingen niet worden aangebracht of uitgevoerd.
De wens tot vroegtijdig beëindigen van de vergunning dient schriftelijk te worden gemeld bij de afdeling Juridische Zaken en Veiligheid.
Als de aanvragen voor vergunningen voor permanente standplaatsen van de afgelopen jaren worden bekeken valt op dat het aantal aanvragen in de directe omgeving van winkelcentra toeneemt. Daarnaast bestaan veel van deze aanvragen uit vis en snacks. Hiermee bestaat een risico op afbreuk van de diversiteit van de vaste standplaatsen bij winkelcentra met als neveneffect het wegconcurreren van bestaande middenstanders. Standplaatsen dienen zoveel mogelijk aanvullend te zijn op het al bestaande winkelaanbod in het belang van het winkelend publiek en de bestaande ondernemers.
Om deze diversiteit te waarborgen moeten aanvragen voor permanente standplaatsen bij winkelcentra aanvullend zijn op het al bestaande aanbod. Er wordt in dit kader ook advies gevraagd aan de diverse winkeliersverenigingen en/of de FAO.
Hiermee wordt ook aansluiting gezocht bij de Detailhandelsvisie.
Standplaatsen voor promotionele doeleinden worden in de binnenstad alleen toegelaten op het Raadhuisplein, Marktplein en het Leienplein. Per dag wordt er slechts 1 standplaats uitgegeven voor alle locaties bij elkaar en slechts 2 keer per maand wordt er een promotionele standplaats toegestaan voor het verstrekken van frisdrank en ijs.
Redenen hiervoor zijn het voorkomen van overbelasting van de binnenstad, het beperken van overlast en het voorkomen van verstoring van de openbare orde. Bij hoge uitzondering (bijv. bij een evenement op het Raadhuisplein), en alleen als alternatief voor bovenstaande locaties, kan ook het Stationsplein of het pleintje voor de Oranjerie als zodanig fungeren.
Er komen af en toe ook verzoeken binnen van winkeliers die voor hun pand een standplaats willen innemen. Bijvoorbeeld tijdens de opening van een nieuwe winkel. In het nieuwe beleid wordt dit nu geformaliseerd.
Het wordt toegestaan dat winkeliers bij bijzondere gelegenheden (jubileum, opening nieuwe winkel) een verkoopkraam voor hun eigen winkel mogen plaatsen. Dit wordt nog wel getoetst aan de weigeringsgronden uit de APV waarbij doorstroming van winkelend publiek bijvoorbeeld een belangrijk uitgangspunt is.
Afgelopen jaren zijn er meerdere verzoeken gekomen om autoruiten te repareren bij verschillende winkelcentra. De standplaatsen worden uitgegeven volgens het principe “wie het eerst komt, wie het eerst maalt”. Deze standplaatsen nemen een bepaalde parkeerruimte in beslag en kunnen zorgen voor verkeersonveilige situaties en enorme parkeerdrukte. Daardoor zijn er de afgelopen 2 jaar al verschillende verzoeken op grond van de weigeringsgronden uit de APV geweigerd.
Het is niet wenselijk dat er elke week bij hetzelfde winkelcentra een bedrijf staat om deze dienst te verrichten. Om meerdere bedrijven de gelegenheid te geven een aantal keer per jaar in de gemeente hun dienst te verlenen worden de volgende regels geïntroduceerd:
De gemeente Apeldoorn vindt toezicht en handhaving van regels als beleidsmatig sluitstuk noodzakelijk. Daarom wordt het nieuwe standplaatsenbeleid 2011 actief gehandhaafd en verdient controle op standplaatsen prioriteit.
Er zijn 2 medewerkers van team Preventie, toezicht en handhaving (PTH) die toezicht op standplaatsen in hun takenpakket hebben. Hiervoor worden in het jaarlijkse werkplan uren vrijgemaakt. Deze toezichthouders nemen standplaatsen wekelijks mee in hun rondes. Aangezien de meeste standplaatshouders al vele jaren in Apeldoorn een standplaats innemen is er niet veel capaciteit nodig om te weten of de standplaatshouders zich aan de regels houden.
