Vleermuizen in Apeldoorn
Fotograaf: Kamiel Spoelstra
Vleermuizen in Apeldoorn

In deze atlas zijn de zoogdieren verdeeld in twee groepen: de grondgebonden zoogdieren en de vleermuizen. Vleermuizen zijn de enige zoogdieren die kunnen vliegen.

Vleermuizen

Zoogdieren zijn warmbloedige dieren die hun jongen voeden met moedermelk. Dit noemen we zogen. Vaak zijn zoogdieren behaard. Ze komen in allerlei soorten en maten voor, van een dwergmuis tot een blauwe vinvis.

Mensen zijn ook zoogdieren. Bij de meeste soorten zorgt het vrouwtje voor de jongen. Maar er zijn ook sociale soorten waarbij meerdere volwassen dieren de jonge dieren opvoeden. Na het paren groeit er een embryo in de baarmoeder van het vrouwtje.  Als het embryo voldoende gegroeid is, wordt het geboren. De moeder voedt het jong de eerste tijd met moedermelk. Deze melk is heel voedzaam, er zitten allerlei stoffen in die zorgen voor een goede weerstand. Sommige jonge zoogdieren zijn vanaf hun geboorte best zelfstandig en kunnen bijna meteen lopen. Andere soorten worden zonder vacht geboren en zijn nog lange tijd erg kwetsbaar. Zodra een jong dier genoeg gegroeid is, gaat het steeds meer voedsel eten dat volwassen dieren ook eten. Zoogdieren eten allerlei voedsel. Aan hun gebit kun je goed zien wat ze eten. Soorten met scherpe (hoek)tanden eten vooral andere dieren. Marters doen dit bijvoorbeeld. Soorten met geplooide kiezen eten planten. Een voorbeeld hiervan zijn herten. Zoogdieren die planten en dieren eten, hebben een tussenvorm. Zij hebben knobbelige kiezen en scherpere snijtanden. Net zoals mensen.

Vleermuizen hebben bijzonder lange vingers. Daartussen zit een dunne huid, die verbonden is met hun achterpoten. Ook tussen de achterpoten en hun staart zit deze huid. Hierdoor kunnen ze vliegen. De manier waarop de vleermuizen jagen verschilt met die van de andere zoogdieren. Ze gebruiken echolocatie. De vleermuizen maken dan heel hoge geluiden en vangen deze weer op met hun goede oren. Zo horen ze waar prooien zitten en waar ze omheen moeten vliegen. De meeste soorten vleermuizen eten insecten, maar sommige eten fruit of nectar. Helaas worden veel soorten vleermuizen bedreigd door activiteiten van mensen. Zij maken onder meer het leef- en woongebied van de vleermuizen kapot. Het isoleren van spouwmuren in woningen zorgt er voor dat veel vleermuizen doodgaan.

Gewone dwergvleermuis
Gewone dwergvleermuis. Fotograaf: Kamiel Spoelstra
Gewone dwergvleermuis
Gewone dwergvleermuis in Apeldoorn. Bron: NDFF (met toestemming BIJ12 voor publicatie op hogere nauwkeurigheid).

Gewone dwergvleermuis

De gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) is een van de kleinste soorten van Europa. Hij weegt vijf gram, ongeveer evenveel als een suikerklontje. Het liefst eet hij kleine vliegende insecten, zoals muggen. De gewone dwergvleermuis woont bijna altijd in gebouwen. Hij leeft in de spouwmuren, de daken, achter luiken en boeiboorden. Zijn winterslaap houdt hij meestal ook in gebouwen. Dan hangt hij op zijn kop, aan zijn achterpoten. De dwergvleermuis kan beter tegen drogere lucht dan andere soorten vleermuizen, waardoor hij op meer plekken kan verblijven. 

Voorkomen
Waar gebouwen zijn, komt de gewone dwergvleermuis voor. Zie je op een zomeravond wel eens een kleine fladderende vleermuis vliegen op een paar meter boven je? De kans is groot dat dat een gewone dwergvleermuis is. In Apeldoorn weten we meerdere plekken waar gewone dwergvleermuizen zich voortplanten of overwinteren.

