Probleemstelling

De gemeente Apeldoorn ontvangt in toenemende mate verzoeken om een vergunning te verlenen voor het innemen van een permanente of tijdelijke standplaats voor promotionele doeleinden. Permanente standplaatsen kunnen voor de ondernemer economisch aantrekkelijk zijn omdat ze flexibel kunnen inspelen op de behoefte van de klant, op verschillende locaties en op verschillende tijdstippen. Vanwege de economische aantrekkelijkheid worden de meeste standplaatsen aangevraagd voor de donderdag tot en met zaterdag.
Permanent gevestigde winkeliers (die veelal hoge exploitatiekosten moeten maken) geven in de meeste gevallen de voorkeur aan een terughoudend beleid van de gemeente. Zij zien de ambulante ondernemers vooral als aanvulling op het bestaande winkelaanbod wat zij reeds bieden.

Het huidige standplaatsenbeleid is in 2010 en begin 2011 expliciet geëvalueerd met diverse partijen zoals de Federatie Apeldoornse Ondernemers (FAO), de Binnenstad Ondernemers Apeldoorn (BOA), de Centrale Vereniging Ambulante Handel (CVAH) en diverse diensten binnen de gemeente Apeldoorn. Er is geconstateerd dat het standplaatsenbeleid 2004 toe is aan een gewenste update. Als gewenste aandachtspunten voor een nieuwe beleidsnotitie 2011, in vergelijking met het standplaatsenbeleid 2004, werden benoemd

  • Een groot aantal standplaatsen krijgt steeds meer een permanent karakter waardoor het meer weg heeft van een reguliere winkel. Dit is een ongewenste situatie omdat standsplaatsen in eerste instantie bedoeld zijn als aanvulling op het bestaande winkelaanbod;
  • Op een aantal locaties bij winkelcentra ontstaan steeds meer standplaatsen. In de detailhandelsvisie wordt geen expliciete aandacht gegeven aan standplaatsen. Er is, aanvullend op de detailhandelsvisie, behoefte aan regulering van het aantal standplaatsen om aan te sluiten bij de doelstellingen vanuit de detailhandelsstructuur;
  • Er is behoefte aan helderheid over het handhavingsbeleid dat de gemeente toepast bij standplaatsen;
  • Er is behoefte aan om actuele jurisprudentie toe te voegen aan de weigeringgronden voor een standplaatsvergunning. Deze jurisprudentie geeft beter inzicht in de achterliggende redenen voor het weigeren of verlenen van een vergunning;
  • Er is aanvullend beleid nodig voor een aantal specifieke standplaatsen zoals autoruitreparaties en standplaatsen voor promotionele doeleinden om negatieve effecten (parkeerdruk, overbelasting voor de omgeving) te voorkomen. Een beleidskader biedt handvatten om aanvragen van specifieke standplaatsen te kunnen beoordelen.
  • Het verzoek is om een vergunning voor onbepaalde tijd te verlenen. Indien hier niet voor gekozen wordt dan is het verzoek om beter aan te geven hoe er wordt omgegaan met het zogenaamde “voorkeursrecht” na de vergunningsduur van 5 jaar. In dit beleidskader is opgenomen dat vergunningen voor onbepaalde tijd worden verstrekt. Tevens zijn de richtlijnen voor het kunnen intrekken van standplaatsvergunningen expliciet benoemd.

Bovenstaande aandachtspunten zijn uitgewerkt in diverse paragrafen van de nieuwe beleidsnotitie standplaatsen 2011 die nu voor u ligt. Daarbij is in het licht van het collegewerkprogramma en de algemene belangen van deregulering en administratieve lastendruk, expliciet aandacht geweest voor de daadwerkelijke noodzaak die er moet zijn om extra regels te stellen voor (bepaalde) standplaatsen of standplaatslocaties.

Uw Reactie
Uw Reactie