Er wordt controle uitgeoefend op de vergunningvoorschriften van de verleende standplaatsvergunning. Hieronder vallen onder andere de locatie, de ingenomen hoeveelheid m2, de aanwezigheid van de vergunninghouder, de openingstijden en eventuele vervuiling.
Het komt wel eens voor dat de standplaatshouder meer plaats inneemt dan dat er aan hem vergund is.
Indien een toezichthouder constateert dat een standplaatshouder in overtreding is, wordt de standplaatshouder eerst in een gesprek aangesproken of voorgelicht. Als praten niet helpt zijn er zwaardere middelen om op te treden zoals het opleggen van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang. Hierbij wordt aangesloten op de geldende afspraken die vermeld staan in het handhavingsbeleid.
Indien de standplaatshouder geen vergunning heeft voor het innemen van de standplaats wordt de standplaatshouder opgedragen zijn activiteiten per direct te staken. Indien de standplaatshouder wel een vergunning heeft maar zich niet houdt aan de bestaande wet- en regelgeving dan kan, afhankelijk van de overtreding, handhavend worden opgetreden. Hierbij kan een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang worden opgelegd.
Aan commerciële permanente en incidentele standplaatsvergunningen zijn kosten verbonden. Deze kosten hebben betrekking op de vergunningverlening (leges), het in gebruik nemen van gemeentegrond (precario) en op sommige locaties het afnemen van elektra (stroomkosten). Ideële/niet commerciële standplaatsen betalen volgens de Legesverordening overigens geen precario en/of leges.
De standplaatshouder is voor het indienen van een aanvraag voor een standplaatsvergunning legesplichtig. Deze kosten worden in rekening gebracht vanwege de kosten die de gemeente moet maken om een aanvraag in behandeling te nemen.
Op grond van de Tarieventabel die hoort bij de Legesverordening bedragen de leges voor 2019:
| Soort standplaatsvergunning | Bedrag |
|---|---|
| Permanente standplaatsvergunning op gemeentegrond | € 539, 15 |
| Permanente standplaatsvergunning op particuliere grond | € 359, 45 |
| Incidentele standplaatsvergunning | € 89, 85 |
| Wijziging van een permanente standplaatsvergunning | € 114, 55 |
De standplaatshouder maakt gebruik van de openbare ruimte door met zijn standplaats ruimte in te nemen. De standplaatshouder moet voor zijn ingenomen m2 openbare ruimte precario betalen.
In de gemeente Apeldoorn worden verschillende tarieven geheven per gebied. Hieronder vindt u een overzicht voor 2012:
Voor het incidenteel hebben van een standplaats bedraagt het tarief tot een maximum van 25 m² ingenomen grond per dag € 86,00. Voor elke vierkante meter die het aantal van 25 m² te boven gaat bedraagt het tarief per dag € 3,45.
Sommige standplaatslocaties waar markten plaatsvinden zijn uitgerust met stroomkasten. Dit is het geval op het Marktplein, Raadhuisplein, Schubertplein, Violierenplein, het Fort, Hart van Zuid en het Operaplein. Zij betalen hetzelfde aan stroomkosten als markthandelaren waarbij de kosten in drie tarieven zijn ingedeeld. Voor een halve dag betalen standplaatshouders € 1,50 tot € 4,50. Voor een hele dag geldt een bedrag van € 3,75 tot € 12,00.
Bij winkelcentrum Hart van Zuid is er recent elektra aangelegd door de gemeente. Hiervoor betalen de standplaatshouders naast de stroomkosten ook nog huur.