Bedreigingen en kansen
Het gebeurt zo af en toe dat de dwergvleermuis in een gebouw woont dat gesloopt wordt of gerenoveerd. Het aanbrengen van isolatiemateriaal in spouwmuren kan dodelijk zijn voor de vleermuis. Vleermuizen kunnen de spouwmuren van nieuwbouwhuizen vaak niet meer in. Mensen sluiten de muren af of vullen ze op omdat ze bang zijn voor overlast van de vleermuis. Maar dat is niet terecht. Het is daarom belangrijk om natuurinclusief te bouwen. Dat betekent dat er in nieuwe gebouwen ook een plek is voor de vleermuis.

Terug naar alle vleermuizen Terug naar startpagina Natuuratlas

Gewone grootoorvleermuis
Gewone grootoorvleermuis. Fotograaf: Kamiel Spoelstra
Gewone grootoorvleermuis
Gewone grootoorvleermuis in Apeldoorn. Bron: NDFF (met toestemming BIJ12 voor publicatie op hogere nauwkeurigheid).

Gewone grootoorvleermuis

De gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) heeft zijn naam niet zomaar: deze vleermuis herken je aan zijn grote oren. Die zijn soms wel vier centimeter lang. Verder is de vacht van zijn rug bruin en op zijn buik grijs- tot geelwit. Zijn oren zijn belangrijk, daarmee jaagt hij op zijn prooien. Hij spoort insecten op door goed te luisteren. Hij eet graag vlinders, spinnen, kevers, rupsen en oorwormen. Hij leeft in boomholtes, nestkasten en gebouwen, zoals kerkzolders.

Voorkomen
In Nederland tref je de gewone grootoorvleermuis vooral in het midden en oosten van het land. Daar leeft hij in bosgebied op zandgrond. Het aantal vleermuizen neemt langzaam toe in Nederland. In Apeldoorn zijn de vleermuizen bijna altijd gevonden tijdens hun winterslaap. Die doen ze in ondergrondse ruimtes. De gewone grootoorvleermuis heeft zijn eigen kraamafdeling, hier wonen drachtige vrouwtjes en vrouwtjes met jongen bij elkaar. In Apeldoorn zijn kraamverblijven in de kapel van de Politieacademie en in de Wilhelminakerk.

Bedreigingen en kansen
De grootoorvleermuis houdt niet van licht. Van straatverlichting heeft hij bijvoorbeeld veel last. Ook gebeurt het dat vleermuizen op kerkzolders doodgaan door gif tegen boktorren. Dit soort gif, zoals lindaan, is nu meestal verboden. Vleermuizen kunnen de spouwmuren van nieuwbouwhuizen vaak niet meer in. Mensen sluiten de muren af of vullen ze op omdat ze bang zijn voor overlast van de vleermuis. Maar dat is niet terecht. Het is daarom belangrijk om natuurinclusief te bouwen. Dat betekent dat er in nieuwe gebouwen ook een plek is voor de vleermuis.

Terug naar alle vleermuizen Terug naar startpagina Natuuratlas

Laatvlieger
Laatvlieger. Fotograaf: Kamiel Spoelstra
Laatvlieger
Laatvlieger in Apeldoorn. Bron: NDFF (met toestemming BIJ12 voor publicatie op hogere nauwkeurigheid).

Laatvlieger

De laatvlieger (Eptesicus serotinus) is een van de grotere vleermuizen in Nederland. Van vleugel tot vleugel is hij wel 38 centimeter. Hij kan wel 35 gram wegen, dat zijn bijna 9 suikerklontjes. Omdat de laatvlieger wat groter is, kan hij ook grotere insecten eten. Hij geniet erg van vliegende kevers, zoals mei- en mestkevers. De laatvlieger heet zo omdat hij ’s avonds later op pad gaat dan andere vleermuizen. 

Voorkomen
De laatvlieger kom je overal in Nederland tegen. De laatvlieger heeft graag een dak boven zijn hoofd. Hij woont in gebouwen, bijvoorbeeld achter gevelbetimmering, onder het dak of bij een schoorsteen. En ook in spouwmuren en op zolders. Op deze plekken krijgt hij jongen en houdt hij waarschijnlijk ook zijn winterslaap. In Apeldoorn weten we niet precies waar de laatvliegers wonen. Ze worden wel op veel plekken in de bebouwde kom en in de dorpen gezien. In 2020 bleek het aantal laatvliegers in Apeldoorn iets te zijn afgenomen. In Beekbergen, Loenen, Hoenderloo en Uddel bleken kolonies te zijn.

