Toespraak 4 mei Ereveld Loenen

Gerhard Badrian was een Duitser van joodse komaf. In 1938 vluchtte hij naar Nederland. Hij zat een poos ondergedoken in Apeldoorn, bij de familie Hartland. Langzamerhand raakte hij bij het verzet betrokken, in Amsterdam.

Badrians specialiteit was het zich voor te doen als een hoge Duitse officier. In uniform trad hij gevangenissen binnen, blafte in het Duits de medewerkers af en gaf hen lijsten met gevangenen die meteen met hem mee moesten komen. Op deze manier heeft hij tientallen opgepakte verzetsstrijders vrij weten te krijgen.

Uiteindelijk werd ook hij verraden en op 30 juni 1944 is hij bij een vuurgevecht op straat om het leven gekomen. De urn met zijn as is hier begraven, op het Nationaal Ereveld, vak E, graf nummer 89.

Vlakbij Gerhard Badrian, ook in vak E, graf nummer 44, rust Anton de Kom. Vorige week, op 24 april hebben we hier stilgestaan bij zijn dood. Anton de Kom was bij leven niet onomstreden. Afkomstig uit Suriname en getrouwd met een Nederlandse vrouw, was hij een scherp criticaster van de slavernij en het koloniale bewind in zijn moederland.

Ondanks dat hij hier veel tegenwerking en discriminatie ervoer, ging hij in de oorlog bij het Nederlandse verzet. De pen was zijn wapen, als schrijver bij de communistische verzetskrant De Vonk. Inmiddels is hij opgenomen in de Canon van Nederland, als activist tegen slavernij en kolonialisme, als schrijver en als verzetsstrijder. Ere wie ere toekomt.

Hier op het Nationaal Ereveld in Loenen, bij Apeldoorn, zijn 4000 graven. Vierduizend namen en vierduizend verhalen. Maar er zijn nog veel meer mensen van wie de naam in steen gegraveerd zou moeten zijn, van wie de verhalen verteld zouden moeten worden, bij wier graf we zouden moeten stilstaan.

Maar lang niet iedereen heeft een graf. In de oorlog zijn heel veel slachtoffers verbrand, verdronken of in massagraven terecht gekomen. Waarna ze lang niet altijd meer geïdentificeerd konden worden.

De namen van deze 130.000 Nederlanders staan in 42 gedenkboeken, waarvan hier, in de kapel, iedere dag een bladzijde wordt omgeslagen.

In gedenkboek 35 staat Gerardus Johannes Hemmer. Geboren op 28 maart 1904 in de gemeente Tubbergen, in Geesteren. Hemmer had geallieerde piloten geholpen, werd verraden en in 1942 vastgezet in het Oranjehotel in Scheveningen. In 1944 werd hij naar Dachau vervoerd.

Daar overleed hij op 5 februari 1945. Hij liet een vrouw en drie kinderen achter, de jongste  - Jan  - was nog maar een baby toen zijn vader werd opgepakt. Acht jaar na de oorlog overleed de vrouw van Gerardus, van pure ellende.

De familie Hemmer woonde in dezelfde streek, in dezelfde gemeente, als mijn familie en waar ook ik geboren ben. De boerderij waar mijn moeder opgroeide, was in de oorlog gevorderd door Duitse officieren. Zij woonden en sliepen in het huis, mijn moeders familie bivakkeerde in hun eigen schuur.

Mijn moeder was een opgroeiend meisje en op een avond liet één van die officieren tegenover haar voorzichtig blijken dat hij last had van gewetensnood. Hij was de oorlog in gestuurd, maar was vooral een gewone jonge man, bang en ver van huis en bepaald geen aanhanger van de politieke ideeën van zijn legerleider.

Twee van mijn ooms, broers van mijn moeder, zaten in het verzet. En dat met Duitse officieren op hetzelfde erf. Zij hadden meer geluk dan Gerhard Hemmer en overleefden de oorlog. Mijn ooms genoten na de oorlog veel aanzien. Maar ook over de opstandige Duitse officier werd bij ons thuis met respect gesproken.

Je verzetten tegen onrecht, je verantwoordelijkheid nemen. Niet meelopen met de meute, maar altijd zelf blijven nadenken. Als ik nu terugkijk, waren dat echt de onderliggende thema’s bij ons thuis op de boerderij. Gevormd in die oorlogsjaren.