Er is ook een aantal plekken waar standplaatshouders zelf elektrakasten hebben aangelegd via een particulier of via een winkeliersvereniging. Voorbeelden hiervan zijn de standplaats op de Dijkgraafweg, aan de Kerk Allee in Beekbergen en in Loenen. Hierbij wordt zonder tussenkomst van de gemeente rechtstreeks betaald aan elektraleverancier, particulier of winkeliersvereniging.
| Winkelcentrum Anklaar | |
| oliebollen | elke dag van 1 november t/m 31 december |
| vis | dinsdag t/m zaterdag |
| Winkelcentrum De Mheen | |
| vis | donderdag t/m zaterdag |
| oliebollen | elke dag van 1 november t/m 31 december |
| Winkelcentrum De Eglantier | |
| brood/koek/banket | vrijdag |
| Vietnamese snacks | zaterdag |
| kaas | donderdag |
| oliebollen | elke dag van 1 november t/m 31 december |
| Winkelcentrum ’t Fort | |
| Indiase snacks | zaterdag |
| vis | vrijdag |
| kaas/boter/eieren | donderdag |
| vis | dinsdag |
| friet en snacks | donderdag t/m zondag |
| Italiaans ijs | vrijdag t/m zondag |
| oliebollen | elke dag van 1 november t/m 31 december |
| Winkelcentrum Hart van Zuid | |
| Vietnamese snacks | vrijdag en zaterdag |
| kaas | zaterdag |
| oliebollen | elke dag van 1 november t/m 31 december |
| kebab (houtskool) | woensdag, donderdag en vrijdag |
| Winkelcentrum De Maat | |
| vis | donderdag t/m zaterdag |
| zoetwaren | maandag |
| Winkelcentrum Kayershof | |
| vis | zaterdag |
| zoetwaren | dinsdag |
| Winkelcentrum Ordenplein | |
| zoetwaren | vrijdag |
| Winkelcentrum Maasstraat | |
| oliebollen | elke dag van 1 november t/m 31 december |
| vis | vrijdag van 1 januari t/m 31 oktober |
| Parkeerplaats Musketiersveld (Plus Nico de Witt) | |
| oliebollen | elke dag van 1 november t/m 31 december |
| vis | vrijdag van 1 januari t/m 31 oktober |
| Centrum van Apeldoorn | |
| Vietnamese snacks | maandag t/m zondag (Hoofdstraat Zuid) |
| accessoires/mutsen | donderdag en zaterdag (Brinklaan) |
| bloemen | vrijdag en zaterdag (Leienplein) |
| oliebollen | elke dag van 1 november t/m 31 december (Raadhuisplein) |
| Asselsestraat/W. Druckerstraat | |
| oliebollen | elke dag van 1 november t/m 31 december |
| Parkeerplaats Dijkgraafweg | |
| snacks | dinsdag t/m zaterdag |
| Parkeerplaats Hoge Dries | |
| vis | vrijdag en zaterdag |
| Arnhemseweg/Kraaienweg | |
| snacks/frisdranken | maandag t/m zondag |
| Arnhemseweg (bij viaduct A1) | |
| snacks/frisdranken | maandag t/m zondag |
| Kuipersdijk | |
| snacks | zondag t/m vrijdag |
| Hoog Buurloseweg/Europaweg | |
| snacks | zondag t/m vrijdag |
| Joost van den Vondellaan | |
| snacks | woensdag en donderdag |
| Kerk Allee in Beekbergen | |
| groente/fruit | woensdag |
| vis | zaterdag |
| zuivel | woensdag |
| Parkeerplaats Loenense Waterval | |
| ijs | zondag en maandag t/m zaterdag van mei t/m augustus |
| snacks en drinken | dinsdag t/m zondag |
| snacks, ijs, broodjes | elke dag |
| Parkeerplaats Heidehof | |
| bloemen/planten | zaterdag en zondag |
| Parkeerplaats De Kempe | |
| groenten/fruit | donderdag |
| zuivel | woensdag |
| Stationsplein | |
| PM: mogelijkheden voor minimaal 2 standplaatsen zijn meegenomen in het voorontwerp actualisering omgevingsplan Binnenstad Zuidoost. |