Bedreigingen en kansen
Het gebeurt zo af en toe: dat de laatvlieger in een gebouw woont dat gesloopt wordt of gerenoveerd. Het aanbrengen van isolatiemateriaal in spouwmuren kan dodelijk zijn voor de laatvlieger. Soms spuiten mensen op zolder gif tegen insecten. Hier kunnen laatvliegers niet tegen. Vleermuizen kunnen vaak niet meer in de spouwmuren van nieuwe gebouwen. Mensen sluiten de spouwruimtes af of vullen ze op. Ze zijn namelijk bang voor overlast van de vleermuizen. Terwijl dat niet nodig is: vleermuizen richten bijna nooit schade aan. Ze zijn juist nodig. Zo eet een kolonie met gemak een heleboel insecten op waar we last van hebben. De eikenprocessierups bijvoorbeeld. Het is daarom belangrijk om natuurinclusief te bouwen. Dat betekent dat er in nieuwe gebouwen ook een plek is voor de vleermuis.

Terug naar alle vleermuizen Terug naar startpagina Natuuratlas

Rosse vleermuis
Rosse vleermuis. Fotograaf: Kamiel Spoelstra
Rosse vleermuis
Rosse vleermuis in Apeldoorn. Bron: NDFF (met toestemming BIJ12 voor publicatie op hogere nauwkeurigheid).

Rosse vleermuis

De rosse vleermuis (Nyctalus noctula) is natuurlijk rossig van kleur. Als hij zijn vleugels spreidt, is hij wel 40 centimeter breed. De rosse vleermuis lijkt op de bosvleermuis, maar die is veel kleiner en zie je bijna nooit in Apeldoorn. De rosse vleermuis leeft het hele jaar door in holle bomen. Dat zijn bomen met holtes en spleten. Zijn eten zoekt hij bij open water. Hij jaagt op insecten bij de uiterwaarden, veengebieden en grote meren. Als de vleermuis een eind moet vliegen gaat hij hoog de lucht in. Soms zelfs meer dan 100 meter.

Voorkomen
De rosse vleermuis kun je overal in Nederland tegenkomen. Hij woont het liefst op een plek waar oud bos is én een groot open gebied. Bijvoorbeeld op de Utrechtse Heuvelrug, de Veluwe en op de binnenduinrand met landgoedbossen. In de omgeving van Apeldoorn is de rosse vleermuis niet vaak gezien. We weten wel dat in de bossen van de Veluwe en op Landgoed Woudhuizen kolonies leven. Een kolonie is een groep samenlevende vleermuizen. Deze vleermuizen zoeken boven de uiterwaarden van de IJssel naar insecten.

Bedreigingen en kansen
De rosse vleermuis leeft in holle bomen: die vind je in oude bossen. In de vorige eeuw waren er steeds minder oude bossen. Hierdoor daalde het aantal rosse vleermuizen in Nederland. Maar al lange tijd blijft het aantal rosse vleermuizen nu hetzelfde. Misschien komt dat omdat de Nederlandse bossen steeds ouder worden.

Terug naar alle vleermuizen Terug naar startpagina Natuuratlas

Watervleermuis
Watervleermuis. Fotograaf: John Mulder
Watervleermuis
Watervleermuis in Apeldoorn. Bron: NDFF (met toestemming BIJ12 voor publicatie op hogere nauwkeurigheid).

Watervleermuis

De watervleermuis (Myotis daubentonii) is klein, zo’n 4,5 centimeter. Hij heeft een bruine rug en een lichte buik. Zijn snoet en oren zijn rozebruin. Zijn harige poten zijn opvallend groot. Daarmee grijpt hij insecten die op of net onder het water leven. Hij is gek op muggen en kleine vlinders. Een watervleermuis kan in één nacht wel 3000 muggen vangen. Hij kan trouwens wel 40 jaar oud worden. De watervleermuis paart in de herfst en de winter. Vanaf mei komen de vrouwtjes samen in grote kraamkolonies. Hierin leven drachtige vrouwtjes en vrouwtjes met hun jongen samen. In juni en juli worden de jongen geboren.

Voorkomen
Net als andere vleermuizen doet de watervleermuis het overdag rustig aan. In de zomer vind je hem in boomholtes, op zolders en op andere plekken in gebouwen. Na zonsondergang komt de watervleermuis in actie. In Apeldoorn haalt de watervleermuis zijn eten uit het Apeldoorns kanaal, de Albaplas en het Uddelermeer. Maar ook de vijvers in de bebouwde kom zijn een populair jaaggebied, zoals die in het Oranjepark. In de winter doet hij een winterslaap en zoekt hij een vochtig plekje onder de grond. Een bunker, ijskelder of groeve bijvoorbeeld.