Burgemeester Ton Heerts spreekt de aanwezigen toe tijdens dodenherdenking op het Ereveld in Loenen.
Burgemeester Ton Heerts spreekt de aanwezigen toe tijdens dodenherdenking op het Ereveld in Loenen. Fotograaf: Rob Voss

Bijna tachtig jaar na de Tweede Wereldoorlog is intussen wel duidelijk geworden dat lang niet alle Nederlanders in het verzet hebben gezeten. Behalve helden waren er ook meelopers, mee-werkers en verraders. Het heeft vrij lang geduurd voordat we dat voorzichtig onder ogen durfden te zien. In Nederland zijn relatief veel Joden opgepakt en afgevoerd, zonder dat daar veel grote opstanden tegen kwamen.

En de weinige Joden die na de oorlog terugkwamen, konden niet op een warm welkom of veel begrip rekenen. Datzelfde geldt voor de tienduizenden mannen die in Duitsland moesten gaan werken. Na de oorlog kregen ze te horen dat ze de verkeerde keuze hadden gemaakt en was er bijna niemand die naar hun verhalen wilde luisteren.

Niet zelden werden ze nog geen jaar later opgeroepen om te gaan vechten in Indonesië. En wie daar vragen over stelde, of ongemak voelde over de rol van Nederland als koloniale bezettingsmacht, werd als landverrader beschouwd. Nederland had vijf jaar lang geleden en moest weer vooruit. Als land en als natie, tot in de overzeese gebiedsdelen. Want die behoorden ons toe. Ondanks dat we inmiddels wisten wat het betekende om bezet te worden. De gedachten van Anton de Kom vonden destijds nog niet de weerklank die ze inmiddels gelukkig wel hebben gevonden.

Bestond er pal na de oorlog vooral één overheersend beeld om op terug te kijken, inmiddels is dat veel diverser en genuanceerder. Er zijn veel soorten slachtoffers. Er zijn veel soorten daders. Wat destijds goed en duidelijk leek, is inmiddels veel diffuser.

Gerhard Badrian was Duitser. Maar hij was ook Jood. En verzetsstrijder.

Anton de Kom was Surinamer. Maar ook communist, activist, schrijver. En verzetsstrijder.

Gerardus Hemmer was een boer uit Twente. Maar ook katholiek en vader. En verzetsstrijder.

Alle drie hebben ze ons iets te vertellen wat van alle tijden is. Alle drie maakten ze hun eigen afweging. Alle drie kozen ze niet voor zichzelf, maar voor een ander. Niet halfslachtig, maar radicaal, zonder voorbehoud.

Dat zijn de lessen die we nodig hebben. Ook vandaag nog. Dat zijn de verhalen die we moeten blijven vertellen. Ook nu. Juist omdat lang niet iedereen een held is. Deze mensen, deze verhalen, kunnen ons helpen het wel te worden.

Want 79 jaar na de Tweede Wereldoorlog is de wereld nog steeds geen veilige plek. Wij kennen in dit deel van Europa wel vrede, maar voor veel andere mensen geldt dat niet. En daardoor staan ook onze vrijheid en onze democratie onder druk.

Ook in deze tijd, in deze wereld, hebben we mensen nodig die krachtige keuzes durven te maken. Die tegen de stroom in durven te zwemmen. Die niet eerst aan zichzelf denken, maar altijd eerst aan een ander. Die niet het ‘ik’ voorop stellen, maar eerst het ‘wij’. 

Dat is de les die Gerhard Badrian, Anton de Kom en Gerardus Hemmer ons leren. Dat is het verhaal dat ze ons vertellen.

Daar hoeven we maar één ding voor te doen: ons openstellen en luisteren.

En daarna onze eigen keuze maken.

Kranslegging op het Ereveld in Loenen tijdens dodenherdenking
Kranslegging op het Ereveld in Loenen tijdens dodenherdenking Fotograaf: Rob Voss

Contact

Burgemeester Ton Heerts heeft geen vast spreekuur.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met zijn secretaresse via het telefoonnummer 14 055. Gesprekken met de burgemeester vinden in principe plaats in het stadhuis.

Bel: 14 055 of vul het Contactformulier in

Uw Reactie
Uw Reactie