Bedreigingen en kansen
Watervleermuizen houden helemaal niet van licht. Boven sloten en plassen met veel licht in de buurt zal hij niet gaan jagen.   

Terug naar alle vleermuizen Terug naar startpagina Natuuratlas

Baardvleermuis
Baardvleermuis. Fotograaf: Saxifraga-Mark Zekhuis
Baardvleermuis
Baardvleermuis in Apeldoorn. Bron: NDFF (met toestemming BIJ12 voor publicatie op hogere nauwkeurigheid).

Baardvleermuis

De baardvleermuis (Myotis mystacinus), ook wel gewone baardvleermuis genoemd, is een kleine vleermuis. Hij lijkt veel op de iets grotere Brandts vleermuis. Deze heet in het Duits dan ook Große Bartfledermaus. Zijn buik is minder licht en grijzer dan die van andere vleermuizen zoals de watervleermuis, de meervleermuis en de franjestaart. De soort leeft op allerlei plekken. Hij woont in spleten en holtes in bomen, achter loshangend schors, in de ruimte achter vensterluiken en betimmeringen en in vleermuiskasten.

Voorkomen
De baardvleermuis komt voor in het midden, oosten en zuiden van Nederland. Maar ook in de landgoederen in de duinen. Hij overwintert onder de grond, bijvoorbeeld in bunkers, forten, groeven en ijskelders. De soort is bijna alleen tijdens wintertellingen gezien. Van een groot aantal ondergrondse objecten worden baardvleermuizen gemeld. We weten weinig over het leefgebied van de baardvleermuis in de zomer.

Bedreigingen en kansen
Het aantal baardvleermuizen is sinds de jaren ’50 van de vorige eeuw afgenomen. Dat komt door het gebruik van bestrijdingsmiddelen tegen insecten. Hierdoor was er steeds minder voedsel voor de baardvleermuis. Of ging hij dood als hij veel van deze vergiftigde insecten at. Ook verdwenen de houtwallen doordat boeren steeds grotere stukken grond gebruikten voor de landbouw. Een houtwal is een wal die begroeid is met bomen en struiken. Het aantal getelde overwinterende baardvleermuizen neemt nu weer toe, dus het kan zijn dat de soort weer toeneemt.

Omdat de baardvleermuis in de zomer ook in gebouwen leeft, is het belangrijk dat de bewoners van de gebouwen goede voorlichting krijgen. Zodat ze rekening kunnen houden met de soort en minder bang zijn voor schade.

Terug naar alle vleermuizen Terug naar startpagina Natuuratlas

Franjestaart
Franjestaart. Fotograaf: Saxifraga-Mark Zekhuis
Franjestaart
Franjestaart in Apeldoorn. Bron: NDFF (met toestemming BIJ12 voor publicatie op hogere nauwkeurigheid).

Franjestaart

De franjestaart (Myotis nattereri) is een middelgrote vleermuis. Hij dankt zijn naam aan de haartjes die langs de rand van de staart en vleugels groeien. Zijn bovenkant is grijsbruin en zijn buik is wit. Hij heeft vrij grote oren die een beetje gebogen omhoog staan. De franjestaart jaagt op insecten in bossen en kleinschalige landschappen. Deze soort beweegt soepel waardoor hij ook spinnen van voorwerpen of uit webben kan plukken. In de zomer leeft hij meestal in boomholtes, maar ook in boerderijen, zolders en vleermuiskasten. Zijn winterslaap houdt hij onder de grond, bijvoorbeeld in bunkers en ijskelders.

Voorkomen
De franjestaart komt in Nederland weinig voor. Hij wordt vooral gezien in bosrijke gebieden in het midden, oosten en zuiden van Nederland. Sinds 1995 ongeveer neemt het aantal getelde franjestaarten weer toe. We weten weinig over waar de franjestaart in Apeldoorn voorkomt. De soort is alleen tijdens zijn winterslaap gezien op plekken onder de grond. In de zomer wordt hij bijna niet gezien.

Bedreigingen en kansen
Tegenwoordig worden zieke en dode bomen in het bos meestal niet meer gekapt maar mogen ze blijven staan. En dat is goed nieuws voor de franjestaart.

Terug naar alle vleermuizen Terug naar startpagina Natuuratlas

Uw Reactie
Uw Reactie